Eerste Wereldoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit is een oude versie van deze pagina, bewerkt door Jcb (overleg | bijdragen) op 27 jun 2010 om 02:09. (→‎Italië)
Deze versie kan sterk verschillen van de huidige versie van deze pagina.
Eerste Wereldoorlog
Datum 28 juli 1914 tot 11 november 1918
Locatie Europa, Afrika, Azië, Midden-Oosten
Resultaat Geallieerde overwinning
Casus belli Moord op Franz Ferdinand
Verdrag Verdrag van Versailles
Strijdende partijen
Centralen:

Duitse Rijk
Oostenrijk-Hongarije
Ottomaanse Rijk
Bulgarije

Geallieerden:

Frankrijk
Rusland
Verenigd Koninkrijk
Servië
België
Italië
Japan
en 20 anderen

Portaal  Portaalicoon   Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog was een militair conflict op wereldschaal, dat van 28 juli 1914 tot 11 november 1918 plaatsvond. Vijftien à zeventien miljoen militairen en burgers vonden de dood.[1][2] Het conflict had grote gevolgen voor de wereld op verschillende vlakken. Tot de Tweede Wereldoorlog werd deze oorlog betiteld als de Grote Oorlog (Engels Great War of Duits Großer Krieg en soms ook als de Wereldoorlog).

De Triple Entente, onder meer Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Keizerrijk Rusland (tot 1917), Italië (vanaf 1915) en de Verenigde Staten (vanaf 1917) streden samen tegen de Centrale Mogendheden, gevormd door Oostenrijk-Hongarije, Duitsland, Bulgarije en het Ottomaanse Rijk. Het was de eerste oorlog waarin fabrieksmatig en snel geproduceerde middelen en de techniek de overhand kregen, zoals machinegeweren, gifgas, kanonnen en prikkeldraad, en waarin tanks en vliegtuigen algemeen in gebruik genomen werden. De gebruikte tactieken dateerden echter nog uit de vorige eeuw en dat was volgens polemologen één van de oorzaken van de enorme aantallen doden en gewonden. Een belangrijke factor die ook bijdroeg aan de massale opoffering van mensenlevens was de mogelijkheid enkele jaren achtereen constant opeenvolgende lichtingen met duizenden jongemannen als dienstplichtigen op te roepen, naar de fronten te voeren en daar in te zetten. Deze inzet werd vooral berucht doordat er vaak ondanks de opoffering van zeer grote aantallen militairen slechts futiele successen konden worden gemeld, zoals de verovering van kleine stukjes veelal kapotgeschoten niemandsland, die vervolgens over en weer weer moesten worden verdedigd of heroverd met even massale tegenaanvallen.

Aan het einde van de oorlog waren vier mogendheden politiek en militair verslagen: Duitsland, Rusland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk - de laatste twee hielden zelfs op te bestaan.[3] Uit het Russische Rijk ontstond de revolutionaire Sovjet-Unie, terwijl in Centraal-Europa allerlei nieuwe kleine staten werden gevormd.[4]. De Volkenbond werd opgericht om voortaan een wereldoorlog te voorkomen. Maar de oorlog leidde tot nationalisme in Europa en de gevolgen van de nederlaag van Duitsland en het Verdrag van Versailles leidden tenslotte tot de Tweede Wereldoorlog in 1939.[5]

Overzicht

De Eerste Wereldoorlog was een conflict tussen een groot aantal landen. Deze oorlog werd gevoerd op bijna alle werelddelen en oceanen.

De oorlog begon met de moord op Aartshertog Frans Ferdinand en het daaropvolgende ultimatum aan Servië, gegeven door Oostenrijk-Hongarije. Toen Servië het ultimatum niet op alle punten aanvaardde, mobiliseerde Oostenrijk-Hongarije haar legers en verklaarde de Serven de oorlog. De Duitsers hadden te kennen gegeven Franz Josef, de keizer van Oostenrijk-Hongarije, te steunen in zijn ultimatum. De Serven hadden door een verdrag steun van het Tsaristische Rusland. Toen ook deze landen zich mobiliseerden en daarna de oorlog verklaarden, volgde een kettingreactie waardoor verschillende landen in Europa elkaar de oorlog verklaarden.

De oorlog ging tussen enerzijds de Centrale Mogendheden onder leiding van het Duitse Keizerrijk, en anderzijds de Triple Entente die bestond uit Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en het Russische Rijk. De Italianen, die ook geallieerd waren aan Duitsland, verklaarden zich neutraal omdat zij het niet eens waren met de Duitse politiek ten aanzien van de Balkan.

De oorlog ontwikkelde zich tot een wereldoorlog doordat de koloniën in Afrika en Azië ook werden aangevallen. Later volgde het Ottomaanse Rijk het Duitse voorbeeld en voegde zich bij de Centralen, waardoor zich in Arabië ook verschillende oorlogsgebieden vormden.

Doordat in het westen een statische oorlog met loopgraven werd gevochten, werd er meer aandacht aan andere fronten gegeven om een beslissing te forceren. Zo werd de U-boot campagne op zee erg belangrijk omdat Engeland afhankelijk was van de aanvoer van goederen vanuit de hele wereld.

Op 25 juni 1916 werd een groot offensief voorbereid bij de Somme, beter bekend als de Slag aan de Somme, die erg bloedig was maar er werden weinig vernieuwende tactieken gebruikt. Ook schoten de geallieerden er niet veel mee op want de Duitsers hadden zich teruggetrokken naar een nog veel sterkere linie.

In 1917 braken er rellen en onlusten uit in het Russische Rijk en daarop volgde een revolutie. Aan het eind van dat jaar, in de Oktoberrevolutie, werd het Russische Rijk omvergeworpen en stichtten de bolsjewieken de Sovjet-Unie. De gevechten tegen de communisten bleven doorgaan en Lenin tekende een vredesverdrag met de Duitsers. In datzelfde jaar kwamen de Verenigde Staten in de oorlog en verscheepten elke maand minstens 25.000 nieuwe troepen naar Frankrijk. Op zee werd het Duitse Rijk langzaam maar zeker teruggedrongen met nieuwe konvooitactieken.

Oorzaken en aanleiding

De casus belli was de moord op Frans Ferdinand, troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, en zijn vrouw Sophie Chotek in Sarajevo door de Bosnisch-Servische nationalist Gavrilo Princip. De werkelijke oorzaken lagen echter dieper.

In het begin van de 20e eeuw ontwikkelde zich in Europa een wankel machtsevenwicht.

In verschillende landen waren sterk nationalistische stromingen. Frankrijk had na de Frans-Pruisische oorlog van 1870 Elzas-Lotharingen aan Duitsland verloren, en er bestond het verlangen dit gebied terug te krijgen. Na de Duitse eenwording zag men zich tegenover een verenigd Duitsland geplaatst. Frankrijk sloot een bondgenootschap met Rusland. Begin 20e eeuw kwam een nieuw type oorlogsschip op: de Dreadnought. Groot-Brittannië en andere landen dienden hun vloot opnieuw op te bouwen. Duitsland maakte hiervan gebruik door haar investeringen in de vlootbouw flink op te voeren: hier was een kans om als grote zeemogendheid erkend te worden.

Duitsland en Oostenrijk-Hongarije waren bondgenoten en Frankrijk had een verbond gesloten met Rusland. Na de Boerenoorlog was Engeland op zoek naar bondgenoten maar een Engelse toenadering tot Duitsland werd door de Duitsers afgewezen. Engeland zocht nu toenadering tot Frankrijk en Rusland. Dit bondgenootschap werd hierop de Triple Entente genoemd. Duitsland zag zich hierom als het slachtoffer van een tegen haar gerichte samenzwering. De Duitsers maakten zich tevens zorgen over het snelle Russische herstel na de nederlaag tegen Japan in 1905 en de daarop volgende revolutionaire onrust.

Tegelijkertijd bloeiden in de Balkanstaten krachtige nationalistische ambities op waarbij men diplomatieke steun zocht in enerzijds Berlijn en Wenen en anderzijds Sint-Petersburg. De panslavisten wilden Russische steun voor de Slavische volken onder Oostenrijkse heerschappij. In gebieden als Slovenië, Silezië en Bohemen ontstond een sterk Slavisch-nationalistisch bewustzijn, dat op zijn beurt angst en vijandschap bij de Duitsers wekte. De eerste pangermaanse en antisemitische bewegingen staken de kop op (de zaden van het nationaalsocialisme werden dus al in de 19e eeuw gezaaid).

Nationalisten bepaalden steeds meer het beleid van een regering. Er werden steeds meer claims gelegd en volken die al jaren onder een ander bestuur leefden en zich er naar hadden aangepast zoals de Tsjechen en Polen, wilden nu een eigen staat. Ze zochten steeds meer steun in extreme groeperingen, zoals de Zwarte Hand in Servië.

In tegenstelling tot Frankrijk en Groot-Brittannië bezat Duitsland amper koloniën, waardoor Duitsland minder als grote mogendheid werd gezien. Volgens de toen heersende opvattingen in Duitsland lag het grote voordeel van koloniën in de beheersing van de handelsstromen en de geprivilegieerde toegang tot grondstoffen en afzetmarkten. De Duitsers zelf zagen het als een "achterstand". Duitsland was de laatkomer, aan wie geen "plaats onder de zon" werd gegund.

Duitsland had het sterkste landleger ter wereld; algemeen hadden de Duitsers de overtuiging dat een mogelijke oorlog wel in een Duitse overwinning moest eindigen. De meeste nationalistische groeperingen hoopten daarom op een conflict en ook zij die daar niet op uit waren, voelden meestal niet de noodzaak een oorlog per se te vermijden. De verschillende bondgenootschappen waren niet sterk, zelfs zeer zwak te noemen. Zowel Duitsland als Rusland, de sterkere partijen, lieten zich leiden door hun respectievelijke zwakkere bondgenoten Oostenrijk en Servië uit angst hen te verliezen.

Voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog stelden de verschillende grote mogendheden plannen op om "de eerste klap" uit te delen. Zo bestond in Frankrijk het idee van het "Frans elan". In Duitsland werd het Schlieffenplan opgesteld. In Rusland werd het legerplan opgesteld om onmiddellijk Oost-Pruisen te bezetten en op te rukken naar Berlijn. Voor het uitdelen van deze eerste klap was mobilisatie van de legers nodig. Mobilisaties kosten tijd, en konden niet in het geheim worden uitgevoerd. Hierdoor betekende in de praktijk dat een mobilisatie direct moest worden opgevolgd door een oorlogsverklaring, elke dag wachten betekende voor de andere partij gelegenheid om ook te mobiliseren. Zowel militairen als politici waren hiervan doordrongen.

Oostenrijk-Hongarije was ernstig verzwakt. De dubbelmonarchie was door Italië en Pruisen vernederd, was door de Ausgleich van 1867 bijna in tweeën gesplitst, en zocht compensatie via de Balkan. De annexatie van Bosnië en Herzegovina in 1908 was hier een voorbeeld van. Een makkelijke overwinning op Servië zou bewijzen dat Oostenrijk-Hongarije nog steeds een grote mogendheid was. Bulgarije voelde zich na de Balkanoorlogen ernstig vernederd en tekort gedaan. Iedere kans om met Servië, Roemenië en Griekenland af te rekenen was van harte welkom.

Het Ottomaanse Rijk had in de decennia voorafgaand aan de oorlog langzaam steeds meer grond verloren aan Engeland en Frankrijk in Afrika en aan Rusland in de Kaukasus. Daarnaast had bijna de gehele Ottomaanse provincie Roemelië (de Balkan) onafhankelijkheid verkregen van het Rijk, door Russische steun in de Balkanoorlogen. Deze verloren oorlogen brachten een gigantische vluchtelingenstroom met zich mee; de miljoenen Turken uit de Balkan, de Krim en de Kaukasus vestigden zich in centraal-Anatolië. Het Ottomaanse Rijk stortte zich uiteindelijk in de Eerste Wereldoorlog, voornamelijk om de verloren gebieden in de Kaukasus en de Krim terug te winnen op Rusland en om in het westen verder verlies van grondgebied te voorkomen. Oplopende etnische spanningen in het multiculturele rijk hadden echter de Sultan en zijn regering ervan overtuigd dat het Ottomaanse Rijk nadrukkelijker Turks moest worden, en dat ook de aansluiting gezocht moest worden met de andere Turkse volkeren in de Kaukasus en Centraal-Azië. Deze zouden mee kunnen vechten tegen de Russen, die ook hun vijand waren.

Bij sommige landen, zoals Italië en Roemenië, bestond bereidheid om met de meestbiedende zijde mee te gaan. Dit droeg bij tot een uitbreiding van de oorlog.

Plannen

Het Duitse Rijk steunde zwaar op het Von Schlieffenplan dat ontwikkeld was door Alfred, Graf von Schlieffen. Hij was de chef van de Generale Staf voor WOI. Zijn plan was een volledig strategisch plan voor het verslaan van Frankrijk binnen 42 dagen. Dit was een ambitieus plan en strikt tijdgebonden.

Het plan ging uit van een langzame mobilisatie van Rusland en een snelle aanval op Frankrijk. Een van de uitgangspunten was ook dat Duitsland zich in een tweefrontenoorlog bevond met Rusland en Frankrijk als bondgenoten.

De aanval bestond uit een invasie van België en Limburg in Nederland, en een terugtrekking van troepen uit de Elzas en Lotharingen. Dit speelde precies in op Plan XVII van de Fransen dat een agressieve aanval op Duitsland eiste. Doordat de Duitsers een omtrekkende beweging om Parijs maakten en dan de Fransen in de rug aanvielen op Duits grondgebied, zou dit de totale vernietiging van het sterkste en grootste deel van het Franse leger betekenen.

Uitgangssituaties

De verschillende legers waren tussen 1900 en 1914 sterk gemoderniseerd op het gebied van de artillerie en ander wapentuig. Ook was de organisatie sterk verbeterd naar Pruisisch/Duits voorbeeld van Generale Staf. Dit gold niet voor de plannen en tactieken. Deze waren gebaseerd op veronderstellingen en verkeerde inschattingen.

Het begin

Moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk

Zie Moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 28 juni 1914 bracht de Oostenrijkse aartshertog en troonopvolger Frans Ferdinand samen met zijn vrouw een bezoek aan Sarajevo, de hoofdstad van de Oostenrijk-Hongaarse provincie Bosnië en Herzegovina. De Bosnisch-Servische student Gavrilo Princip schoot Frans Ferdinand met een pistool neer, nadat hij eerder die dag al een mislukte poging had gedaan de kroonprins en zijn vrouw te vermoorden. Hierbij werd alleen Ferdinands officier geraakt. Later die dag, toen Frans Ferdinand zijn officier wilde bezoeken in het ziekenhuis, werden hij en zijn vrouw doodgeschoten. Frans Ferdinands laatste woorden waren: "zorg voor de kinderen".

De publieke opinie in Europa schaarde zich aan de kant van Wenen en niet aan de kant van Servië (de Zwarte Hand, de organisatie die mee heeft geholpen aan de aanslag, was een Servische organisatie). Zelfs de Russen trokken hun handen van de Serviërs, hun traditionele bondgenoten, af. De aanslag leek in eerste instantie met een sisser af te lopen: Oostenrijk leek niet te reageren.

Sneeuwbaleffect

Na de aanslag op 28 juni bleef het enkele weken lang schijnbaar stil. Achter de schermen overlegde Wenen succesvol met Berlijn. Berlijn gaf Wenen op 6 juli bijna een blanco cheque, doordat het verbond tussen de twee een defensief karakter had. Deze blanco cheque bestond uit de Duitse toezegging, dat een Russische interventie een Duits antwoord zou betekenen.

Pas op 23 juli stelde Wenen aan Servië, middels haar minister van buitenlandse zaken, graaf Leopold Berchtold een 48-uursultimatum, het Juli-Ultimatum. Dit ultimatum eiste kortweg dat de zaak tot de bodem werd uitgezocht. Hiervoor moest Servië zich een diepgaande inbreuk op de soevereiniteit laten welgevallen, onder meer door het toelaten van Oostenrijkse politieagenten. Ook diende Servië de verantwoordelijkheid voor de aanslag op zich te nemen[6]. Servië stemde met alle eisen in, op één na, namelijk het toelaten van Oostenrijkse agenten op haar grondgebied. Servië beschouwde dit als een inbreuk op haar soevereiniteit, en kondigde een gedeeltelijke mobilisatie van haar leger af. Oostenrijk verklaarde het antwoord onbevredigend en verbrak op 25 juli de diplomatieke betrekkingen met Servië. Ook zij kondigde een gedeeltelijke mobilisatie af.

Op 25 juli besloot Rusland tijdens het kroonoverleg van Krasnoje Selo om Servië militair te steunen. Tegelijk werd door Rusland, Duitsland en Engeland een bemiddelingsconferentie voorgesteld. Dit voorstel bleef echter onbeantwoord. Op 27 juli volgde een eerste fase in de mobilisatie van het Russische leger. De bevelhebber van het Russische leger, Sergej Dobrorolski, zei later dat de Russische staf de oorlog reeds op 25 juli voor een uitgemaakte zaak hield. Het was hun bekend dat Duitsland deze stap zou volgen.

Op 26 juli besloot Duitsland toch om niet mee te gaan met het idee van Rusland, om hen militair te steunen.

De Oostenrijkse doelen voorzagen een lokale oorlog, mede doordat de Servische hoofdstad net over de grens met Oostenrijk lag. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk de oorlog aan haar kleine buur. Reeds de volgende dag, 29 juli, beschoot de Oostenrijkse artillerie de Servische hoofdstad.

Oostenrijk-Hongarije besloot op 30 juli tot een algehele mobilisatie. Op die dag keurde ook Tsaar Nicolaas II van Rusland de mobilisatie van het Russische leger goed. De Russische generale staf, zich realiserend dat dit een indirecte oorlogsverklaring inhield, probeerde hem hier vanaf te houden. Ook een bezwerende brief van de Duitse keizer aan zijn neef de tsaar bleef zonder effect. Duitsland stelde hierop een 12-uursultimatum dat de Russische mobilisatie ingetrokken moest worden. Toen antwoord hierop uitbleef, verklaarde Duitsland op 1 augustus aan Rusland de oorlog. Frankrijk besloot hierop tot mobilisatie, om haar verbond met Rusland gestand te doen.

Het Duitse oorlogsplan was een bijgewerkte versie van het zogenaamde von Schlieffenplan. Dit was gebaseerd op de veronderstelling dat de Russische mobilisatie veel tijd zou kosten. Duitsland zou deze tijd gebruiken door eerst met aartsvijand Frankrijk af te rekenen, en dan Rusland aan te pakken. Op de avond van de oorlogsverklaring trokken de eerste Russische eenheden echter al Oost-Pruisen binnen.

Het "von Schlieffenplan" voorzag in een omtrekkende beweging door België. Op 1 augustus bezette Duitsland Luxemburg. Op 2 augustus stelde Duitsland België een ultimatum met de eis tot vrije doortocht. België weigerde de Duitse troepen de doortocht, waarop Duitsland het neutrale België de oorlog verklaarde. Op 3 augustus verklaarde Duitsland Frankrijk de oorlog, op 4 augustus trok Duitsland België binnen. Dit was voor Groot-Brittannië reden om Duitsland nog dezelfde dag de oorlog te verklaren aangezien Groot-Brittannië de neutraliteit van België had gegarandeerd.

Fronten

Europese Fronten

  • Westfront - De invasie van het Duitse Keizerrijk in België, Luxemburg en Frankrijk. Hier werden de loopgraven gebruikt nadat de Duitsers voor Parijs gestopt waren. Nadat de opmars van de Duitsers stopte, probeerden beide partijen zo snel mogelijk de zee te bereiken op een voor hun gunstige positie. Dit werd ook wel de race naar de zee genoemd.
  • Oostfront - De Russen vielen hier Oost-Pruisen binnen en zorgden voor een verrassing. Toch sloegen de Duitsers en Oostenrijkers de Russen weer terug naar hun eigen land.
  • Balkanfront - De Oostenrijkers vielen Servië binnen met de steun van de Duitsers. Later werden ook andere landen zoals Roemenië, Montenegro, Bulgarije en Griekenland bij de oorlog betrokken.
  • Italiaans front - De Italianen voegden zich bij de geallieerden in 1915, nadat hun veel beloofd was als de oorlog zou worden gewonnen. De Italianen dachten de Oostenrijkers wel te kunnen verslaan maar ook hier bleef het heen en weer gaan met de vooruitgang. Pas aan het eind konden de geallieerden een doorbraak forceren.

Afrikaanse Fronten

  • Zuid-West-Afrika - Een kolonie van de Duitsers, het tegenwoordige Namibië. Deze kolonie werd in 1915, na een aanvankelijke aarzeling van Zuid-Afrika, in een paar maanden tijd veroverd door de troepen van de Gemenebest vanuit Zuid-Afrika.
  • West-Afrika - De Duitsers bezaten hier de koloniën, die tegenwoordig Kameroen en Togo zijn. Hier werden ook snel de Duitsers verslagen en de koloniën verdeeld.
  • Oost-Afrika - Het tegenwoordige Tanzania, Rwanda en Burundi. Hier werden de Duitsers niet zo snel verslagen, terwijl het afgesneden van het moederland was. Hier was de laatste plaats waar nog gevochten werd, door de Duitse koloniale troepen. Pas op 13 november 1918 kwam hier het bericht binnen dat de wapenstilstand was getekend. Het duurde nog een tijdje voordat de wapens werden neergelegd.

Fronten in het Midden-Oosten

  • Kaukasuscampagne - De Ottomanen mengden zich in de oorlog aan de zijde van de Centralen. Ze begonnen Rusland in de Kaukasus aan te vallen en er werden verschillende slagen geleverd.
  • Mesopotamiaanse Campagne - De invasie van Irak door troepen van het Britse Rijk.
  • Palestijns Front - De Britten vochten om de Sinaï en Palestina tegen de Ottomanen, om de Ottomanen buiten het Suezkanaal te houden.
  • Dardanellen Front - De Entente wilde een tweede route naar Rusland toe via de Dardanellen. Hiervoor moest de hoofdstad van het Ottomaans Rijk, Constantinopel, bezet worden. Uiteindelijk faalden de geallieerden in deze aanval.
  • Perzisch Front - Officieel was Perzië een onafhankelijk en neutraal land maar door invloed vanuit Rusland en het Britse Rijk werd ook hier gevochten om de olie. Doordat verschillende stammen tegen elkaar werden opgezet en om de Britten te ondermijnen in het Midden-Oosten en India, werden hier nog verschillende conflicten uitgevochten.

Aziatische Front

Het westfront

Het Von Schlieffenplan

Von Schlieffenplan
Zie Schlieffenplan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Duitse Generale Staf ging uit van het Schlieffenplan. Dit plan onderkende het gevaar van een tweefrontenoorlog tegen Frankrijk en Rusland, waar Duitsland niet sterk genoeg voor was. Het plan behelsde daarom de omtrekking van het Franse leger door het Duitse via België (aanvankelijk ook Nederland). Door om Parijs heen te trekken (het plan was niet om de Franse hoofdstad in te nemen) zou het in de Elzas geconcentreerde Franse leger klem komen te zitten en zich overgeven. De Duitse troepen zouden dan op de trein naar Rusland worden gezet om het net gemobiliseerde Russische leger daar te verslaan. Voor het verslaan van de Fransen was een periode van slechts 42 dagen gepland. Het plan kende een aantal zwakheden:

  • Door de neutraliteit van België te schenden zou Groot-Brittannië wellicht Duitsland de oorlog verklaren krachtens het Verdrag van Londen van 1839. Ook zou Duitsland hier veel diplomatiek krediet mee verliezen en de boeman van de wereld worden (Von Schlieffen, een echte Pruisische militair, achtte dit niet relevant);
  • Een zeer strak tijdschema van 42 dagen werd aangehouden. Iedere afwijking zou het plan in de war schoppen (Von Schlieffen raadde aan om na iedere vertraging direct te gaan onderhandelen met de vijand. "We kunnen dan immers toch niet meer winnen".);
  • Het Duitse leger was te groot voor de capaciteiten van het Belgische en Noord-Franse (spoor-)wegennet. Bovendien ging de operatie de krachten van het Duitse leger waarschijnlijk te boven (Von Schlieffen ontkende dit);
  • Er was niet gerekend op wat er zou gebeuren als het Franse leger zich niet zou willen overgeven en het op een confrontatie zou laten aankomen;
  • Ook was niet gerekend op eerdere Russische mobilisatie of aanval (door het gebrek aan industrialisatie in dit land);
  • Het plan was niet berekend op politieke situaties. In de julicrisis van 1914 speelde Frankrijk geen rol van betekenis. Het plan voorzag echter in Franse deelname. Toen Duitsland mobiliseerde voerden de militairen het plan uit terwijl de diplomaten en politici zich passief opstelden. Frankrijk werd hierdoor aan de haren bij het conflict gesleept;
  • Het plan ging uit van een bewegingsoorlog, terwijl snelheid van de legers van infanterie en cavalerie beperkt was.

Inval in België

Zie Duitse opmars door België tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • 1 augustus 1914 - Duitse troepen vallen het neutrale Luxemburg binnen.
  • 3 augustus 1914 - Duitsland verklaart de oorlog aan Frankrijk en vraagt dezelfde dag aan België, om langs daar te mogen passeren om Frankrijk binnen te vallen. Het neutrale België houdt zich aan zijn belofte en biedt de Duitsers geen doorgang.
  • 4 augustus 1914 - Duitse legereenheden overschrijden de Belgische grens. Frankrijk en Groot-Brittannië schieten België ter hulp.
  • 6 augustus - Het Duitse leger stuit op de forten rond Luik.
  • 12 augustus - Slag der Zilveren Helmen, in Halen. Voor de laatste keer in Europa vindt een cavaleriecharge plaats. Er vallen 140 Belgische en 160 Duitse soldaten. De Belgen winnen en verschansen zich te Diest.
  • 15 augustus - Slag te Dinant. De Koning en Koningin en de regering vestigen zich te Antwerpen. De Koning voert het bevel over het leger.
  • 16 augustus - Het laatste fort rond Luik geeft zich over aan de Duitsers.
  • 18 augustus - Slag op de Zeven Zillen, in de omgeving van Tienen, op het grondgebied van de huidige deelgemeenten St.-Margriete-Houtem, Grimde en Oplinter. Ongeveer 2.400 Belgische soldaten stonden tegenover een legermacht van ca. 80.000 Duitsers. De helft van de Belgen verloor het leven of raakte gewond. Het Belgisch Leger trok zich terug.
  • 18 augustus - Koning Albert I beveelt het Belgische leger zich, na een massale Duitse aanval ten noorden van de Maas, terug te trekken in Antwerpen.
  • 19 augustus - Duitse represailles in Aarschot.
  • 20 augustus - De Duitsers trekken Brussel binnen. Er volgen later zware gevechten te Aalst, Mechelen, Dendermonde en Charleroi. In Antwerpen wordt dag en nacht gewerkt met vele vrijwilligers: bomen worden gekapt, villa’s afgebroken, kortom: alles wat het zicht kan hinderen. Schuilplaatsen worden opgetrokken op verschillende plaatsen, overstromingen vlakbij de forten van Kapellen tot Kontich worden uitgevoerd. In de stad wapperen de Belgische, Franse en Engelse vlaggen. Tussen 21 en 24 augustus vallen de Naamse forten.
  • 22 augustus - Slag bij Charleroi waar ook de Fransen aan deelnemen. Over het hele land worden kasseiwegen uitgebroken om de Duitse bewegingen te bemoeilijken.
  • Op 25 augustus hebben Duitse troepen, tijdens een strafexpeditie tegen de stad Leuven 218 burgers vermoord en de stad platgebrand. Ook de universiteitsbibliotheek is in vlammen opgegaan. Deze onorthodoxe daden zullen zorgen voor een massale rekrutering op vrijwillige basis in gans het Britse Rijk.
  • 27 augustus - Er ontschepen Britse marinesoldaten in Oostende om in Antwerpen het Belgische leger te versterken. Het neutrale Nederland heeft geweigerd ze binnen te laten via de Schelde om zo in Antwerpen zelf te ontschepen. Nieuw Duits offensief tegen Mechelen met 20.000 soldaten. Later zal dit aantal verdubbeld worden. Mechelen wordt voor het eerst gebombardeerd.
  • 30 augustus - Na drie dagen van bombardementen zijn de forten van Walem, Sint Katelijne Waver en Koningshooikt ten dode opgeschreven. Ze kunnen hun rol van fort om de vijand tegen te houden niet meer spelen, maar worden nu steunpunten.
  • 2 september - ’s Morgens wordt Antwerpen overvlogen door een zeppelin die zeven bommen laat vallen op huizen die als hospitaal waren ingericht, 12 mensen raken gewond en er is zware schade.
  • 5 september - Majoor Von Sommerfeld beveelt de stad Dendermonde plat te branden. Ook het burgerlijk ziekenhuis en de Begijnhofkerk uit de 16e eeuw. Huizen worden geplunderd en inwoners naar Duitsland gedeporteerd. In Sint-Gillis en Lebbeke worden 25 inwoners vermoord door het voorbijtrekkende Duitse leger.
  • 29 september - Lier wordt gebombardeerd, net als Duffel, Tisselt, Londerzeel en Heist-op-den-Berg. Nieuwe gevechten om Mechelen, door de grote overmacht moeten de Belgen Mechelen opgeven en zich terugtrekken naar Antwerpen. Op hun terugtocht vernietigen de verdedigers de forten van Walem en Breendonk. Dit om te verhinderen dat de Duitsers ze tegen de Belgen zouden gebruiken.
  • 2 oktober - De Duitsers proberen door te breken. Vanaf het balkon op het Paleis op de Meir te Antwerpen stelt Koning Albert I de bevolking gerust terwijl het geschut te horen is.
  • 3 oktober - Walem, Sint-Katelijne-Waver en Koningshooikt worden beschoten door 28 cm-kanonnen die te Elewijt en Hofstade staan opgesteld. Een vliegtuig strooit briefjes boven Antwerpen uit, waarin de bevolking wordt opgeroepen zich over te geven. De bevolking lacht hierom, terwijl het Duitse vliegtuig wordt beschoten. Verdere gevechten te Lier. Herentals wordt het slachtoffer van Duitse terreur. Kempische dorpen worden in brand gestoken.
  • 4 oktober - Het front beweegt niet. De Belgen zijn verplicht zich te verschansen achter de Rupel en de Nete. Bruggen worden opgeblazen. Zware gevechten te Duffel.
  • 6 oktober - Britse marine-infanteriebrigades en het Belgische leger hebben met succes de Nete verdedigd. Op 6 oktober ’s morgens moeten ze zich echter terugtrekken op de binnenste fortenlijn. Het gevolg is dat de Duitsers hun kanonnen binnen schietbereik van de stad kunnen plaatsen. Meer dan 4000 obussen en 140 zeppelinbommen vallen op Antwerpen. Generaal de Guise laat aan de bevolking weten dat wie dat wil mag vertrekken. Er begint een exodus langs de Schelde. Meer dan 1 miljoen Belgen vluchten naar het noordelijk gelegen neutrale Nederland. De vluchtelingen worden er goed onthaald. Anderen trekken via de kuststreek naar Frankrijk of proberen via Oostende, Groot-Brittannië te bereiken.
  • 8 oktober - Om de totale vernietiging van de stad te voorkomen beslissen de Belgische en Engelse autoriteiten gezamenlijk om de stad te evacueren. Gedurende de nacht van de 8ste oktober verlaten de Koning en de Koningin Antwerpen.
  • 9 oktober - De enorme voorraden worden ofwel weggehaald ofwel vernietigd. De forten van Schoten, Brasschaat, Merksem, Kapellen en Lillo worden opgeblazen. Onder dekking van de nacht wordt de laatste Belgische divisie uit Antwerpen teruggetrokken. Zo’n 33.000 Belgische soldaten die niet meer konden ontsnappen trokken naar Nederland en werden daar geïnterneerd.
  • 10 oktober - De Belgen en Britten, die Antwerpen nu verlaten hebben, brengen de Duitsers een zware slag toe, terwijl deze laatsten probeerden de Schelde over te steken. Duitse eenheden rukken op naar Gent. In het noorden dringen de Belgen de Duitsers terug tot Lokeren. Vlakbij Gent, te Melle kunnen de Belgen de vijand terugslaan en een Duitse artilleriebatterij veroveren. De terugtocht van het Belgisch leger verloopt zonder grote problemen. Alle pantsertreinen en zware kanonnen worden gered.
  • 13 oktober - Britse divisies komen aan te Ieper. Het Duitse leger rukt verder op over heel Oost-Vlaanderen.
  • 14 oktober - De Duitsers bezetten Gent na de stad te hebben gebombardeerd. De Belgische terugtocht gaat verder richting Westhoek en stelt zich op achter de IJzer.
  • 15 oktober - De Duitsers trekken verder op over West-Vlaanderen en bezetten Brugge.
  • 16 oktober - Het Duitse leger bereikt Damme, Zeebrugge, Knokke en Oostende. Het Duitse 4de leger stelt zich op aan de kust tot aan de weg Ieper-Menen. Vanaf de weg Menen-Ieper vormt het Duitse 6de leger de bezettingsmacht. Door de onderwaterzetting van het gebied aan de IJzer loopt het front vast in Vlaanderen en nadien in Frankrijk. Dan begint de vier jaar durende loopgravenoorlog, vanaf de Belgische duinen in Nieuwpoort en De Panne tot aan de Frans-Zwitserse grens bij Belfort.

België

België hield zich aan de afspraak om neutraal te blijven en de Duitsers niet door te laten. Maar de Duitsers hielden geen rekening met deze neutraliteit en vielen België alsnog binnen.

Op 25 augustus hebben Duitse troepen, tijdens een strafexpeditie tegen de stad Leuven, 218 burgers vermoord en de stad gedeeltelijk platgebrand. Van de ongeveer zesduizend huizen die Leuven telde zijn er 2117 in de as gelegd. Ook de universiteitsbibliotheek is in vlammen opgegaan. De Duitsers keken toe hoe een kwart miljoen boeken, waaronder duizenden onvervangbare middeleeuwse manuscripten en wiegendrukken in vlammen opgingen.

De Duitsers besloten tot de afschrikwekkende represaille nadat ze, naar eigen zeggen, door burgers waren beschoten. Maar om afgrijselijke vergeldingsmaatregelen goed te praten hebben ze al eerder dit argument aangevoerd. In totaal zijn tijdens de verovering van België zeker 5000 burgers vermoord, waaronder vrouwen en kinderen. Het is dan ook te begrijpen dat de Britse propaganda aan de Duitse wreedheid een vette kluif had. De Duitsers werden voorgesteld als “Hunnen met pinhelmen”, barbaren uit het oosten. Het Britse Rijk had bij het Verdrag van Londen (1839) de neutraliteit en veiligheid van België gegarandeerd en verklaarde Duitsland de oorlog.

Deze daden zorgden voor een massale rekrutering op vrijwillige basis in het Britse Rijk. In 1914 was het Britse Rijk nog heel wat groter dan het huidige "United Kingdom". Het bezat toen nog talrijke koloniën, protectoraten en semi-onafhankelijke gebieden, waaruit gerekruteerd kon worden.

Massale rekrutering

Een van de vele rekruteringsposters.

Het gemak, de omvang en het enthousiasme waarmee dat (aanvankelijk) gebeurde, wekt op zijn minst verbazing. Uit alle continenten konden ze manschappen werven voor "het grootste avontuur" dat jonge mannen konden beleven. Dit was met name in het Britse Rijk opmerkelijk, daar dit (nog) geen dienstplicht kende.

De drang naar avontuur zal inderdaad wel de voornaamste drijfveer geweest zijn in een tijd dat men het gevoel had zich stierlijk te vervelen, terwijl de echte wereld elders lag. Bij de bevolking heerste nog een geromantiseerd beeld van de oorlog. De sociale druk om mee te doen, mag zeker niet onderschat worden. Ronselaars spreken hen toe in de fabrieken, scholen, in de kerk op de marktpleinen. Wie niet meedeed zou er later "niet meer bijhoren". Weigeraars kregen witte veren van hun meisjes, symbolen voor lafheid (de relatie was hiermee uiteraard meteen uit). Men vond daarnaast dat men, in ruil voor de sterk verbeterde sociale stelsels, best wat "terug kon doen".

Boerenzonen uit Australië en Nieuw-Zeeland, voor wie de jaarmarkt in het dichtstbijzijnde dorp het hoogtepunt van het jaar was, droomden van een prachtig uniform en Franse meisjes. Ze zullen samen de Anzac-eenheden vormen en samen sneuvelen in een tempo dat dat van de Britten ver overtrof. 18.000 Nieuw-Zeelanders op 110.000 en 59.000 Australiërs verloren het leven op ongeveer 300.000 vrijwilligers. Ze kregen vaak de meest hopeloze opdrachten maar droegen het aureool van dappere, maar roekeloze soldaten die hun imago ijverig koesterden. Jonge fabrieksarbeiders en mijnwerkers uit Schotland, Wales en Engeland zagen een uitstapje naar Parijs ook wel zitten (zo dachten hun Duitse tegenstanders er trouwens ook over). In Canada was het eerste geprogrammeerde contingent van 20.000 man onmiddellijk voltekend. 430.000 anderen zouden nog volgen. In totaal zouden er 60.000 Canadezen sneuvelen.

Duizenden Amerikanen uit de nog neutrale VS meldden zich in Canada tijdens de eerste weken van de oorlog. Liefst 5000 Amerikanen, alleen al uit Texas.

Ondanks het conflict tussen Engelsen en Ieren met ettelijke volksopstanden, was er geen belet dat er naast protestantse Ieren die de Engelsen wel gunstig gezind waren, tienduizenden katholieke Ieren zich lieten inlijven in het Britse beroepsleger. Van de 200.000 Ierse vrijwilligers in het Britse leger zouden er uiteindelijk ongeveer 30.000 de dood vinden. De Engelsen beschouwden de Ieren (net als trouwens de Schotten) als “woeste krijgers” die met de “gepaste” omkadering door hoofdzakelijk Engelse officieren, best van pas kwamen bij allerlei koloniale conflicten, terwijl de Ieren en Schotten het leger zagen als een broodheer die bovendien nog “avontuur” op “exotische plaatsen” in het vooruitzicht stelde.

Apart was de bijdrage van de “Zuid-Afrikaners”. Ze hadden nog maar net tien jaar bloedige oorlog achter de rug met de Britten en nu waren ze al bondgenoten tegen een vijand die ze alleen kenden van horen zeggen. Britse “gekleurde” koloniale troepen uit India, Nepal en zelfs Jamaica werden samen met het Brits-Chinese Labor Corps met dubieuze beloften en niet gehinderd door enig voorstellingsvermogen, naar Europa gedirigeerd.

Al met al werd de oorlog beschouwd als iets dat de nationale en internationale verhoudingen recht zou zetten, de geest van de jeugd zou zuiveren, hen zou opvoeden en echte mannen van ze zou maken. Bovendien verwachtte men "weer thuis te zijn als de bladeren vallen".

Loopgravenstrijd

Zie Loopgraaf voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Loopgraaf

Terwijl de Duitse politiek ervan uitging dat Engeland neutraal zou blijven, had het Duitse opperbevel intussen wel een krijgsplan klaar dat die neutraliteit onmogelijk zou maken (het von Schlieffenplan). Immers, Londen stond in voor de Belgische neutraliteit. En toen die op 3 augustus werd geschonden en de Duitse Uhlanen brandschattend naar de forten rond Luik trokken, bleef Londen niets anders over dan Berlijn een ultimatum te stellen en de oorlog te verklaren.

De Duitse legers marcheerden door België en Noord-Frankrijk. Ze rukten op tot vlak bij Parijs, hoewel deze stad niet het doelwit was van de aanval. De Fransen voerden onderwijl in de Elzas een aanval uit volgens hun eigen Plan XVII en werden bloedig afgeslagen. Massa's infanterie rukten op tot de Duitse loopgraven, waar ze echter werden neergeschoten met mitrailleurs. Met hun felblauw-felrode uniformen vormden zij levende schietschijven.

De sikkelvormige opmars van de Duitsers door België en Noord-Frankrijk leek aanvankelijk redelijk volgens plan te verlopen. Luik en de cirkel van reusachtige forten eromheen werden binnen enkele dagen bezet, en in de Slag der Grenzen werd de Britse BEF (British Expeditionary Force) verslagen. De Duitsers rukten op tot aan de rivier de Marne, waar de Fransen hen trachtten tegen te houden. De Fransen claimen de overwinning maar volgens veel historici werd de Slag bij de Marne, als er al een winnaar was, eerder door de Duitsers dan door de Fransen gewonnen. De nerveuze Generale Staf, die al eerder kleine afwijkingen van het plan had geconstateerd, besloot echter het Duitse leger te laten terugtrekken op Chemin des Dames. Het front groeide door omtrekkende bewegingen van beide partijen (de Race naar de Zee) naar het westen tot aan de Noordzeekust. De Franse regering voelde zich bedreigd in Parijs en vestigde zich tijdelijk in Bordeaux.

Met uitzondering van Spanje en de Scandinavische landen, Zwitserland en Nederland, zouden uiteindelijk alle Europese landen bij de Eerste Wereldoorlog betrokken raken. Algemeen werd verwacht dat het een korte oorlog zou worden. Weer thuis als de bladeren vallen, was de veelgehoorde slagzin. Maar het werd een ongekend lange en wrede oorlog waarvan de fronten al na anderhalve maand vast lagen. Wat volgde was een zinloze loopgravenstrijd die miljoenen slachtoffers kostte. Op één slagveld zoals bij Verdun of aan de Somme vielen meer doden en gewonden dan bij alle veldslagen van de eeuw daarvoor samen (bij de Somme 600.000 geallieerden en 750.000 Duitsers).

Slechts heel langzaam drong bij de militaire opperbevelen het inzicht door dat in deze oorlog, waarin zij de aanval nog als alleenzaligmakend beschouwden, verdedigers altijd in het voordeel waren. Aanvallers sneuvelden bij bosjes doordat snelvuur en granaatbombardementen de oude gevechts- en wapentechniek inmiddels hopeloos ouderwets hadden gemaakt.

De loopgraven

Soldaten in een loopgraaf

Verdedigingslinies werden gevormd door:

  • De eerste linie, gevormd door voorposten, mitrailleursnesten e.d. Zij waren door kleine loopgraafjes met de hoofdlinie verbonden;
  • De hoofdlinie, die de eigenlijke loopgraaf vormde. Hier verbleven de soldaten, en konden ze zich verplaatsen;
  • Het achterland. Dit was via kleine loopgraafjes en spoorwegen met de hoofdlinie verbonden.

Tussen de Duitse en geallieerde loopgraven lag een strook modder, omgeploegd door granaatexplosies en infanterie, en bezaaid met landmijnen en prikkeldraad. Dit was het niemandsland. Het enige wat groeide op het niemandsland en in de loopgraven was de klaproos (papaver). Daarom staat deze rode bloem symbool voor de Eerste Wereldoorlog.

Het leven in de loopgraaf was een nachtmerrie. Loopgraven vormden, met name in het voorjaar, de winter en de herfst, modderige geulen waarin men tot de knieën in de modder zakte. Alles werd vochtig en smerig, en het water drong door kleren en laarzen heen. Dit leidde tot "loopgravenvoeten", het opzwellen, infecteren en afsterven van de voet door de vochtige en onhygiënische omstandigheden. Lijken lagen her en der en vormden een bron van infecties. Op etensresten kwamen ratten af, die zich in hoog tempo vermenigvuldigden. Slechts als het front langere tijd vastlag trad er enige verbetering in de leefomstandigheden op.

Soldaten in een loopgraaf

Bij offensieven was het nog erger. De verdedigers werden aan artilleriebombardementen blootgesteld, soms dagenlang. Vervolgens trokken de aanvallers troepen samen en richtten de artillerie op de vijandelijke loopgraaf. Als (men dacht dat) alle vijandelijke artillerie en mitrailleursnesten uitgeschakeld waren viel de infanterie aan, onder dekking van granaatvuur. Soms was de coördinatie niet goed: dan verloren de soldaten hun dekking of werden door de eigen artillerie beschoten. Dit werd overigens ook opzettelijk gedaan als de infanterie niet snel genoeg opschoot. Zo maakten de soldaten de oversteek over het niemandsland naar de vijandelijke loopgraaf.

De verdedigers wisten echter meestal al door de dagenlange bombardementen wat er zou gaan gebeuren en trokken zich deels terug of groeven zich diep in. Hierdoor ontstond een saillant, waarin de aanvallende infanterie klem kwam te zitten. Mitrailleursnesten aan de flanken openden het vuur en verdedigende infanterie rukte op terwijl de eigen artillerie vaak te traag was omdat deze vast kwam te zitten in de modder in het niemandsland. Nu geheel zonder dekking werd de aanvallende infanterie vrijwel geheel afgeslacht, in veel gevallen tot en met de laatste man. In 1915 vonden dergelijke kleinere aanvallen regelmatig plaats.

Duitsers hadden over het algemeen beter leefbare loopgraven dan de geallieerden. De geallieerden rukten vaker op dan de Duitsers en konden zo niet lang op dezelfde plaats blijven. Naast alle smerigheid die ook veel ziektes met zich mee brachten waren ook zaken als continue angst, eenzaamheid en eentonigheid een hel voor de soldaten.

Tijdens dagenlange beschietingen of ten tijde van code rood moet de angst om te sterven ondraaglijk zijn geweest. Er zijn verhalen over soldaten die een sigaret opstaken en door het oplichten hiervan een doelwit voor sluipschutters werden. Hier komt het bijgeloof vandaan dat nooit met een vuurtje meer dan één sigaret aangestoken mag worden - dit gaf sluipschutters immers voldoende tijd om te richten.

Eenzaamheid kwam veel voor. Vriendschappen tussen mannen hielden zelden langer dan één maand stand, mede door de enorme aantallen slachtoffers. Eenzaamheid resulteerde in allerlei vreemde symptomen. Sommige mannen sloten vriendschappen met ratten of voorwerpen en beschouwden hen als familie, anderen praatten voortdurend in zichzelf of tegen dode lichamen. Het ontbreken van vrouwen resulteerde in seksuele relaties tussen de mannen.

De eentonigheid van een soldatenbestaan in combinatie met bovenstaande zorgde na de oorlog bij overlevenden voor het zogenaamde 'loopgravensyndroom'. Veel mannen konden hun oude leven niet meer oppakken en bleven leven met dezelfde eigenaardigheden als in de loopgraven.

Belgische vluchtelingen

Graven van Belgische vluchtelingen op de begraafplaats van het Nederlandse dorp Veenhuizen (Drenthe) (2009)

Na de Duitse inval sloegen miljoenen Belgen op de vlucht. Honderdduizenden trokken via Oostende en Zeebrugge naar Engeland. Evenveel trokken verder naar Frankrijk. Meer dan 1 miljoen vluchtelingen trokken naar Nederland. Onder deze vluchtelingen bevonden zich ook een 35.000 militairen, die werden geïnterneerd. Nederland was als neutraal land zogezegd gebonden ervoor te zorgen dat troepen en middelen van de strijdende partijen die op haar grondgebied terechtkwamen niet meer aan de strijd zouden kunnen deelnemen. Duizenden “gemotiveerde" Belgische militairen zouden ontsnappen om via Groot-Brittannië en Frankrijk, toch terug deel te nemen aan de oorlog.

De vluchtelingen werden in eerste instantie zeer warm onthaald. De verontwaardiging over het schenden van de neutraliteit van het kleine land, en de bewondering voor haar standvastigheid waren groot. De groep vluchtelingen was echter zo groot dat al snel problemen ontstonden met huisvesting en gezondheidszorg. De Belgische overheden riepen vluchtelingen op terug te keren naar het, nu bezette, vaderland. Het grootste deel van de oorlogsvluchtelingen keerde voor het einde van het jaar daadwerkelijk terug naar huis. Meer dan 100.000 Belgen bleven echter in Nederland achter. Onder hen de gezinnen van geïnterneerde militairen. Van deze groep werden diegenen die niet zelf in hun levensonderhoud konden voorzien (ongeveer 20.000) ondergebracht in toevluchtsoorden te Gouda, Uden, Nunspeet en Ede die onder toezicht stonden van de Nederlandse overheid, en waar de Belgen tot het einde van de oorlog in zeer goede omstandigheden werden gehuisvest. Inspecties van het internationale Rode Kruis onder leiding van Zwitserland, hebben dit meermaals bevestigd.

De vluchtelingen in Groot-Brittannië stichtten werkelijk hele Belgische koloniën met alles erop en eraan. Typerend zijn de katholieke kerken en gemeenschappen in een overwegend protestants land. Vele duizenden Belgische kinderen zullen hun eerste of plechtige communie doen in Groot-Brittannië, het Belgisch leven liep er gewoon verder. De gevluchte Belgen die niet naar het front moesten, zetten zich aan het werk in hun gastland. In Frankrijk wordt de inzet en ijver van de Belgen gewaardeerd door de fabrieken en de boeren. Bij de rijkere burgerij stonden Belgische dienstmeisjes goed aangeschreven.

In het hele Britse Rijk en in vele neutrale landen werden inzamelacties ondernomen om de Belgen te helpen. Vrouwenorganisaties in Australië, Nieuw-Zeeland en Canada zamelden geld en kleding in voor de Belgen. Ze bakten cake die ze op markten verkochten, terwijl hun mannen en zonen bij bosjes sneuvelden in Vlaanderen. De neutrale Scandinavische landen deden hetzelfde, evenals de Noord en Zuid-Amerikanen. De Deense regering bijvoorbeeld, betaalde alle kosten voor één van de vluchtelingenkampen in Nederland.

Na de oorlog zouden de belangrijkste Amerikaanse universiteiten nog een grote inzamelactie houden, om de universiteitsbibliotheek van Leuven te herbouwen. In mei 1940 deden de Duitsers helaas hun vernietigend werk nog eens over.

De kerstbestanden

Rond Kerstmis 1914 hadden de weersomstandigheden oorlogshandelingen onmogelijk gemaakt en lagen beide legers tegenover elkaar in de loopgraven. Een sfeer van "leven en laten leven" ontstond. Rond Kerstmis gingen soldaten zelfs bij de vijand Kerstmis vieren in de loopgraaf, rondom een kerstboom, en werden cadeaus uitgewisseld. De dag erna volgde een voetbalwedstrijd in het niemandsland, die de Duitsers overigens wonnen. De merkwaardige situatie aan deze fronten duurden slechts enkele dagen. Men waarschuwde elkaar zelfs als er een aanval zou komen. Als er in de loopgraven bezoek kwam van de legerleiding werd de tegenstander hiervan verwittigd en werd er duchtig heen en weer geschoten, over de hoofden heen. Het initiatief voor dit bestand werd aanvankelijk op Kerstavond door de Duitse troepen genomen. De dag nadien werden alle lijken die nog in het niemandsland lagen geruimd.

De eerste kerstbestanden ontstonden in Vlaanderen op initiatief van Duitse soldaten en dan nog vooral Saksische en Beierse troepen. De Pruisische troepen namen nooit deel aan deze bestanden. Langs de andere zijde waren het vooral Britse troepen die deelnamen aan deze verbroederingen. In mindere mate participeerden Belgen en Fransen.

Een van de merkwaardigste voorvallen deed zich voor in Diksmuide waar op tweede Kerstdag de Duitse soldaten (een regiment uit Beieren) aan de Belgische soldaten aan de overkant vroegen of er een priester aanwezig was.

Even later kwam de Belgische commandant Lemaire ter plaatse met de regimentspriester, Sabin Vandermeiren. Zij werden aangesproken door een Beierse commandant met een Engelse naam: majoor John William Anderson. Deze laatste had in de kolenkelder van een veldhospitaal een gouden monstrans gevonden en wenste deze terug te geven aan de Belgen. De overdracht gebeurde op de dichtgevroren IJzer. De monstrans staat nu tentoongesteld in de IJzertoren te Diksmuide.

De geallieerde en Duitse opperbevelhebbers raakten echter in paniek. Men zag dit als muiterij en hoogverraad. De vaderlandstrouw van de soldaten was echter sterker: de Kerstbestanden waren slechts een poging geweest er het beste van te maken, omdat er wegens de weersomstandigheden toch geen offensieven te verwachten waren. Toen het voorjaar eenmaal begonnen was, gingen dezelfde soldaten elkaar weer te lijf. Desalniettemin nodigden de Duitse soldaten de geallieerde manschappen opnieuw uit voor een kerstbestand toen Kerstmis 1915 naderde. Ondanks dreigementen van officieren gingen de soldaten hierop in, en opnieuw vonden taferelen van verbroedering plaats.

De legerleiding was furieus. In de herfst van 1916 dreigde de legerleiding de artillerie op de infanterie te richten als die zich op vriendschappelijke wijze met de vijand inliet. Lagere officieren en soldaten zouden standrechtelijk worden geëxecuteerd. Duitse of geallieerde soldaten die met Kerst 1916 het niemandsland betraden of contact zochten met de vijand vlogen de kogels nu om de oren. Er kwam geen kerstbestand dit jaar, en in 1917 evenmin.

Chemische en biologische oorlogvoering

Australische infanteristen bij Ieper dragen gasmaskers, 1917.

In de eerste maand van de oorlog, augustus 1914, vuurden Franse soldaten traangas (xylylbromide) naar de Duitsers en waren daarmee dus de eersten die gifgas gebruikten. Het Duitse leger was echter het eerste dat intensief onderzoek deed naar gifgas, onder leiding van de eminente Duitse chemicus Fritz Haber, en was het eerste dat het in 1915 op grote schaal gebruikte.

Aan het Russische front werd in de Slag bij Warschau door de Duitsers voor de eerste keer xylylbromide ingezet, maar het gas condenseerde door de lage temperatuur en bevroor zelfs. Later werden voor het eerst op kleine schaal aan het oostfront chloorgascilinders ingezet. De verbaasde officieren zagen hun soldaten in groene wolken verdwijnen, en neervallen. Een aantal rende terug, schreeuwend dat de Duitsers hen met een "groene mist" vergiftigden.

Na dit experiment gebruikten de Duitsers het gas in de Tweede Slag om Ieper. Meer dan 5000 cilinders chloorgas werden opengezet. De Franse verdedigende regimenten raakten bevangen door het gas en een gat van 6 km ontstond. De Duitsers hadden echter ook deze aanval bedoeld als experiment, en hadden niet op zo'n succes gerekend. Er waren dan ook geen soldaten voorhanden om door te stoten. Na dit succes ontstonden diverse soorten chemische oorlogswapens. Er werden tests uitgevoerd (1917) met mosterdgas. Ook probeerden Duitse en later ook Franse wetenschappers ziektekiemen in diverse bommen te stoppen. Vooral de pest was populair onder dit gezelschap. De eerste stappen richting serieuze biologische oorlogvoering waren begonnen.

De wapens werden later ook door de geallieerden gebruikt. De eerste gasmaskers deden hun intrede, gevolgd door meer geavanceerde gassen, en betere methoden om ze op het slagveld in te zetten. De eerste gasmaskers waren primitief (bijvoorbeeld een lap gedrenkt in water of urine) en hielpen nauwelijks. Pas na uitgebreid onderzoek verbeterden de gasmaskers aanzienlijk wat de effectiviteit van de toch al zeer dure chemische wapens niet ten goede kwam.

Muiterij

Naar aanleiding van de enorme verliezen, niet alleen tijdens de grote slagen, maar ook door de verliezen bij talloze kleinere slagen, brak bij de Franse soldaten het besef door dat domweg aanvallen gelijk stond aan zelfmoord. Toch wist de legerleiding geen betere tactiek te bedenken. Vele soldaten gingen in 1917 over tot muiterij, soms zelfs met hele regimenten tegelijk. In feite is muiterij een erg groot woord, de soldaten kwamen namelijk niet in opstand, maar staakten. Ze weigerden orders uit te voeren.

Dit bracht de geallieerden in grote paniek. Als de Duitsers hierachter kwamen en direct aan zouden vallen, zouden ze zo het hele front van Amiens tot aan Verdun kunnen oprollen om vervolgens naar Parijs te wandelen. Generaal Pétain, de nieuwe opperbevelhebber, besloot met de soldaten te praten. Dit deed hij door enerzijds loyale artillerie op muitende regimenten te richten, maar anderzijds een betere verlofregeling te verlenen en het Franse leger niet meer in te zetten voor offensieven. Duizenden muiters zijn vermoedelijk gedood of geëxecuteerd, maar de Duitsers zijn er niet achter gekomen. Pétain hield woord: er werden door het Franse leger geen grote offensieven meer uitgevoerd.

De luchtoorlog

Video van bommenwerpers

Aanvankelijk speelde de luchtoorlog een bescheiden rol. Vliegtuigen werden, zoals in de Balkanoorlogen, slechts ingezet voor verkenningsvluchten. Het eerste luchtgevecht vond plaats toen in augustus 1914 een Servisch verkenningsvliegtuig een Oostenrijks-Hongaars toestel tegenkwam. De piloot trok een revolver en schoot op het Servische toestel. Meteen werden alle piloten met revolvers uitgerust, later volgden boordmitrailleurs.

Verkenning was en bleef het voornaamste doel van de vliegtuigen. Bombardementen kwamen ook voor, maar hiervoor moest de piloot de bom tussen de benen houden en zelf het toestel uitwerken. Ook werden wel zeppelins ingezet. Deze kolossen konden meer bommen vervoeren, en werden door de Duitsers veelvuldig ingezet om Londen te bombarderen. Zij waren echter ook een makkelijk doelwit en zeer kwetsbaar, omdat ze zo groot waren en met waterstof waren gevuld. Naast verkenning en bombardementen, was intimidatie van de bevolking een doel van de inzet van vliegtuigen en zeppelins.

Bekend waren de vele "dogfights" tussen de Duitse en geallieerde vliegers. Manfred von Richthofen, oftewel de Rode Baron, behaalde 80 overwinningen. De Fransman René Fonck bleef hier met 75 niet ver achter. Hermann Göring, de latere luchtmaarschalk en nazipartijbons, was ook oorlogsvlieger.

Amerikaanse oorlogsdeelname

Duitsland beantwoordde de blokkade van de geallieerden met het duikbootwapen. Duitse duikboten schuimden de zeeën af en torpedeerden koopvaarders. Behalve geallieerde schepen, werden ook wel eens neutrale schepen getroffen, zoals de Lusitania. Dit werd de Duitsers door veel neutralen zeer kwalijk genomen.

In 1917 zaten de Duitsers met een probleem. De nood steeg steeds hoger maar er zat geen beweging in de fronten. Een poging om de Engelse vloot te vernietigen en zo de blokkade te breken was in 1916 met de zeeslag bij Jutland mislukt. De Duitsers vernietigden meer schepen dan de Britten, maar waagden zich niet meer op open zee. Een onbeperkte duikbootoorlog zou de kans geven om Engeland te isoleren en tot overgave te dwingen. Dit zou echter kunnen leiden tot een oorlog met de reeds kwade Verenigde Staten.

De Duitsers zetten het plan toch door, maar trachtten Japan en Mexico tot de Centralen te doen toetreden om zo de Amerikanen af te leiden. Een telegram met deze strekking (Zimmermanntelegram) werd echter onderschept. Naar aanleiding hiervan, en van de onbeperkte duikbootoorlog kon de vanaf het begin op geallieerde handen zijnde president Woodrow Wilson het Amerikaanse parlement overtuigen om Duitsland op 6 april 1917 de oorlog te verklaren. De Mexicanen hadden echter net een burgeroorlog achter de rug en hadden geen behoefte aan een nieuwe oorlog, terwijl ook Japan bedankte voor de eer.

De Amerikaanse aanwezigheid had, vooral in het begin, een louter psychologische waarde. Zo kolossaal als de Amerikaanse marine was, zo klein was hun landleger. Er was mankracht genoeg, maar er was onvoldoende bewapening. Kanonnen moesten van de Britten worden geleend. De Duitsers zagen echter een nieuw leger tegenover zich dat steeds verder aangroeide. Hun duikboten waren onvoldoende om de oorlogskonvooien tegen te houden. De tijd werkte in hun nadeel: steeds meer troepen stroomden Europa binnen, en de ongeschonden Amerikaanse wapenfabrieken draaiden op volle toeren. De slag aan de Schelde werd uitgevochten met een belangrijke inzet van Amerikaanse grondtroepen. Het Flanders Field American Cemetery and Memorial is hiervan een stille getuige.

Lijst van de belangrijkste veldslagen aan het westfront

De forten van Antwerpen waren gebouwd om de zwaarste kanonnen uit het tijdperk, de Franse 27 cm, te kunnen weerstaan. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden de Duitsers echter 30,5 cm en 42 cm mortieren die krachtig genoeg waren om de betonnen muren te doorboren. Op 2 oktober 1914 trok koning Albert I het leger terug tot achter de Rupel-Netelinie en werden de forten verlaten. Ze werden door de Duitsers ingenomen en gebruikt als munitiedepot.

Op het begin van de Eerste Wereldoorlog wist het leger van de Britse generaal French 48 uur lang nabij Bergen de Duitse troepen van Von Kluck tegen te houden.

In de laatste dagen van de oorlog werd er nog slag geleverd om Bergen. Uiteindelijk, vroeg in de morgen van 11 november 1918, bevrijdden de Canadezen de stad na drie dagen heftige strijd.

In 1914 viel Cambrai in Duitse handen. Tussen 20 november en 3 december 1917 werd hier voor het eerst succesvol gebruikgemaakt van tanks.

Andere belangrijke gevechten:

Het einde

Na de vrede met Rusland werden de Duitse troepen van het oostfront, voor zover ze niet als bezetting gebruikt werden, naar het Westen gebracht. Er keerden ongeveer een half miljoen soldaten terug vanuit het Oosten. In de zomer van 1918 besloten de Duitse generaals Hindenburg en Ludendorff met deze troepen nog één keer alles op alles te zetten. De Duitsers vielen aan het westfront op drie punten aan:

  1. Een offensief aan de Marne tegen de Fransen;
  2. Een offensief aan de Somme om een wig te drijven tussen de Fransen en Britten;
  3. Een offensief tegen de Britten en Belgen bij Ieper in Vlaanderen.

Op het eerste gezicht waren de offensieven aan het westfront succesvol: de loopgraven werden verlaten en een flinke terreinwinst werd geboekt door de Centralen. De Centralen stonden op 50 kilometer van Parijs.

Ook begonnen de Duitsers samen met Oostenrijkse troepen een zeer succesvol offensief tegen Italië in de Alpen. De Italiaanse troepen werden honderden kilometers teruggedreven het eigen land in. De Italiaanse legerleiding werd ontslagen en het toch al lage moreel bij de Italiaanse troepen was compleet gebroken.

De offensieven liepen na verloop van tijd echter vast. Ondanks dat de Italianen totaal niet in staat waren enige significante tegenstand te bieden, was het Oostenrijkse leger aan het einde van de zomer oorlogsmoe en kon het niet meer op eigen kracht verder Italië intrekken. Ook het offensief van de Duitsers aan het westfront liep weer vast in een nieuwe loopgravenstrijd.

De geallieerden namen het initiatief over en besloten in de herfst een derde front te openen en wel daar waar zij de meeste kans op een overwinning hadden: men landde een overweldigend groot leger van 900.000 geallieerde soldaten in de Griekse kuststad Thessaloniki, met als doel het aanvallen van Centralen-bondgenoot Bulgarije. Zo werd het neutrale Griekenland mee de oorlog ingesleept, maar met instemming van de Grieken zelf: zij zouden na de oorlog een deel van Centralen-bondgenoot Bulgarije toebedeeld krijgen. Ook startten de geallieerden een immens offensief aan het Westen, met hulp van de net gearriveerde Amerikanen, tegen Duitsland. Onder invloed van dit offensief, in combinatie met andere gebeurtenissen en een Duitse revolutie zouden de geallieerden de oorlog uiteindelijk gaan winnen.

De Val van de Centralen in de herfst van 1918 kwam snel. Na wat veldslagen werd Bulgarije verslagen en tekende het land een wapenstilstand op 29 september 1918. Ook de opstand van de Arabieren tegen het Ottomaanse Rijk bracht interne verdeeldheid en de Ottomanen capituleerden op 30 oktober 1918 voor de Fransen en de Britten. De Britten en Fransen verdeelden het Midden-Oosten. Later zou onder andere de problematiek in Israël nog lang onder Britse heerschappij plaatsvinden.

Het is een misvatting te denken dat de geallieerden sterke oorlogsinspanning maakten tegen Oostenrijk-Hongarije. Italië was al nooit een sterke partij geweest, maar het leger lag nu compleet overhoop. Er speelde andere problematiek in Oostenrijk-Hongarije: het land was zelf oorlogsmoe en er was veel interne verdeeldheid. Slavisch nationalisme speelde tegen het einde van de oorlog een steeds grote rol in de Habsburgse monarchie. Op 18 oktober 1918 verklaarde Tsjechoslowakije zich onafhankelijk. Hierna volgden verschillende Slavische minderheden (Kroaten, Serven, Bosniërs) en uiteindelijk zegde zelfs Hongarije de dubbelmonarchie met Oostenrijk op. Er bleef een rompstaat van Oostenrijk over. Men vroeg de Italianen om een wapenstilstand, maar dezen weigerden. Het Italiaanse leger zag zijn kans schoon en veroverde snel de voorheen verloren gegane gebieden terug en dreef de Oostenrijkers steeds verder terug. Doel was de stad Triëst aan de Adriatische kust. Na afloop van de oorlog kregen de Italianen diverse regio's toebedeeld, waaronder het Duitstalige Zuid-Tirol. Echter vonden de Italianen dat zij te weinig hadden gekregen tijdens de onderhandelingen in het Franse Versailles. De Italiaanse onderhandelaar Orlando is zelfs boos weggelopen uit Parijs gedurende die onderhandelingen. Het facisme was daarna snel geboren in Italië en al in de Twintiger Jaren kwam Mussolini aan de macht.

Met de val van Oostenrijk-Hongarije wisten de Duitse generaals Hindenburg en Ludendorff dat het afgelopen was. Het moreel in het Duitse leger zakte tot een dieptepunt. Al niet te meer omdat de geallieerden met de Oostenrijkers overeen waren gekomen dat men troepen vrij mocht verplaatsen over het grondgebied: de hele Duitse zuidelijke landsgrens lag hiermee onder gevaar van invasie door de geallieerden. Bovendien waren de Duitse offensieven een maand of 2 eerder vastgelopen en bood de huidige situatie niets aan uitzicht op een overwinning. De Duitse legers hadden uiteindelijk aan alles gebrek en er dreigde revolutie. Bij monde van generaal Wilhelm Groener lieten zij de keizer weten dat zij niet langer op de trouw van het Duitse leger konden rekenen. Een verstijving van de weerstand in Vlaanderen was maar schijn: er was aan alles gebrek, tot uniformen toe. De Duitsers begonnen zich terug te trekken uit België en gaven uiteindelijk zelfs gebieden op die men 4 jaar lang had bezet. De geallieerden boekten immense terreinwinsten.

Een rebellie van matrozen sloeg over naar het hele land. De Duitse revolutie was begin november 1918 geboren. De keizer vluchtte naar Nederland, en de republiek werd uitgeroepen. Onderhandelingen, gevoerd door burgers, vonden plaats, en een wapenstilstand werd overeengekomen. (Het feit dat de overgave getekend werd door burgers en niet door militaire autoriteiten is zeer belangrijk: de nazi's maakten van dit feit later gebruik door de nederlaag te wijten aan "een dolksteek in de rug van de troepen door rode elementen". De volgende wereldoorlog werd wel door militairen beëindigd.) Op 11 november 1918, om 5 uur 's ochtends werd de wapenstilstand getekend door Foch en de Duitse delegatie, maar de wapenstilstand ging pas in om 11 uur. Tijdens deze laatste 6 uur vielen langs beide kant nog vele slachtoffers, terwijl de overgave al ondertekend was.

Het oostfront

Oostenrijkse en Hongaarse gevangenen van de oorlog in Rusland, 1915

Ondanks de mobilisatietijd van 42 dagen die het Von Schlieffenplan aan de Russen toerekende, vielen twee Russische legers reeds in augustus 1914 Oost-Pruisen binnen. Tegelijkertijd trokken zij de Oostenrijkse provincie Galicië binnen. Vooral de opmars in Galicië was in het begin succesvol. Na aanvankelijke paniek werden de legers door de nieuwe bevelhebbers Paul von Hindenburg en Ludendorff bij Tannenberg en de Mazurische Meren in augustus en september 1914 verslagen. Bij deze veldslagen hield het hele tweede Russische leger op te bestaan.

Aan het oostfront kwamen ook loopgraven voor, maar deze lagen verder uit elkaar en hadden het karakter van een tijdelijke verdedigingslinie. Er waren gewoon niet genoeg troepen om het 1200 km lange front op deze wijze te bezetten. De Duitsers gebruikten hier voor het eerst gifgas (traangas) tegen de Russen. Na de slag bij Lemberg namen de Russen grote delen van Galicië in. Gedurende de winter 1914/1915 en het voorjaar leverden Russische en Oostenrijkse troepen enkele malen slag in de Karpaten. De Duitsers kwamen hierop hun Oostenrijk-Hongaarse bondgenoten te hulp.

In het voorjaar van 1915 besloot de Duitse generale staf, omdat het westfront toch muurvast zat, om troepen naar het oostfront over te brengen. Tegelijkertijd bleek de Russische industriële basis te smal om de troepen van een constante stroom van kleding, voedsel, wapens, munitie, transportmiddelen en andere noodzakelijkheden te voorzien. Een groot offensief van de Centralen leidde tot een doorbraak. Op 5 augustus werd Warschau ingenomen. Midden 1915 waren de Russen hierdoor uit Polen verdreven. Deze gebeurtenis raakte bekend als de "grote terugtocht" in Rusland en de "grote opmars" in Duitsland.

De Russen organiseerden in 1916 nog het Broesilov-offensief tegen de Oostenrijkers in Galicië. Deze aanval leverde initieel een spectaculair succes, maar opnieuw kwamen de Duitsers de Oostenrijkers te hulp. Roemenië koos in 1916 de zijde van de geallieerden, maar werd door Duitsland, Oostenrijk en Bulgarije binnengevallen en bezet. De Russische offensieven liepen uiteindelijk vast met grote verliezen aan mensenlevens. De Russische oorlogsindustrie breidde zich snel uit, waardoor de uitrusting van de Russische legers zich verbeterde, maar voedseltekorten in de grote bevolkingscentra leidden tot onrust.

In Rusland braken hierop de revoluties van 1917 uit, waarna de communisten met de Duitsers begonnen te onderhandelen. De Russische legers waren inmiddels uiteengevallen en de Duitsers bezetten zonder slag of stoot de Oekraïne. De communisten sloten ten slotte de Vrede van Brest-Litovsk met de Duitsers, die hierdoor de beschikking kregen over een keten vazalstaten en de handen vrij kregen in het westen. Na de wapenstilstand moesten deze gebieden echter ontruimd worden, en bij het Verdrag van Versailles werd het Vrede van Brest-Litovsk nietig verklaard. Tevens moest al het Russische en Roemeense in beslag genomen goud worden teruggegeven.

De Balkan

Oostenrijk-Hongarije, dat immers de oorlog tegen Servië begonnen was, trachtte dit land drie keer te bezetten. Drie keer werden de Habsburgers teruggedreven. In 1915, na de toetreding van Bulgarije en Turkije tot de Centralen werd Servië vanuit Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije onder Duitse supervisie bezet. Bulgarije gaf er overigens daarna de brui aan. Zoals een generaal zei: "We hebben wat we willen (Macedonië), wij doen niets meer." De laatste Servische en geallieerde troepen werden naar Korfoe en Thessaloniki verdreven. De laatste stad werd door de Bulgaren omsingeld. In de herfst van 1918 landden de geallieerden echter een groot leger bij Thessaloniki en slaagden er in september 1918 in om door te breken en Bulgarije te verslaan. In Servië rukten ze op naar de Donau, terwijl Britse troepen langs de kust naar Istanbul oprukten.

Italië

Italië was voor de beloften van de geallieerden gezwicht. De Centralen zagen dit als verraad, aangezien Italië met Oostenrijk en Duitsland de Driebond had. Maar Italië was meer een last dan een steun, het economisch zwakke land moest door Groot-Brittannië van steenkool en krediet worden voorzien en de Italiaanse soldaten moesten steeds worden geholpen door Franse soldaten. Daarbij kwam ook nog dat ze alleen wensten te vechten voor de Oostenrijkse gebieden die ze op het oog hadden, puur op eigen gewin gericht dus. De Piëmontezen weerden zich kranig, maar bij de Zuid-Italiaanse troepen ontbrak de motivatie om te vechten.

De strijd die Italië voerde tegen Oostenrijk-Hongarije in de Eerste Wereldoorlog wordt ook wel de witte oorlog genoemd. Dit komt omdat de oorlog grotendeels in de Alpen afspeelden. Het Italiaanse leger stond onder bevel van de beruchte generaal Luigi Cadorna. Het leger van Oostenrijk-Hongarije kreeg hulp van Duitse troepen waarin onder andere Erwin Rommel dienst deed. De Italianen zochten in het begin van de oorlog vooral de aanval op omdat de Oostenrijk-Hongarische troepen zich konden verschansen op de berghellingen van de Alpen, hellingpercentage's van 30-40 procent waren geen uitzondering.. Onder leiding van Cadorna voerden de Italianen eenzelfde tactiek als aan het westfront. Echter, door het hoogteverschil in de Alpen verzandde elke aanvalspoging in een hopeloze slachtpartij. De gevechten concentreerden zich rond de rivier de Isonzo waar in totaal 12 slagen zouden worden geleverd. De Italiaanse tactiek bestond uit gesloten formaties die richting de stellingen van de vijand werden gestuurd. Na elf hopeloze slagen was het moraal van de Italianen tot een dieptepunt gezakt. Zelfs In vergelijking met de Geallieerde troepen aan het westfront was de uitrusting, rantsoenering, opleiding en betaling van de troepen van een dramatisch laag niveau. Cadorna's maatregelen tegen het dalende moreel werkten echter averechts, hij voerde onder andere de Romeinse straf van het decimeren weer in en het aantal executies was hoog. Door dit lage moraal kwam de Oostenrijk-Hongarische tegenaanval extra hard aan; op 24 oktober 1917 viel Oostenrijk-Hongarije gesteund door de Duitsers aan in wat de slag bij Caparetto zou gaan heten. De aanvallers gebruikten gifgasgranaten op hun tegenstanders wat leidde tot een gifgasaanval van een niveau wat dicht bij de slag bij Verdun lag. De Italiaanse verdediging was niet berekend op zo'n heftige aanval en moest 25 kilometer prijsgeven. Cadorna wilde niet toegeven dat er een fout was gemaakt en het Italiaanse opperbevel wachtte een week met een bevel voor terugtrekken. Door het enorme verlies aan manschappen en algemeen falen dwongen de Britten en de Fransen Cadorna zijn positie af te staan aan Armando Diaz. Later konden de Italianen hun verliezen wel weer goedmaken, maar toen was Oostenrijk-Hongarije in elkaar gestort en werd er nauwelijks tegenstand meer geboden. De Italianen konden nog wel delen van Tirol en het Slovenië bezetten.

Het grote aantal slachtoffers zorgde tijdens de oorlog al voor een sterke revolutionaire sfeer onder de soldaten (vooral communistisch). Na de oorlog ontstond grote maatschappelijke onvrede over de door de oorlog veroorzaakte slachtoffers en slechte economie, ook vond men dat de Geallieerden hun beloften niet waren nagekomen en niet alle beloofde gebieden aan Italië had toegewezen bij het Verdrag van Versailles. Dit zou uiteindelijk leidden tot de opkomst van de fascisten en Benito Mussolini in 1922.

Het Midden-Oosten

Britse artillerie voor de inname van Jeruzalem in 1917

Voordat de oorlog uitbrak, had het Ottomaanse Rijk goede contacten met onder andere de Britten en de Duitsers, die hen sporadisch hadden geholpen in de oorlogen tegen het Russische Rijk. Het Ottomaanse Rijk werd toen geregeerd door het driemanschap van de Jonge Turken. De Russen en de Britten kozen er echter voor om deze keer samen te werken. Enver Pasja, de meest invloedrijke Jonge-Turk, had een sterke voorkeur voor Duitsland en een grote afkeer van het Russische Rijk, dat het Ottomaanse Rijk in de Balkan, de Krim en de Kaukasus zo had vernederd de voorgaande decennia. Op 2 augustus 1914 tekenden de Turken en Duitsers een geheime overeenkomst en op 5 november verklaarden de Turken de geallieerden de oorlog. De leiding van het Ottomaanse Rijk zag de oorlog als de laatste kans om de aan Rusland verloren gebieden rond de Zwarte Zee terug te nemen.

De Turken streden op vier fronten: In het westen van het Rijk werden enkele aanvallen van Britten en Fransen op het schiereiland Gallipoli met succes afgeweerd. In het Midden-Oosten werd een felle strijd geleverd tegen het Verenigd Koninkrijk en de door hen gemobiliseerde nationalistische Arabische strijders. De Britten vielen met deze legers, die naast Britse onderdanen en Arabieren voornamelijk uit Islamitische Indiërs bestonden, meermaals olierijke locaties in zuid-Perzië en Irak aan, en openden daarnaast een front in Palestina, vanuit hun bases in Egypte. De Kaukasuscampagne tegen Rusland was misschien wel de zwaarste voor het Ottomaanse Rijk, ook hier werd strijd geleverd om olievelden, die van Azerbeidzjaan. In het noorden van Perzië streden de Ottomanen, samen met de Turkstalige volken van Perzië en met hulp van Duitse en Zweedse officieren, tegen de legers van de Russen en de Britten, het doel van de strijdende partijen was om de olievelden van Perzië zeker te stellen. Het Ottomaanse Rijk had daarnaast nog de doelstelling om zo een landverbinding te maken naar de Turkse volkeren van Centraal-Azië en China.

De Ottomanen riepen, op Duits aandringen, een jihad uit tegen de geallieerden, om zo de steun van de Arabieren en andere moslims te proberen te vergaren. Dit had echter weinig succes. De Arabieren waren ontevreden over de Turkse overheersing en werd onafhankelijkheid beloofd door de geallieerden als zij mee zouden strijden tegen de Turken. De Britten, met name Lawrence of Arabia, wisten Hoessein ibn Ali, de Sjarief van Mekka in Arabië, over te halen om aan hun zijde mee te vechten. De Arabieren en de Britten verdreven de Turken tijdens de zogenaamde Arabische opstand.

Armeense vrijwilligers in het Russische leger streden in de Kaukasus

In de Kaukasus streden de Turken met wisselend succes tegen Rusland. Veel Armeniërs, een van de grootste bevolkingsgroepen in het oosten van het Rijk, sloten zich aan bij de Russen in de hoop een eigen nationale staat te kunnen stichten. De Turkse legerleiding vertrouwde de Armeniërs hierdoor tijdens de oorlog zo weinig dat ze de deportatie van de gehele Armeense bevolking naar de Syrische woestijn bevolen. Dit leidde tot de Armeense genocide, die naar schatting 500.000 tot 1,5 miljoen slachtoffers maakte. Na de Russische Revolutie heroverde het Turkse leger de Kaukasus, maar het moest zich in 1918 toch overgeven.

Na de oorlog werd het gebied opgedeeld in verscheidene protectoraten. Frankrijk, Engeland en Rusland kregen elk een deel van het Midden-Oosten en Turkije zelf werd in 1920 met het Verdrag van Sèvres opgedeeld onder de Grieken, Russen, Italianen, Armeniërs, Fransen en Britten. De oorlog in het midden oosten zette zich echter voort in de vorm van meerdere onafhankelijkheids-oorlogen, zoals de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog, die het verdrag van Sèvres ongeldig maakte.

Afrika en Azië

Duitslands (bescheiden) koloniale rijk werd relatief gemakkelijk ontmanteld. Overal waren de Duitsers numeriek ver in de minderheid en afgesneden van hun moederland. Duits Togoland, Kameroen en Duits Zuidwest-Afrika werden in 1914 en begin 1915 al door de geallieerden bezet. Een leger van 60.000 Japanners omsingelde het kleine Duitse garnizoen van Kiautschou. Ook verscheidene Pacifische eilanden werden door de Japanners bezet, terwijl de Britten vanuit Australië Keizer Wilhelmsland en de Salomonseilanden bezetten.

China verklaarde Duitsland de oorlog en stuurde duizenden arbeiders naar de loopgraven voor ondersteunend werk. Japan heeft na de bezetting van de Duitse koloniën en concessies geen man naar het front gestuurd, maar stelde wel een ultimatum aan China (de geallieerden floten Japan overigens terug). Het toewijzen van de Duitse concessies in China aan aartsvijand Japan is Woodrow Wilson door de Chinezen, en ook door veel Amerikanen, bijzonder kwalijk genomen.

Slechts in Duits Oost-Afrika, het latere Tanzania, hielden de Duitsers onder leiding van Paul von Lettow-Vorbeck stand tot na de wapenstilstand van 1918.

De Spaanse griep

In 1918 verspreidde zich een griepgolf over de wereld. Het bestaan hiervan werd bekend via de Spaanse media die begonnen te berichten over een griepgolf waaraan mensen stierven. Hierdoor was de griep al snel bekend als de Spaanse griep. Deze griepgolf bleek afkomstig van de Amerikaanse troepen die naar Europa waren gezonden. De Amerikanen besmetten ook andere legerkorpsen: de Engelsen, de Fransen en uiteindelijk ook de Duitsers. Toen de troepen na de oorlog terugkeerden, verspreidde de griep zich door de feestelijke parades waarin de troepen onthaald werden.

In tegenstelling tot de meeste ziekten doodde de Spaanse griep niet alleen kleine kinderen en bejaarden, maar ook personen in de leeftijd 20-40 jaar. Bovendien was de weerstand van veel personen ondermijnd door de schaarstes ten gevolge van de oorlog. Conservatieve schattingen gaan ervan uit dat deze pandemie 20 miljoen doden eiste, maar sommige schattingen gaan zelfs uit van 100 miljoen. Wanneer men deze slachtoffers meetelt als doden ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog, komt het totale dodental uit op 119 miljoen, waarmee de Eerste Wereldoorlog het dodelijkste conflict is dat de mensheid ooit heeft gekend, de Tweede Wereldoorlog inbegrepen.

Gevolgen

De oorlog had naast de direct aangerichte schade een groot aantal staatkundige, economische en maatschappelijke gevolgen.

Slachtoffers

  • Een direct gevolg van de strijd betrof uiteraard de verwoesting van het leven van vele mensen in de betrokken gebieden. Miljoenen jonge mannen (in de oorlogvoerende staten een groot gedeelte van de generatie 16- tot 30-jarigen) hadden het leven gelaten als dienstplichtig of vrijwillig militair, velen waren verminkt voor het leven, en miljoenen burgers waren vluchteling geworden. Onderstaand kaartje laat zien hoeveel soldaten per oorlogvoerend land op de been werden gebracht en hoeveel dodelijke slachtoffers er vielen. In de aantallen aangegeven voor Engeland zijn tevens de gebieden meegeteld die destijds deel uitmaakten van het Britse Rijk.
Aantal gemobiliseerden en doden in de Oorlog

Staatkundig

  • De Eerste Wereldoorlog heeft de kaarten van Europa en de wereld grondig door elkaar geschud. Nieuwe staten ontstonden in Europa en het Midden-Oosten. Uit de nieuwe grenzen zouden nog talloze internationale conflicten ontstaan;
  • In Rusland was het communisme aan de macht gekomen, de Sovjet-Unie zou ontstaan.
  • De Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie was verdwenen. De Balkan bestond nu uit losse staten.
  • Op de Balkan werd het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen gevormd, dat in 1929 werd omgedoopt tot Koninkrijk Joegoslavië.
  • Het Duitse keizerrijk werd vervangen door een democratische republiek, de Weimarrepubliek.
  • Europa was door de oorlog verzwakt geraakt. Later, na de Tweede Wereldoorlog, zouden de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten de leiding over de zwaarst getroffen staten op zich nemen.
  • Het Ottomaanse Rijk dat inmiddels al circa 800 jaar over het Midden-Oosten heerste, is gevallen. Republiek Turkije is ontstaan.

Economisch en maatschappelijk

  • Naast de directe schade was ook de economische schade enorm. Landen als Frankrijk, Duitsland, Italië en Groot-Brittannië kampten met een enorme schuldenlast, terwijl vooral in de vroegere gevechtszones veel fabrieken etc. in puin lagen;
  • Het "onschuldige Verlichte Europa" van de 19e eeuw was verdwenen. Staten stelden zich hard tegen elkaar op. Douanetarieven werden ingevoerd of verhoogd, en in de jaren 30 devalueerden landen hun valuta zonder overleg met andere landen. Niet samenwerking, maar wantrouwen en antagonisme was het motto. Dit verergerde de Grote Crisis die van 1929 tot de jaren 30 duurde;
  • Behalve op staatsniveau had dit ook op het niveau van de "gewone man" zijn werking. Autoritaire ideologieën zoals communisme en fascisme kwamen op. Deze werden mede gevoed door verbitterde veteranen, die door hun ervaringen psychisch ontwricht waren en niet meer in de maatschappij pasten. Zij vonden hun heil in diverse knokploegen die zich lieerden aan politieke bewegingen. Voorbeelden waren de SA, Fasci di Combattimento, Pijlkruisers, de IJzeren Garde, en de knokploegen van de KPD (Kommunischtische Partei Deutschlands). Gematigden zaten klem tussen deze twee gewelddadige vuren. In veel landen werd de democratie dan ook door een autoritair regime vervangen;
  • De knokploegen, bestaande uit verbitterde veteranen, gingen vechtpartijen aan. Met elkaar, met gematigden, of met iedereen wiens gezicht hen niet aanstond, dat maakte niet uit. Een aantal historici ziet hier een oorzaak voor de "brutalisering" van de samenleving ("zinloos geweld");
  • Arbeiders en soldaten uit koloniën raakten "geïnfecteerd" met nationalisme en communisme. De "superieure blanken" gebruikten de hulpbronnen van de koloniën om elkaar de hersens in te slaan. De kiem voor de latere bevrijdingsbewegingen als Vietminh en PKI werd zo gelegd;
  • De geallieerden legden de Centralen harde vredesvoorwaarden op. Grenzen werden vrij willekeurig getrokken, waarbij politieke belangen zwaarder wogen dan die van de mensen die er toevallig woonden. Behalve vluchtelingenstromen leverden de verdragen ook latente haat- en wraakgevoelens op. In de Tweede Wereldoorlog zouden deze hun uiting vinden. De Tweede Wereldoorlog wordt dan ook wel door veel historici beschouwd als voortzetting van de Eerste Wereldoorlog. Sommigen spreken zelfs over de Europese burgeroorlog van 1914 - 1945.
  • Het concept van de "totale oorlog" werd geboren;
  • Vakbonden werden beloond voor hun steun aan de oorlog met erkenning;
  • Hetzelfde gold voor de strijders wat betreft het stemrecht: het algemeen enkelvoudig stemrecht (één man, één stem) en (later) vrouwenkiesrecht werden ingevoerd;
  • In België legde de oorlog ook de taalwantoestanden bloot. Franstalige officieren (achter het front) gaven bevelen aan Vlaamse soldaten aan het front. Het gaf een impuls aan de taalstrijd.
  • Vrouwen hadden de open plaatsen in fabrieken en werkplaatsen moeten invullen. Dit leverde hen een vrijheid op die ze vroeger nooit hadden gehad. Ze beseften dat ze veel mannenwerk best zelf konden doen, en kregen meer zelfvertrouwen. Vrouwen gaven na de oorlog hun positie niet op, waardoor het feminisme een enorme impuls kreeg.

Vergeefs

Frans monument ter ere van de gesneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog

Het was een oorlog die begon met de militaire tactieken van de Frans-Duitse Oorlog van 1870. Met charges van de cavalerie, massale inzet van de infanterie en al even massale als vergeefse bajonetaanvallen. Aan Franse kant was bijvoorbeeld deze tactiek uitentreuren beoefend. De naam voor deze tactiek (het Elan genaamd) van de aanval met grote groepen infanterie in een offensieve vorm luidde: Offensive à Outrance (aanval tot het uiterste). Het was ook een oorlog die zou eindigen met de tactieken van de Tweede Wereldoorlog: in deze oorlog namen tanks en vliegtuigen voor het eerst deel aan de strijd. Maar het was bovenal de oorlog die een hele generatie Europeanen uit zou roeien. In totaal vielen er bijna negen miljoen doden; wel overwegend militairen. Burgerslachtoffers waren er in deze oorlog nauwelijks, hoewel de Duitsers zich tijdens hun inval in België bijzonder rigide gedroegen tegenover de Belgische burgerbevolking. Duizenden burgers werden vermoord.

Keizer Wilhelm II schreef na de oorlog in zijn ballingsoord Doorn in zijn Kriegserrinnerungen:

"Wanneer ik terugdenk aan die moeilijke vier oorlogsjaren met hun hopen en verslagen, met hun schitterende zegepralen en hun verliezen aan kostbaar bloed, dan ontgloeit in mij een gevoel van vurigen dank en van onvergankelijke bewondering voor de weergalooze daden van het Duitse volk in de wapenen..."

Naamgeving

De Eerste Wereldoorlog wordt zo genoemd omdat het als de eerste oorlog gezien werd waar landen uit "de hele wereld" actief of passief bij betrokken waren.
Hoewel later de veel grotere Tweede Wereldoorlog uitbrak wordt de Eerste Wereldoorlog nog steeds ook wel de Groote Oorlog genoemd (al dan niet volgens deze oude spelling), al werd de naam Eerste Wereldoorlog al in 1920 door luitenant-kolonel Repington gebruikt in zijn boek The First World War 1914-18; hij voorzag al dat de Eerste Wereldoorlog een tweede uit zou lokken.
Ook de Franse generaal Foch zag dit aan komen: hij noemde het Verdrag van Versailles niet een vrede, maar een wapenstilstand voor 20 jaar. De naam "Eerste Wereldoorlog" is aanvechtbaar, omdat de Zevenjarige oorlog in de 18e eeuw reeds in zowel Europa, Amerika als Azië werd uitgevochten.

Overlevenden

Zie Laatste veteranen van de Eerste Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vandaag de dag zijn er nog maar drie veteranen, twee Engelsen en een Amerikaan, van de Eerste Wereldoorlog in leven. De oudste veteraan ooit was de 115-jarige Emiliano Mercado del Toro uit Puerto Rico die in januari 2007 is gestorven.

Zie ook

Literatuur

Externe links

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina World War I op Wikimedia Commons.
noicon
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)

<span title="Voor deze uitspraak is een bronvermelding gewenst. Motivering:

  1. name="Tucker">Spencer Tucker (red.): The Encyclopedia of World War I. A Political, Social and Military History. Uitgeverij ABC-Clio, Santa Barbara, 2005, ISBN 1-85109-420-2, pag. 273.
  2. Willmott, H.P., World War I, New York: Dorling Kindersley, 2003, ISBN 0-7894-9627-5, OCLC 52541937, pag. 307.
  3. Strachen (2001) 1:75-81, 88

">[bron?]