Ágota Kristóf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ágota Kristóf
Schoolfoto 1954
Schoolfoto 1954
Algemene informatie
Geboren 30 oktober 1935, Csikvánd
Overleden 27 juli 2011, Neuchâtel
Land * Hongarije - † Zwitserland
Beroep schrijfster
Werk
Jaren actief 19562006
Genre roman, toneel, hoorspel
Stroming Postmoderne literatuur
Bekende werken Tweelingentrilogie
Uitgeverij Editions du Seuil, Paris
van Gennep, Amsterdam
Onderscheiding(en) Gottfried-Keller-Preis
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Ágota Kristóf tussen haar klasgenoten op het Kanizsai Dorottya Gimnázium in Szombathely (1954).
De foto van haar latere echtgenoot, de geschiedenisleraar Béri János, is hier verwijderd.

Ágota Kristóf (Csikvánd, 30 oktober 1935Neuchâtel, 27 juli 2011) was een in Zwitserland wonende schrijfster van Hongaarse afkomst. Ze publiceerde voornamelijk Franstalige romans.

Biografie[bewerken]

Ágota Kristóf werd geboren in Hongarije als dochter van Kálmán, onderwijzer en Antónia Turchányi. Haar vader bracht om politieke redenen een aantal jaren in de gevangenis door. Zij en haar twee broers Jenő (Janó of Yano) en Attila (Tila) groeiden op in Kőszeg, nabij de Oostenrijkse grens. Al vanaf zeer jonge leeftijd was lezen haar grote passie. Met 14 jaar werd ze van haar familie gescheiden en kwam ze in een internaat in Szombathely, waar zij ook begon met schrijven. In 1954 huwde ze met János Béri, geschiedenisleraar, die ook politiek actief was.

In 1956, tijdens de gewelddadige onderdrukking van de Hongaarse Opstand door het Russische leger, vluchtte Ágota Kristóf op 21-jarige leeftijd met haar man en hun vier maanden oude dochtertje via Oostenrijk naar Zwitserland. De eerste vijf jaar deed ze monotoon werk in een uurwerkfabriek, waar ze weinig gelegenheid had van haar collega's de Franse taal te leren. Tijdens het afstompend werk in de fabriek schreef ze gedichten, die werden gepubliceerd in een Hongaarstalig tijdschrift. Ze scheidde van haar eerste echtgenoot en in 1963 huwde ze met de fotograaf Jean-Pierre Baillod.

Ze leerde pas Frans samen met haar schoolgaande kinderen, later met een beurs van de stad Neuchâtel (1970) en begon ook in het Frans te schrijven. Ze werd fulltime schrijfster. Ágota Kristóf, die een slechte gezondheid had, woonde tot haar dood bij Neuchâtel. Haar broer Kristóf Attila is journalist en ook schrijver.

De schrijfster[bewerken]

In Hongarije schreef Ágota Kristóf al gedichten. Deze zijn niet gepubliceerd en verloren gegaan door haar de vlucht. Na haar aankomst in Zwitserland schreef Kristóf eerst gedichten die in Parijs werden gepubliceerd in een Hongaarstalig tijdschrift.

Daarna werden van haar toneelstukken in het Frans opgevoerd en hoorspelen uitgezonden voor de Radio Suisse Romande. In deze teksten vormen dialogen een belangrijk onderdeel.

In 1986 verscheen Kristófs eerste Franstalige roman, Het dikke schrift, ontstaan uit autobiografische aantekeningen en oorspronkelijk omgewerkt tot een op zichzelf staand boek. Voor Het dikke schrift ontving Ágota Kristóf de Europese prijs voor Franstalige literatuur.

Dit boek kreeg een vervolg twee jaar later met Het bewijs. Inhoudelijk sloot het verhaal aan. In 1991 kwam De derde leugen uit. Ook dit boek is een vervolg op het vorige.

De drie boeken samen zijn als trilogie uitgegeven, echter zonder eigen titel. De trilogie wordt ook wel de Tweelingentrilogie genoemd. Latere boeken werden achtereenvolgens steeds minder autobiografisch. De thema’s die in de trilogie aan bod komen zijn eenzaamheid, verlangen en verlies, traumatische gevolgen van oorlog en geweld en van overmatig alcoholgebruik, liefdeloosheid, identiteit, het (h)erkennen van waarheid en fictie. Hoewel plaatsen en tijdstippen niet of nauwelijks worden aangegeven, is het verhaal (vooral voor Hongaren) goed te plaatsen in de kleine stad Kőszeg in Hongarije bij de Oostenrijkse grens in de periode 1939-1957 (ongeveer van de Tweede Wereldoorlog tot na de Hongaarse opstand).

In 1995 kwam er een nieuwe roman van haar uit onder de titel Gisteren.

In 2001 ontving Kristóf de Gottfried-Keller-Preis voor heel haar oeuvre.

Haar vijfde boek was haar autobiografie. Dit boek verscheen in 2004 en werd in 2006 uitgegeven in Nederlandse vertaling onder de titel De analfabete. Het is een bewerking van een elftal artikelen in het Zwitserse maandblad «du» in 1989/1990, na de val van het IJzeren gordijn.

Haar laatste uitgaven C'est égal (2005) en Où es-tu Mathias? (2006) zijn nog niet vertaald naar het Nederlands.

Het werk van Ágota Kristóf werd vertaald in ongeveer 40 talen[1][2].

Prijzen[bewerken]

  • 1986 ADELF Europese Literatuurprijs
  • 1998 Alberto Moravia-prijs
  • 2001 Gottfried-Keller-Preis
  • 2005 De Zwitserse Schiller-prijs van de Schiller-stichting
  • 2006 Preis der SWR-Bestenliste voor "Die Analphabetin"[3]
  • 2008 Österreichischer Staatspreis für Europäische Litteratur.
  • 2011 De Kossuthprijs, Hongaarse staatsprijs voor literatuur

Bibliografie[bewerken]

Bibliografie
Jaar Titel Vertaling Uitgeverij ISBN Opmerkingen
Tweelingentrilogie
1986 Le grand cahier Het dikke schrift Le Seuil, Parijs .. Eerste gepubliceerde roman
1988 La preuve Het bewijs Le Seuil, Parijs .. Te beschouwen as vervolg op Le grand cahier
1991 Le troisième mensonge De derde leugen Le Seuil, Parijs .. Te beschouwen als laatste deel van de Tweelingentrilogie
Overige romans
1995 Hier Gisteren Le Seuil, Parijs .. ..
.. l’Analphabète De analfabete Zoé, Genève .. Bewerking van reeks artikelen
2005 C'est égal .. Le Seuil, Parijs .. ..
2006 Où es-tu Mathias? .. Zoé, Genève .. ..
Toneel
1972 John et Joe .. .. .. ..
1972, 1984 Un rat qui passe .. .. .. ..
1972, 1984 La clé de l'ascenseur .. Nouvelle revue française .. ..
1975, 1984 L'Heure grise ou le dernier client .. Éditions du Seuil, Parijs .. ..
1993 L'Epidémie .. Troarn: Amiot-Lenganey ISBN 9782909033273 ..
2007 Le monstre: et autres pièces .. Éditions du Seuil, Parijs ISBN 9782020943352 ..

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties