Ásatrú

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ásatrú is een geloofsysteem dat zich baseert op de oude voorchristelijke Germaanse mythologie. Letterlijk vertaald betekent Ásatrú 'Asen-trouw', trouw aan de Asen dus (Ása = Asen [goden]; trú = [ge]trouw). De Asen (en Asinnen) zijn de hogere Goden, zoals Wodan, Freya en Donar.

Geschiedenis[bewerken]

Titelpagina van een 18e-eeuws manuscript van de Edda.

Ásatrú is een voortzetting van het oude Germaanse heidendom, dat eens het meest populaire geloof was in Noord-Europa maar rond het jaar 1000 het alleen nog te vinden in IJsland en Zweden. In 1085 ging Zweden als laatste land nominaal over op het christendom, terwijl oude Germaanse geloofstradities vaak, vermengd met christelijke elementen, lang zijn blijven voortbestaan.

Heropleving Ásatrú[bewerken]

In de 19e eeuw zijn voor het eerst pogingen gedaan de verdwenen godsdienst te reconstrueren en nieuw leven in te blazen. Ásatrú dook voor het eerst op in het boek "Fjallkonan" in 1885 en vervolgens in "Heiden-tradities in IJsland" van Ólafur Briem geschreven in 1945. De waarschijnlijk oudste godsdienstige Ásatrú-organisatie was de in 1907 opgerichte Germanische Glaubens-Gemeinschaft. De leiders van deze groep waren vertegenwoordigers van de "Terug naar de natuur"-beweging en naturalisten zoals Ludwig Fahrenkrog, Hugo Höppener en anderen uit de Friedrichshagener Kreis).

In 1972 werd ásatrú een officieel geloof in IJsland, nadat de IJslandse dichter Gothi Sveinbjorn Beinteinsson het had gepropageerd bij de regering. Ásatrú wordt inmiddels ook door de Zweedse, Deense en Noorse overheden als religie erkend. Dat is in deze landen nodig, omdat men daar het Lutheranisme als staatsgodsdienst heeft. Zweden heeft de staatsreligie in 2000 afgeschaft. Sommige moderne beoefenaars pogen Ásatrú als autochtone godsdienst te reconstrueren en te beperken tot hoe het geweest zou kunnen zijn vóór bekeringen in Scandinavië (rond het jaar 1000), Engeland, Duitsland en de Lage Landen tot het christendom, wel rekening houdend met huidige wetten en gewoonten.

Goden en godinnen[bewerken]

Donar, met zijn hamer Mjöllnir

Ásatrú is een polytheïstische religie en kent een grote familie van goden, die onderverdeeld worden in drie rassen:

  • De Aesir, dit zijn de goden, die de koningen, gildes en handswerkmannen voorstellen.
  • De Vanir, dit zijn de goden, die geassocieerd worden met de krachten van de natuur en de vruchtbaarheid.
  • De Jotnar, dit zijn de reuzen, die in constante strijd zijn met de Aesir. Ze veroorzaken chaos en vernietiging.

Enkele belangrijke goden zijn:

  • Wodan (ook wel Odin) is de god met één oog en de oppergod. Hij heeft een oog opgegeven om uit de fontein van de wijsheid te drinken. Hij is een wijze magiër. Woensdag is naar hem genoemd: Wodans dag.
  • Donar (ook wel Thor) is de dondergod . Hij bedient zich van Mjöllnir, de goddelijke hamer. Hij rijdt met een bokkenwagen langs de hemel. Dit veroorzaakt de donder. In principe is donderdag naar Donar vernoemd: Donars dag, in het Engels: Thursday, Thor's Day.
  • Freyr is de god van jul, ook wel midwinter. Hij is de god van vrede, die vruchtbaarheid en geluk brengt.
  • Freyja is de godin van de liefde, schoonheid en seksualiteit. Zij is aanvoerder van de walkuren, een groep krijgsvrouwen, die de gesneuvelde krijgers naar het Walhalla brengen. Vrijdag is naar haar genoemd: Freyja's dag.
  • Frigg is de vrouw van Wodan. Ze is de beschermvrouwe van getrouwde vrouwen en het huishouden.
  • Skadi is de godin van de onafhankelijkheid, dood en jacht. Scandinavië is naar haar vernoemd. Schaduw en schedel komen van haar naam.
  • Ostara is de godin van de vruchtbaarheid en symboliseert de overwinning van het licht, die rond de lente equinox wordt gevierd. Zij stond bij de Saksen bekend als Eostre, de godin van de lente. Ostara's symbolen zijn de haas en het ei. Doordat het Joodse Pascha en de dood en verrijzenis van Christus rond dezelfde tijd als haar feest gevierd werden heet het Pasen in het Engels nog steeds Easter en in het Duits nog steeds Ostern.

Misbruik van Ásatrú[bewerken]

Rond 1900 maakten verschillende Duits-nationalistische verenigingen gebruik van tradities uit de Germaanse en Noordse mythologie. Vanaf de jaren 1920 gingen ook occulte groepen binnen de NSDAP gebruikmaken van de Europees Heidense symboliek. Zo bewonderde men dat in deze mythologieën de daad, eer en heldendood worden verheerlijkt. Occulte ideologen van de nazi's waren bijvoorbeeld de ariosoof Guido von List, Erich Ludendorff en - lange tijd naaste medewerker van Hitler - Alfred Rosenberg, die echter wel verklaarde: "Odin war und ist tot." Adolf Hitler is nooit aanhanger geweest van dit "vernieuwde" heidendom en keerde zich onder andere in Mein Kampf tegen het vereren van Wodan, maar ontleende volgens sommige historici er wel veel ideeën aan voor zijn eigen ideologie.

Sommige hedendaagse rechts-extremistische groeperingen misbruiken Ásatrú om hun racistische ideeën te rechtvaardigen. Onder de naam Ásatrú wordt onder meer de neofascistische Nordische Zeitung van Jürgen Rieger gepubliceerd, een orgaan van de in Duitsland gevestigde neofascistische Artgemeinschaft. Mainstream Heidendom- en Asatru-groepen keuren deze praktijken echter af en zijn daarom ook nadrukkelijk a-politiek.

Zie ook[bewerken]