Édouard Colonne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Édouard Colonne
Foto van Édouard Colonne van Benque et Cie
« Colonne dirigeert », lithografie van Hector Dumas
M. Edouard Colonne laissant échapper un pianissimo (Dhr Collonne laat een pianissomo ontsnappen), tekening van Charles Léandre verschenen in de rubriek Les Tempêtes Sonores - Les Concerts du Châtelet in het tijdschrijft Le Rire in 1890

Édouard Juda Colonne (Bordeaux, 23 juli 1838 - Parijs, 28 maart 1910) was een Frans dirigent en violist, bekend als voorvechter van de muziek van Berlioz en andere vooraanstaande 19e eeuwse componisten en als oprichter van het naar hem genoemde Orchestre Colonne.

Leven en carrière[bewerken]

Colonne was de zoon en kleinzoon van muzikanten van de Italiaans-Joodse afkomst. Vanaf 8-jarige leeftijd van acht speelde hij flageolet en accordeon en toen begon viool te studeren bij Baudoin.[1] Vanaf 1855 studeerde studeerde aan het Conservatorium in Parijs, waar hij een Premier prix won in zowel harmonieleer in 1858 als viool in 1863. Tijdens zijn studie speelde als tutti-violist in het Théâtre-Lyrique (nu Théâtre de la Ville). Daarna was hij gedurende bijna 10 jaar (1858-1867) eerste violist in het orkest van de Parijse Opera en speelde hij tweede viool in het Lamoureux-kwartet (Lamoureux zou later het Concerts Lamoureux oprichten, de grote concurrent van het orkest van Colonne). Daarna speelde hij in het orkest van Jules Pasdeloup, waar hij ook zijn eerste dirigeerpogingen zou doen. In 1871 leidde hij concerten in het Grand-Hôtel en van muziek van Massenet voor de uitvoering van Les Érinnyes in 1873.[1]

Ook in het jaar 1873 stichtte Colonne samen met de muziekuitgever Georges Hartmann het "Concert National" in het Théâtre de l'Odéon[1]. Hij geeft tijdens het eerste concert de wereldpremière van het oratorium van César Franck Rédemption, met Vincent d'Indy als koordirigent. Twee jaar later werden de concerten verplaatst naar het Theâtre du Châtelet en werd de naam van de organisatie gewijzigd in Association Artistique du Châtelet. De concerten van de vereniging werden bekend onder de naam Concerts Colonne, en deze naam zou in gebruik blijven tot de jaren 1960 (met uitzondering van de jaren van de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog in Parijs, toen - vanwege de Colonnes Joodse afkomst - de concerten werden aangeduid als "Concerts Pierné).

In 1878 ontmoette Colonne Tsjaikovski tijdens diens bezoek aan Parijs. Hij leidde de première van zijn 4e symfonie en bleven in contact, [2][3] wat leidde tot concertreizen van Colonne naar Rusland.[1] In 1892 wordt Colonne benoemd tot artistiek leider van het orkest van de Opera, maar hij vertrekt na een seizoen omdat hij zich aan zijn eigen orkest wilde wijden.

Colonne stond bekend vanwege zijn waardering voor de de muziek Hector Berlioz (wiens muziek in die tijd meer belangstelling had in Engels- en Duitstalige landen dan in Frankrijk). Pierre Monteux (eerste altviolist en vervolgens assistent-dirigent van het Orchestre Colonne) gebruikt Colonne's aantekeningen in de partituur voor zijn opname in 1931 van Berlioz' Symphonie Fantastique. Daarnaast Colonne stond bekend wegens zijn liefde voor de muziek van Wagner, Mahler en Saint-Saëns. Hij introduceerde de programmabeschrijvingen in programmaboekjes.[1] Hij was ook de eerste dirigent van naam die een commerciële grammofoonplaat (fonograaf) maakte, voor het label Pathé in 1906. De opgenomen werken varieerden van Beethoven tot Widor, met aankondigingen van Colonne tussendoor.[4]

Zijn tweede vrouw was de sopraan Elise Vergin. Hij stierf in 1910 aan de Rue Louis-David in Parijs.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d Cinquante ans de musique française de 1874 à 1925. Les Éditions Musicales de la Librairie de France, Paris, 1925.
  2. Brown D. Tchaikovsky, Vols III & IV. Gollancz, London, 1992, passim.
  3. Brieven van Tsjakovski aan Colonne
  4. Foreman L. Édouard Colonne - Review van Tahra- en Symposium-CD's. Classic Record Collector, herfst 2006, p80-81.