Þingvallavatn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Þingvallavatn
Het Þingvallavatn vanaf Þingvellir

Het Þingvallavatn is met zijn oppervlakte van 84 km² het grootste natuurlijke meer van IJsland. Het diepste punt ligt op 114 meter. Aan de noordoostelijke kust ligt Vellankatla, waar prachtig te zien is dat water van onder het lavaveld het meer in stroomt en ook vanuit een onder de oppervlakte gelegen krachtige waterbron gevoed wordt. Het meeste water in het meer is afkomstig van dergelijke waterbronnen. Slechts een klein gedeelte wordt door de Öxará aangevoerd. In deze rivier bevindt zich ook de waterval Öxarárfoss. Minder belangrijke riviertjes zijn de Ölfusvatnsá en de Villingavatnsá. Ook warme bronnen voeden het meer, zoals die van Varmagjá bij Þorsteinsvík nabij Nesjavellir in het zuidwesten. Het water wordt door de langste bronrivier van IJsland Sogið (de Zuiger of de Slurper) naar zee afgevoerd.

Het Þingvallavatn is, net als Mývatn, een van de zoetwatermeren op IJsland waar vis in voorkomt. Het water is zeer helder, zeer koud en bevat veel vis van met name leden van de zalmenfamilie (Salmonidae), zoals de geslachten Salmo en Salvelinus. Het Þingvallavatn is een mooi voorbeeld van een biotoop waar een diersoort in 10000 jaar heeft kunnen evolueren en zich aan de veranderende omstandigheden heeft kunnen aanpassen. De oorspronkelijke trekzalm (of beekridder, de Salvelinus alpinus) is in de afgelopen 100 eeuwen geëvolueerd tot 4 ondersoorten: een visetende en een plantenetende (sílableikja respectievelijk murta op zijn IJslands) soort die zich in het diepe water thuisvoelen, en een slakkenetende en een dwergsoort die zich met name op de bodem thuisvoelen. Ook het stekelbaarsje heeft zich tot twee ondersoorten ontwikkeld: een die in diep water leeft, en een die aan de oppervlak zwemt. Een andere veel voorkomende vis is de beekforel (Salmo trutta, of urriðinn op zijn IJslands).

Zoals de naam van het meer al suggereert ("Þingvellir-meer") maakt Þingvallavatn deel van het Nationale Park Þingvellir uit. Het meer is door meerdere vulkaansystemen omgeven, zoals de Hrafnabjörg in het noordoosten, en het Hengillgebergte in het zuidwesten. De diepte van het meer werd waarschijnlijk ongeveer 12.000 jaar geleden tijdens de laatste ijstijd door gletsjers uitgeslepen. Zo'n 1000 jaar later barstte de nabijgelegen schildvulkaan Skjaldbreiður uit en legde het grootste deel van het huidige lavaveld van Þingvellir neer. Weer 1000 jaar later damde lava uit de Hrafnabjörg de uitgang van het reeds ontstane meer af, waardoor dit zijn huidige vorm kreeg. De beide eilandjes in het meer, Sandey en Nesjaey, zijn restanten van oude vulkanen.


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen