Šuruppak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Šuruppak of Curuppag, vernederlandst Sjoeroeppak[1] ("De Heilzame Plaats") was een Sumerische stad uit de oudheid, huidig Tell Fara ten zuiden van Nippur op de oevers van de Eufraat in de provincie Al-Qadisiyyah. In eerste instantie is het opgegraven in 1902 door de "Deutsche Orient-Gesellschaft"[2]. In 1931 deed de universiteit van Pennsylvania nogmaals voor een zestal seizoenen opgravingen in Šuruppak onder leiding van Erich Schmidt.[3]

Šuruppak was gewijd aan Sud, ook wel Ninlil genoemd, de godin van het graan en de lucht.

Šuruppak groeide uit tot een opslag- en distributieplaats van graan, er waren meer silo's dan in welke andere Sumerische stad dan ook. De vroegste opgravingslagen in Šuruppak gaan terug tot de Jemdet Nasr periode, rond 3000 v.Chr.; het werd kort na 2000 v.Chr. verlaten. Schmidt vond een cylinderzegel van Isin-Larse en verscheidene aardewerken plaquettes die terug kunnen gaan tot vroeg in het tweede millennium v.Chr. [4] Vondsten aan de oppervlakte zijn voornamelijk uit de Vroege Dynastie.[5]

In de WB-62 versie van de Sumerische koningslijst worden twee koningen van Šuruppak van voor de zondvloed genoemd, Ubara-Tutu en Ziusudra. Ziusudra heerste voor 3.600 jaar (10 shar).[6]. In de koningslijst komt hij na zijn vader Su-Kur-Lam, die ook koning van Šuruppak was en gedurende 2.800 jaar (8 shar) heerste.[7][8]

Een afzettingslaag van slib toont aan dat Šuruppak aan het begin van de Vroege Dynastie I periode door een overstroming getroffen werd. Polychroom aardewerk van een verwoestingslaag onder de sliblaag is gedateerd op de Jemdet Nasr periode die onmiddellijk voorafging aan de Vroege Dynastie periode.[9][10]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Encarta-encyclopedie (1993-2002) s.v. Mesopotamië. Microsoft Corporation/Het Spectrum
  2. Ernst Heinrich and Walter Andrae, ed. "Fara, Ergebnisse der Ausgrabungen der Deutschen Orient-Gesellschaft in Fara und Abu Hatab" (Berlin:Staatlich Museen zu Berlin, 1931)
  3. Erich Schmidt, Excavations at Fara, 1931, University of Pennsylvania's Museum Journal, 2 (1931), pp 193-217.
  4. Harriet P. Martin, FARA: A reconstruction of the Ancient Mesopotamian City of Shuruppak, Birmingham, UK: Chris Martin & Assoc., (1988)p. 44, p. 117 and seal no. 579.
  5. Robert McC. Adams, Heartland of Cities (Chicago: University of Chicago Press, 1981), Fig. 33 en Fig. 21.
  6. S. Langdon, "The Chaldean Kings Before the Flood," Journal of the Royal Asiatic Society (1923), pp 251-259; Martin(1988) p. 124 Table 23.
  7. Langdon, p. 258, note 5.
  8. Martin ibid.
  9. Schmidt (1931)
  10. Martin (1988)pp. 20-23