Željko Ražnatović

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Željko Ražnatović
Het grafmonument van Arkan
Het grafmonument van Arkan
Bijnaam Arkan
Geboren 17 april 1952
Brežice (SR Slovenië)
Overleden 15 januari 2000
Belgrado (RS)
Land/partij Servisch Vrijwilligerskorps
Rang Leider

Željko Ražnatović (Servisch: Жељко Ражнатовић) (Brežice, 17 april 1952Belgrado, 15 januari 2000), beter bekend als Arkan (Servisch: Аркан), was een Montenegrijn en Servisch nationalist, die wegens oorlogsmisdaden in Den Haag aangeklaagd is. Hij werd beschuldigd van volkerenmoord en verdrijvingen in Bosnië en Herzegovina.[bron?]

Arkan was commandant van de paramilitaire groep Arkans Tijgers (Arkanovi Tigrovi (Servisch: Арканови тигрови)), die in het voorjaar van 1991 opgericht werd uit hooligans van de Delije (Servisch: Делије - helden), supporters van Rode Ster Belgrado en elementen uit het criminele milieu. In 28 districten van Bosnië en Kroatië (onder andere in de plaatsen Vukovar, Bijeljina, Zvornik en Foča) wordt de groep voor oorlogsmisdaden verantwoordelijk gehouden. De Britse regering beschuldigde hem ervan ook actief geweest te zijn in de Kosovo-oorlog.[bron?]

Arkan werd er ook van beschuldigd roofovervallen en moorden begaan te hebben in Zweden, Italië, België en Nederland in de '70-er jaren. Bovendien zou hij actief zijn geweest in de drugshandel en als huurmoordenaar voor de Joegoslavische geheime dienst gewerkt hebben. Hij was nauw bevriend met de in het Amsterdamse criminele milieu opererende topcrimineel Jotsa Jocić. In 1979 werd hij in Nederland gearresteerd na een overval op een juwelier, maar in 1981 wist hij te ontsnappen uit de Bijlmerbajes.[bron?]

In 1992 werd Arkan gekozen in het Servische parlement als afgevaardigde van de kieskring Kosovo. Later werd hij ook voor korte tijd minister in de Republiek van Servisch Krajina.

In 1995 trouwde Arkan met de 'Turbo-Folk'-zangeres Svetlana Veličković (Ceca). De trouwplechtigheid met veel prominente gasten, werd op televisie uitgezonden. Arkan heeft bij verschillende vrouwen negen kinderen.

Arkan werd voor zijn vermeende misdaden niet meer berecht. Op 15 januari 2000 werd hij in de hal van het Hotel Intercontinental in Belgrado samen met twee van zijn lijfwachten doodgeschoten. Dobrosav Gavrić werd voor de moorden gearresteerd en is in 2006 veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf.