144000 (getal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

144000 is een natuurlijk getal. Het heeft bijzondere betekenis in verschillende religieuze bewegingen. In de Mayakalender is een baktun een periode van 144.000 dagen.

Christendom[bewerken]

In het christendom heeft 144.000 bijzondere betekenis omdat het wordt gebruikt in de Openbaring van Johannes in het Nieuwe Testament (citaten uit de Nieuwe Bijbelvertaling):

  • Openbaring 7:4-8: "Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël."
  • Openbaring 14:1, 3-5: "Toen zag ik dit: het lam stond op de Sion, en bij het lam waren honderdvierenveertigduizend mensen die zijn naam en die van zijn Vader op hun voorhoofd hadden. ... Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de honderdvierenveertigduizend mensen die van de aarde zijn vrijgekocht. Dat zijn degenen die zich niet met vrouwen hebben afgegeven maar maagdelijk zijn gebleven. Zij volgen het lam waarheen het maar gaat. Ze zijn uit de mensheid vrijgekocht om als de eerste opbrengst te worden aangeboden aan God en aan het lam. Geen leugen komt over hun lippen, er valt niets op hen aan te merken."

Het getal 144.000 (en de 12.000 uit iedere stam van Israël) worden verschillend geïnterpreteerd in het traditionele christendom. Sommigen nemen het getal in Openbaring symbolisch en geloven dat het Gods volk aanduidt doorheen de geschiedenis van de hemelse kerk. Daarbij wordt soms aangenomen dat 12 een aanduiding is voor volmaaktheid en het getal wordt gekwadrateerd en met 1.000 wordt vermenigvuldigd voor extra nadruk. Anderen geloven dat het getal 144.000 letterlijk moet worden genomen en het aantal aanduidt van de afstammelingen van Jakob (ook wel Israël genoemd in de Bijbel of anderen aan wie God een uitverkoren bestemming heeft gegeven om een rol te spelen bij het einde van de wereld of de eindtijd. In het Preterisme gelooft men dat het Joodse christenen zijn die de vernietiging van Jeruzalem in 70 overleefden. Dispensationalist Tim LaHaye gelooft dat de 144.000 in Openbaring 7 naar Joden verwijst en die in Openbaring 14 naar christenen.[1]

Jehova's getuigen[bewerken]

Jehova's getuigen geloven dat precies 144.000 getrouwe mannen en vrouwen van Pinksteren 33 tot de huidige dag een hemelse opstanding krijgen als geestelijke wezens om de eeuwigheid met God en Jezus door te brengen. Zij geloven dat deze mensen "gezalfd" zijn door God om deel uit te maken van het geestelijke "Israël Gods".[2] Zij geloven dat de 144.000 synoniem is met de "kleine kudde" uit Lucas 12:32 en dat deze personen 1.000 jaar met Christus zullen regeren als koning-priesters, terwijl alle andere door God goedgekeurde personen (de "andere schapen" uit Johannes 10:16, samengesteld uit de "grote schare" uit Openbaring 7:9,14 en de opgestane "rechtvaardigen en onrechtvaardigen uit Handelingen 24:15) een kans krijgen om voor eeuwig te leven in een hersteld paradijs op aarde. Volgens Jehova's getuigen werden de eerste leden van de 144.000 tot hemels leven opgewekt in 1918 en werden alle leden die daarna stierven onmiddellijk tot hemels leven opgewekt.

Leden van Jehova's getuigen die geloven dat zij "gezalfd" zijn, maken dat kenbaar door het brood te eten en de wijn te drinken die rondgaat bij het jaarlijkse Avondmaal, de viering te nagedachtenis aan de dood van Christus. Bijna 12.000 Jehova's getuigen belijden te behoren tot het "gezalfde overblijfsel" van de 144.000 - een toename van meer dan 3.000 sinds 1995. Voor lidmaatschap van het Besturend Lichaam is het behoren tot de "gezalfde" 144.000 een voorwaarde.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Tim LaHaye (1975): Revelation: Illustrated and Made Plain, Zondervan
  2. Anoniem: Wat leert de Bijbel echt?, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, pag. 79