1470-1479

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De jaren 1470-1479 (van de christelijke jaartelling) zijn een decennium in de 15e eeuw.

Belangrijke gebeurtenissen[bewerken]

Het beschilderde gewelf van de Sixtijnse Kapel
Europa
  • Tussen 1474 en 1477 woeden de Bourgondische Oorlogen tussen dat hertogdom en het Zwitsers Eedverbond. Karel de Stoute heeft het voorzien op de Elzas, maar moet dat uiteindelijk met de dood bekopen.
  • 1478 - Begin van de Spaanse Inquisitie.
  • De nieuwe paus Sixtus IV is meer bezig met machtspolitiek dan met godsdienstige zaken. In 1475: begint hij met de bouw van de Sixtijnse Kapel, die hij pas in 1483 zal inwijden. Een blikvanger hierin zijn de talloze fresco's van Michelangelo.
  • De paus houdt zich echter vooral bezig met het ondermijnen van de regering in Florence door de Medici. Hij zet vertrouwelingen op kerkelijke en burgerlijke posities rondom Florence en organiseert tenslotte een aanslag op de broers Giuliano en Lorenzo de' Medici. De bevolking van Florence richt een bloedbad aan onder de families achter de samenzwering.
  • Op Paaszondag 1475 wordt in een beek in Trente het 2- of 3-jarige kind Simon dood aangetroffen. Het kind was sinds Witte Donderdag vermist. Asjkenasische joden worden verdacht van de moord om rituele redenen. Na een opzienbarend proces en bekentenissen onder foltering wordt geoordeeld dat het kind het slachtoffer is geweest van een rituele moord door de joden en 14 van hen worden terechtgesteld. Terwijl de bisschop van Trente het proces heeft gesteund, blijft paus Sixtus IV sceptisch. Het lichaam van het kind wordt bijgezet in de Sint-Pieterskerk van Trente in de kapel van San Simonino. De verering van Simon wordt in 1480 erkend
  • In Venetië komt de Franse drukker Nicolas Jenson tot massaproduktie van boeken. Hij ontwerpt een lettercorps Romein en in de volgende jaren ook Griekse en gotische letters.
Lage landen