1 Bataljon Parachutisten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Eerste Bataljon Parachutisten (of 1 Bataljon Parachutisten) is een Belgische militaire eenheid. Het Eerste Bataljon Parachutisten (1 Para) was samen met het 2 Bataljon Commando's (2 Cdo) en het 3 Bataljon Parachutisten (3 Para) één van de drie gevechtsinfanteriebataljons van de Belgische Para-Commando's.

SAS[bewerken]

De wortels van 1 Para gaan terug naar het Escadron Parachutisten SAS, opgericht naar voorbeeld van de Engelse Special Air Service en het troetelkind van kolonel Eddy Blondeel, een Belgisch reserveofficier bij de Artillerie. Zijn bijnaam was Captain Blunt, die hij te danken had aan zijn schuilnaam, gebruikt tijdens één van zijn opdrachten en die toen op zijn paspoort vermeld stond. Deze elite-eenheid zag het licht tijdens WO II in Groot-Brittannië. Vanaf juli 1944 worden de Belgische SAS-parachutisten ingezet tijdens de strijd in Europa.De eenheid voert in het bezette Frankrijk, België en Nederland veertien SAS-operaties uit.

Hoogeveen wordt op 10 en 11 april bevrijd door het 1st Belgium SAS Parachute Regiment en de XII Manitoba Dragoons uit Canada. Op 10 april bevrijden de Belgen de gebieden rond Nieuwlande, Elim, Nieuw-Moscou, Hollandscheveld, Nieuweroord, Krakeel en Noordscheschut. Er zijn enkele vuurgevechten. Er komen twee geallieerden en een Duitse soldaat om het leven. Een derde sterft bij een ongeval. De Belgische bevrijders van Hoogeveen krijgen in Drenthe maar moeizaam enige erkenning. Pas in 2013 wordt een plaquette onthuld door de burgemeester van Hoogeveen en een veteraan.

In december 1944 worden ze omgevormd tot een SAS-Escadron met gepantserde jeeps en ingezet tijdens de strijd in de Belgische Ardennen. Na het beëindigen van WO II krijgen ze een opdracht van Counter Intelligence (opsporen en aanhouden van nazi-oorlogsmisdadigers.

Na de oorlog wil men de toekomst van deze uitgesproken gevechtseenheid veilig stellen. Men wil dezelfde opleidingsvoorwaarden die golden in Groot-Brittannië aanhouden, de rekrutering van nieuwe dienstplichtige militairen moet gewaarborgd worden en men kan rekenen op de ervaring van enkele instructeurs-veteranen van de campagnes tijdens de oorlog. In Westmalle wordt een opleidingscentrum SAS opgericht, die later verhuisd naar Poulseur. In Schaffen wordt een Parachutageschool opgericht, met medewerking van de Britten en de Belgische Luchtmacht. In september 1947 gaan daar de eerste vliegtuigsprongen door, in november volgen de eerste ballonsprongen.

Bataljon[bewerken]

In 1951 verandert het 1ste Regiment Parachutisten van naam: vanaf dan spreekt men van het 1ste Bataljon Parachutisten en in 1953 verhuist het bataljon van Leopoldsburg naar de Citadel van Diest, waar ze tot hun ontbinding blijven. Door samenvoeging van het 1ste Bataljon Parachutisten, het 2de Bataljon Commando's en het Trainingscentrum voor Parachutisten richt men het Regiment Para-Commando op. Men streeft naar een uniforme opleiding van de Rode en Groene Mutsen. Vanaf 1954 wordt dit een feit.

In het kader van een transformatie bij Defensie zal het 1 Bataljon Parachutisten ontbonden worden op 01 juli 2011 en vanaf maandag 25 oktober 2010 begint men met de overplaatsing van het overgrote deel van de parachutisten naar hun nieuwe eenheid.

De Nederlandstalige 21 compagnie (vroeger 1 Para) maakt nu deel uit van het 3 Bataljon Parachutisten in Tielen en de Franstalige 13 compagnie wordt overgeplaatst naar het 2 Bataljon Commando in Flawinne. Andere paracommando’s worden overgeplaatst naar het Trainingscentrum voor Parachutisten in Schaffen, de Special Forces Group (SF) in Flawinne, anderen naar het hoofdkwartier van het Regiment Para Commando in Evere, of het Trainingscentrum voor Commando’s in Marche-les-Dames. Sommigen gaan naar een andere niet-paraeenheid. Vanaf die datum beschikt het Regiment Para-Commando nog over twee paracommando-eenheden: het 3 Para en het 2 Commando.

Externe links[bewerken]