Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Asch
Stad in Tsjechië Vlag van Tsjechië
Vlag Wapen
Aš
Aš
Situering
Regio (kraj) Karlsbad Regiovlag
District (okres) Cheb
Coördinaten 50° 13' NB, 12° 11' OL
Algemeen
Oppervlakte 55,86 km²
Inwoners (2005) 12.814
Politiek
Burgemeester Dalibor Blažek
Overig
Postcode(s) 352 01
Gemeentenummer 554499
Website http://www.muas.cz
Detailkaart
As CH CZ.png
Portaal  Portaalicoon   Tsjechië

(Duits: Asch) is een stad in de regio Karlsbad in het westen van Tsjechië. Aš ligt in het Elstergebergte, in een kleine uithoek van Tsjechië, waar het in het oosten én het westen aan Duitsland grenst. Aš maakt deel uit van de microregio Freunde im Herzen Europas, een samenwerkingsverband tussen Duitse en Tsjechische gemeenten.

Geschiedenis[bewerken]

Aš is gesticht in de 11e eeuw. De eerste heersers over het stadje waren de Voogden van Weida. Naar hen is het Boheemse Vogtland genoemd. In 1281 kwam het gebied aan de Duitse keizer, waarna het in 1331 werd gekocht door Jan de Blinde. In 1394 stierf Konrad von Neuburg zonder mannelijke nakomelingen. De stad werd eigendom van de familie Zedtwitz, doordat Konrad von Zedtwitz getrouwd was met Hedwig von Neuburg. Anderhalve eeuw later, in 1557, claimde Ferdinand I de regio waar Aš toe behoort, en werd deze eigendom van de Boheemse kroon.

Aš was een protestantse enclave in het verder katholieke Bohemen. Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk beloofde in 1775 godsdienstvrijheid.

In 1854 kregen stad en regio een eigen rechtbank. Daarmee kwam een einde aan vijf eeuwen van heerschappij van de familie Zedtwitz. Tien jaar later werd Aš aangesloten op de spoorweg van Hof naar Eger (tegenwoordig Cheb) door middel van Spoorlijn 148. Dankzij de sterk gegroeide bevolking en de bloei van de plaatselijke textielindustrie kreeg Asch/Aš in 1872 de status van stad.

Toen na de Eerste Wereldoorlog de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie uiteenviel, ontstond de nieuwe staat Tsjechoslowakije. De vrijwel uitsluitend Duitstalige bevolking van Asch en Eger (Aš en Cheb) opteerde op dat moment voor aansluiting bij Beieren. Een (Tsjechische) Soldatenraad, die eind 1918 de politieke macht in de streek uitoefende, behield het gebied voor de nieuwe republiek. Daarmee werd de kiem gelegd voor een lang voortslepend minderhedenprobleem in Tsjechosolwakije. Het Duits werd in het nieuwe land geen officiële landstaal, hoewel er meer Duitstaligen dan Slowaken waren en Slowaaks naast Tsjechisch wèl een gelijkberechtigde taal werd. De Duitstaligen organiseerden zich in de steeds militanter wordende Sudetenduitse Partij (SdP) van Konrad Henlein. Deze kreeg, zeker vanaf 1933, steun vanuit Duitsland en kon in 1937 de politiek in de streek bepalen. Het merendeel van de Tsjechische bevolking van Aš (bij de volkstelling van 1930 ging het om 113 personen) verliet daarna de stad. Op 21 maart 1938 werd Aš bezet door het Sudetenduitse Vrijkorps. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren het op 20 april 1945 troepen van het Amerikaanse leger die de stad innamen. Omdat Tsjechoslowakije tot de invloedssfeer van de Sovjet-Unie werd gerekend, maakten de Amerikanen in november van datzelfde jaar plaats voor Russische troepen. Al in juni 1945 waren de Tsjechische burgerautoriteiten begonnen met het onteigenen van Duits bezit, op grond van de Beneš-decreten. Een deel van de bevolking was al gevlucht, de rest van de oorspronkelijk circa 23.000 Duitstaligen werd onder vaak barre omstandigheden gedeporteerd. Tsjechen en Slowaken namen hun plaats in, maar de stad kreeg nooit meer het bevolkingsaantal van voor 1945.

Zustersteden[bewerken]