Anton Frederik Johan Portielje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf A.F.J. Portielje)
Ga naar: navigatie, zoeken

Anton Frederik Johan (Frits) Portielje (Amsterdam, 8 maart 1886Hilversum, 20 februari 1965) was 46 jaar in dienst van Artis in Amsterdam. Menigeen dacht dat hij de directeur van de dierentuin was, maar dat was niet het geval. Hij was al die jaren het boegbeeld van Artis, waar hij veel boeken over zou schrijven. Hij was de zoon van Gerrit Portielje en Johanna Hassels die een drukkerij hadden. Toen hij na zijn HBS-tijd bij het Nieuwsblad van Nederland ging werken schreef hij naast de hem opgedragen rechtbankverslagen een aantal artikelen over dieren.

Door zijn belangstelling en liefde voor dieren werd hij in 1906 assistent van de directeur van Artis en deze benoemde hem later tot Inspecteur van de Levende Have van Artis. Op 11 oktober 1912 trouwde hij met Jacoba Petronella Hendrika (Koosje) Scholten, uit dit huwelijk werden 2 zonen en 1 dochter geboren. Hetgezin woonde in een dienstwoning aan de Plantage Misddenlaan.

Hij was de eerste deskundige ter wereld die door gedragsexperimenten wetenschappelijk onderzoek verrichtte naar het instinct van dieren. In 1939 deed hij proeven bij apen. Kroon op zijn onderzoekingen naar dierengedrag was het in 1938 verschenen boek Dieren zien en leeren kennen. Een bijdrage tot de kennis van het driftleven en tot de ontwikkeling van het instinctbegrip. Van de Universiteit van Amsterdam ontving hij in 1946 een eredoctoraat in de wis- en natuurkunde.

Vele avonden hield hij in het land voordrachten over diergedrag. Daarnaast verzorgde hij jarenlang bij de AVRO de radiorubriek Welk dier. Zeer succesvol waren zijn Verkade-albums die met bij de beschuit verpakte plaatjes van o.a. Jan Voerman jr. waren geïllustreerd. Samen met S. Abramsz schreef hij in 1922 Het Artisboek. Wandelingen door Natura Artis Magistra. Het album Mijn aquarium verscheen in 1925 Ook zijn albums Dierenleven in Artis (1939) en Apen en hoefdieren (1940) werden in grote aantallen gedrukt en verspreid.

In 1946 werd hij benoemd tot Hoofd van de voorlichtingsdienst van Artis. Op 1 maart 1952 ging hij met pensioen; een grote huldiging vond plaats waarvan in de Nederlandse bioscopen onder de titel De dieren van Artis nemen afscheid van dr. Portielje een reportage te zien was.

Voor zijn onderzoekingen, geschriften en voordrachten kreeg hij in 1960 de Visser-Neerlandiaprijs toegekend.

Literatuur [bewerken]

  • P. Smit: A.F.J. Portielje (1886-1965) in: Biografisch woordenboek van Nederland, deel 4 (1994)
  • Marcella van der Weg: A.F.J. Portielje, etholoog (1886-1965) in: Stadsgezichten, honderd grote Amsterdammers uit de twintigste eeuw (1999)