A Christmas Carol (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
A Christmas Carol
Charles Dickens-A Christmas Carol-Title page-First edition 1843.jpg
Oorspronkelijke titel A Christmas Carol in Prose: Being a Ghost Story of Christmas
Auteur(s) Charles Dickens
Land Verenigd Koninkrijk
Taal Engels
Genre Kerstmis, spookverhaal
Uitgever Chapman & Hall
Uitgegeven 19 december 1843
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

A Christmas Carol (volledige titel: A Christmas Carol in Prose, Being a Ghost Story of Christmas) is een novelle van Charles Dickens.

A Christmas Carol verscheen op 19 december 1843 en was uitverkocht op de 22e. De eerste versie was geïllustreerd door John Leech. Het boek was onmiddellijk een succes met een verkoop van 6000 exemplaren binnen een week.

Het boek kwam uit in een periode dat de oude tradities van Kerstmis steeds minder in ere werden gehouden, en nieuwe zoals kerstkaarten hun intrede deden. A Christmas Carol sloeg mede daardoor mogelijk aan. De thema's van het verhaal, sociaal onrecht en armoede, de relatie daartussen en hun oorzaken en gevolgen, zijn terugkerende thema's in Dickens' werk. De illustrator van de eerste editie, John Leech, was ook een politiek radicale kunstenaar.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

A Christmas Carol is een Victoriaanse allegorie over een oude en verbitterde vrek, Ebenezer Scrooge, die in de nacht voor Kerstmis een aantal dromen heeft en daardoor tot inkeer komt. Scrooge is een financier en geldwisselaar die zich zijn leven lang heeft gericht op het verkrijgen van meer geld en verder niets. Hij veracht andere zaken dan geld, inclusief vriendschap, liefde en de gedachte van het kerstfeest. Dickens heeft het verhaal ingedeeld in vijf hoofdstukken.

Het verhaal begint op kerstavond, precies zeven jaar na de dood van Jacob Marley, Scrooges zakenpartner, met wie hij ooit hun bedrijf, "Scrooge & Marley", begon. Scrooge en zijn boekhouder Bob Cratchit zijn aan het werk op het kantoor, met Cratchit in een slecht verwarmde ruimte - slachtoffer van de gierigheid van Scrooge. Fred, een neef van Scrooge, komt langs om zijn oom een 'gelukkig kerstfeest' te wensen en hem uit te nodigen voor het kerstdiner op eerste kerstdag. Scrooge stuurt hem weg met opmerkingen als "Bah! Onzin!". De heren die daarna binnenkomen om te collecteren voor de armen worden door Scrooge afgepoeierd met de opmerkingen dat de werkhuizen en de armenwet voldoende zijn voor de armen. Als de heren antwoorden dat ze sterven zouden verkiezen boven terecht komen in een armenhuis, antwoordt Scrooge "Als ze liever sterven ... dan moeten ze dat maar doen en zo de overbevolking verminderen". Aan het eind van de dag stemt Scrooge grommend in met een vrije dag voor Cratchit op eerste kerstdag, mits hij de tweede kerstdag ter compensatie dan eerder komt.

Scrooge gaat laat naar huis, een statig pand dat vroeger van wijlen Jacob Marley was. Hij woont in een kleine kamer en de rest van het huis is verhuurd als kantoor. Zijn kamer is donker en koud om kosten te sparen. Als hij de sleutel in het slot steekt, schrikt hij als de klopper op de deur de vorm krijgt van het spookachtige gezicht van Marley. Dit is het begin van een gedenkwaardige nacht. Geluiden in het donker op de trap, geluiden van schuivende grendels en slaande deuren elders in het huis, en een onverklaarbaar gerinkel van de in onbruik geraakte bediendenbel gaan vooraf aan een bezoek van de geest Marley terwijl Scrooge bij de haard zijn pap zit te eten. Marley is gekomen om Scrooge te waarschuwen dat zijn huidige levensstijl hem hetzelfde lot zal brengen als Marley na zijn dood: veroordeeld om over de aarde te zwerven als boetedoening voor het gebrek aan naastenliefde tijdens zijn leven. Als symbool van zijn marteling draagt Marley een zware ketting met daaraan symbolische objecten uit zijn leven, maar dan in massief metaal: kasboeken, geldkisten, sleutels en dergelijke. Marley waarschuwt dat het lot van Scrooge nog erger kan zijn, want zijn ketting was zeven jaar geleden al net zo lang als die van Marley, en hij heeft ze met zijn egocentrische levensstijl alleen maar langer gemaakt. Marley vertelt Scrooge dat hij een kans heeft om aan zijn lot te ontkomen door bezoeken van drie geesten die een voor een zullen komen. Scrooge is geschrokken maar niet geheel overtuigd dat hij niet hallucineerde en gaat naar bed, denkend dat een goede nachtrust hem goed zal doen.

De eerste van de drie geesten

Om 1 uur 's nachts verschijnt de eerste geest die zichzelf 'Geest van Voorbije Kerstmis' ('Ghost of Christmas Past') noemt. Hij leidt Scrooge langs enkele van de gelukkigste en verdrietigste gebeurtenissen uit Scrooges verleden, gebeurtenissen die Scrooge hebben gemaakt tot wat hij nu is. De gebeurtenissen betreffen zijn vader (die zelfs met Kerstmis Scrooge eenzaam op de kostschool liet zitten), het verlies van zijn grote liefde door te veel aandacht voor de zaken en de dood van zijn zus, de enige persoon die hem liefde en aandacht schonk. Niet langer in staat de pijnlijke herinneringen te verdragen en met een steeds sterker wordend gevoel van spijt, smeekt hij de geest hem naar huis te laten gaan. Terug in zijn kamer is het weer 12 uur.

De tweede van de drie geesten

Om 2 uur 's nachts (wederom) verschijnt de tweede geest die zichzelf 'Geest van Huidig Kerstmis' ('Ghost of Christmas Present') noemt. Deze geest toont hem het karige kerstfeest van de familie Cratchit, het goede karakter van de kreupele zoon, Tiny Tim, en de mogelijke vroege dood van deze jongen. Dit vooruitzicht zet Scrooge echt aan het denken en hij toont medelijden. De geest herinnert hem aan zijn woorden van eerder die dag over het verminderen van de overbevolking. Ze bezoeken ook neef Fred waar een vrolijk kerstfeest wordt gevierd met een spel waarbij een persoon geraden moet worden met alleen ja/nee-vragen. Fred heeft uiteraard Ebenezer Scrooge in gedachten en door de vragen wordt diens karakter bloot gelegd. Het hoofdstuk eindigt symbolisch met het tonen van twee kinderen, Onwetendheid en Behoefte (Ignorance en Want), die zich onder de mantel van de geest bevinden, en die de belangrijkste oorzaken van het lijden in de wereld personifiëren. Als Scrooge vraagt of ze geen plaats hebben om te wonen citeert de geest hem weer: "Zijn er dan geen armenhuizen?". Na dit bezoek keert Scrooge weer terug naar zijn kamer en staat de klok wederom op 12 uur.

De derde en laatste geest

De derde, zwijgende geest, de 'Geest van Toekomstig Kerstmis', ('Ghost of Christmas Yet To Come') komt net na middernacht. Hij confronteert Scrooge met zijn eigen dood: een groepje mensen heeft het over de zojuist overleden "oude schraper". Spullen uit diens huis worden verkocht, en daarbij blijkt hoe zeer zijn dood de mensen koud laat. Scrooge herkent aanvankelijk niet dat het om hem zelf gaat. Ze bezoeken ook het huis van de Cratchits die Kerstmis vieren zonder Tiny Tim. Als Scrooge de geest smeekt te vertellen wie de "oude schraper" is, toont de geest hem zijn eigen grafsteen.

Het laatste hoofdstuk vertelt over Scrooge die zijn leven verandert en de royale, zachtaardige man wordt die hij was voor de dood van zijn zuster. Hij geeft op kerstochtend een jongen de opdracht de slager een kalkoen 'twee keer zo groot als Tiny Tim' te laten bezorgen bij de familie Cratchit. Hij verontschuldigt zich bij de collecterende heren en doet een gulle bijdrage. Bovendien neemt hij de uitnodiging van neef Fred aan om bij hem het kerstfeest te vieren.

Publicatie[bewerken]

De eerste editie

Dickens was niet de eerste auteur die een verhaal wijdde aan de kerstperiode, maar wel een van de eersten die zijn eigen visie op het kerstfeest gaf in een boek.[1] Dickens gebruikte onder andere zijn eigen ervaringen uit zijn jeugd, en Washington Irvings verhalen over een authentiek Brits kerstfeest als inspiratiebron.

Dickens begon in oktober 1843 aan A Christmas Carol,[2] en voltooide het boek in zes weken tijd.[3] Het boek werd uitgebracht door Chapman and Hall. De eerste editie was gebonden in rood leer, en voorzien van afbeeldingen door John Leech.

Ontvangst[bewerken]

Het boek werd een groot succes, en tegen mei 1844 waren er al zeven drukken van uitverkocht. Het literaire tijdschrift Athenaeum noemde het verhaal "A tale to make the reader laugh and cry—to open his hands, and open his heart to charity even toward the uncharitable [...] a dainty dish to set before a King." Ook William Makepeace Thackeray en dichter Thomas Hood prezen het boek. Zelfs Theodore Martin, die tot dusver weinig te spreken was over Dickens’ verhalen, gaf toe dat A Christmas Carol zijn verwachtingen had overtroffen.[4]

Niet iedereen gaf het boek echter een even goede beoordeling. “The New Monthly Magazine” was van mening dat het boek moeilijk te krijgen was voor minderbedeelde mensen, en drong er daarom op aan dat er een goedkopere editie zou worden uitgebracht. Ook in Amerika was men minder enthousiast tegenover A Christmas Carol, vooral omdat Dickens hun nationale trots zou hebben gekrenkt met zijn verhalen American Notes en Martin Chuzzlewit. Na de Amerikaanse Burgeroorlog kreeg A Christmas Carol echter ook in Amerika voet aan de grond.

Dickens speelde in op het succes van A Christmas Carol door in 1844, 1845, 1846, en 1848[5] jaarlijks een nieuw kerstverhaal te publiceren: The Chimes, The Cricket on the Hearth, The Battle of Life, en The Haunted Man and the Ghost’s Bargain.

A Christmas Carol in film, op televisie en in het theater[bewerken]

A Christmas Carol is talloze keren bewerkt voor theater, film en televisie. Volgens de Internet Movie Database dateert de eerste verfilming al uit 1901.[6] De eerste bewerkingen voor het theater gebeurden echter niet altijd met Dickens’ toestemming. In februari 1844 werden bijvoorbeeld al acht rivaliserende theaterproducties gebaseerd op “A Christmas Carol” opgevoerd, waaronder een door Edward Stirling.

Behalve directe verfilmingen van het klassieke verhaal, bestaan er ook veel gemoderniseerde versies met andere personages uit een andere tijdsperiode. Een greep uit de lijst van adaptaties:

Vervolgen[bewerken]

Dickens sluit het verhaal af met twee korte alinea's waarin hij vertelt dat Tiny Tim overleeft en dat Scrooge bekend wordt door zijn hervonden goedheid. Dit happy end geeft geen verdere details over wat er met de verschillende personages gebeurt.

Diverse auteurs zijn in dit gat gesprongen en hebben een vervolg geschreven, op internet of als roman (en zelfs op televisie). Een tweetal voorbeelden:

  • Timothy Cratchit's Christmas Carol, 1917: A Sequel to the Charles Dickens Classic door Dale Powell. In deze versie is 'Tiny Tim' een rijke immigrant in Amerika die zijn eigen geestbezoeken krijgt op kerstavond.
  • "Scrooge & Cratchit" (scrooge-and-cratchit.com, 2002) door Matt McHugh. Zeven jaar na het origineel is Bob Cratchit partner van Scrooge en zij staan tegenover bankiers die even meedogenloos zijn als Scrooge in zijn slechtste jaren.

Externe links[bewerken]

Online edities

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur

  • Glancy, Ruth F. (1985), Dickens' Christmas Books, Christmas Stories, and Other Short Fiction, Michigan: Garland, ISBN 0-8240-8988-X
  • Kelly, Richard Michael, ed. (2003). A Christmas Carol. Broadway Press. ISBN 978-1-55111-476-7
  • Slater, Michael (2007), Charles Dickens, Oxford: Oxford University Press, ISBN 978-0-1992-1352-8

Noten

  1. Kelly 12
  2. Slater 43
  3. Douglas-Fairhurst xix
  4. Glancy xii
  5. Douglas-Fairhurst xxii
  6. Scrooge; or Marley's Ghost (1901)
  7. A Camden Christmas Carol