Aalsmeers
Het Aalsmeers (plaatselijk Buurts of Uiterwegs genoemd) is het Hollandse dialect dat in Aalsmeer gesproken wordt. Vanouds behoort het (met onder meer het Katwijks en het Zandvoorts) tot de Zuid-Hollandse relictdialecten, dialecten die veel meer Oud-Hollands taaleigen hebben bewaard dan de tongvallen in de omringende plaatsen. Het is echter door de jaren heen sterk in verval geraakt en wordt in zijn originele vorm niet meer gesproken.
Inhoud |
[bewerken] Ontstaan
Het Zuid-Hollands is thans een verzameling van dialecten die voor het grootste deel veel op elkaar en op het Standaardnederlands lijken. In het verleden stond deze dialectgroep er echter verder vanaf. Veel typisch Hollands taaleigen werd echter met de opkomst van de standaardtaal afgekeurd en de dialecten in de latere Randstad vlakten af.
Zo niet in geïsoleerde gemeenschappen. In plaatsen die weinig contact met de stedelijke centra hadden drong de standaardtaal niet door. Aalsmeer lag in zo'n isolement: ten westen lag de Haarlemmermeer, aan de drie andere kanten lagen allerlei plassen. Alleen via een smalle landverbinding naar het zuiden was het over land toegankelijk. De bevolking leefde van binnenvisserij en tuinderij. Daardoor stonden de bewoners ook niet in contact met de sprekers van de Noordzeedialecten; dit droeg extra bij aan het unieke karakter van hun taal.
In de loop der eeuwen werden de meeste plassen drooggelegd; in de negentiende eeuw tenslotte ook de Haarlemmermeer. Dit maakte een einde aan de geïsoleerde ligging. Er kwamen wegverbindingen met andere plaatsen en stedelingen konden zich gemakkelijk in Aalsmeer vestigen. Onder druk van de omgeving begon het dialect te verdwijnen. Heden ten dage is er van het Aalsmeers niet heel veel meer overgebleven.
In dit artikel wordt in de tegenwoordige tijd over het dialect geschreven. Men neme er niettemin nota van dat veel van het taaleigen intussen niet meer voorkomt.
[bewerken] Kenmerken
Algemeen kan gezegd worden dat het Aalsmeers verschillende kenmerken combineert. In sommige opzichten lijkt Aalsmeer een noordelijke enclave: men treft er taaleigen aan dat verder alleen in het Hollands boven het IJ (West-Fries en verwante dialecten) gevonden wordt. Andere eigenaardigheden zijn weer typisch voor het (oude) Zuid-Hollands; soms ligt de verwantschap bij de zeevisserdialecten Zandvoorts, Noordwijks en Katwijks, soms juist bij binnenlanddialecten als het Zoetermeers. De Noord-Hollandse kenmerken zijn wel verklaard uit het feit dat Aalsmeer een periode van noordelijke immigratie heeft gekend: er was een gemeenschap van mennonisten uit noordelijk Holland en ook Friesland. Ook is gepostuleerd dat men hier langer dan elders Fries is blijven spreken. De meeste kenmerken zijn echter te verklaren uit de ligging van het dorp: Aalsmeer ligt nu eenmaal midden in Holland en moet vroeger deel hebben uitgemaakt van een overgangszone tussen Noord- en Zuid-Hollands.
[bewerken] Klinkers
Het Aalsmeers heeft het oude verschil tussen de oud-lange aa en de verlengde aa bewaard. De eerste is ee geworden, de tweede klinkt als aa. Zo kent men water naast jeer "jaar". Een dergelijk verschil is voor Noord-Holland heel gewoon maar komt in Zuid-Holland, zelfs in relictdialecten, nauwelijks meer voor (het wordt verder opgegeven voor het Sliedrechts).
De au kan in een woord als blauw tot aeu worden. Dit kent men verder o.a. uit het Katwijks en het Zeeuws.
Het verschil tussen de zachtlange en scherplange ee en oo is ook in Aalsmeer bewaard.
Het Aalsmeers maakt nog een verschil tussen de lange ij en de korte ei, waarbij de laatste wat wijder klinkt. Een dergelijk verschil kent men voorts onder meer in het Markens, Katwijks, Noordwijks en Sliedrechts.
De standaardtalige oe blijft een oe op plaatsen waar men misschien een ou zou verwachten: roepe en zoeke tegenover roupe en zouke in Katwijk, Noordwijk en Zandvoort.
Het achtervoegsel -schap is -schip in bijvoorbeeld blijschip. Dit is typisch Ingweoons (vergelijk het Engelse -ship en het Friese -skip) en heeft in Aalsmeer ongeveer zijn zuidgrens.
Zoals in veel Zuid-Hollandse relictdialecten wordt de e in sommige woorden tot o: Korsttijd "Kerstmis". Samen met Zandvoort is Aalsmeer een der noordelijkste plaatsen waar men dat aantreft (in het Noord-Hollands hoort men eerder "Karsttoid")
De i wordt tot ei voor een nd: keind "kind", veine (uit ouder veinde) "vinden". Dit treft men ook in de waarden aan (Zuidoost-Zuid-Holland) en op Marken.
De o wordt tot a in nag. Dit is een typisch Noord-Hollands woord.
Het Aalsmeerse woord voor teen is echter weer tee, zoals in de Zuid-Hollandse relictdialecten, en niet toon, zoals in de Noord-Hollandse en in het Zandvoorts.
[bewerken] Medeklinkers
Bijzonder is dat het Aalsmeers een aantal kenmerken van naburige relictdialecten niet deelt en met de standaardtaal meedoet. Zo is de combinatie sk- tot sch- geworden en is de w labiodentaal (in tegenstelling tot de "Engelse" w in de zeevissersdialecten). Een verdere bijzonderheid is de toegevoegde begin-n in nemmer "emmer".
[bewerken] Grammatica
De Aalsmeerse grammatica bewaart enkele archaïsmen die sterk doen denken aan andere Zuid-Hollandse relictdialecten en vaak ook aan het Noord-Hollands en het Fries. Zo kunnen persoonsnamen nog verbogen worden naar naamval, iets wat men veel in enclaves aantreft (Katwijk, Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam etc.). Het voornaamwoord je kan niet enclitisch tot -ie worden: men zegt er Hè-je zoals in onder meer het Katwijks en het Amsterdams en niet Hebbie zoals bijvoorbeeld in het Rotterdams. Het woord zijn is zowel onderwerp, voorwerp en bezittelijk voornaamwoord derde persoon enkelvoud: het kan dus in de plaats treden van standaardtalig hij en hem. Ofschoon het laatste vrij normaal is in Zuid-Holland is het eerste uniek voor Aalsmeer. Zeer opmerkelijk gezien de ligging van Aalsmeer is dat alle verkleinwoorden op -ie uitgaan (beetjie). Dit associeert men eerder met de Hoekse Waard. Tenslotte zij nog opgemerkt dat het Aalsmeers de groene werkwoordsvolgorde prefereert: die 's winters 't eerst bedeeld worre moet (in plaats van "... moet worden: de rode volgorde). Dit is algemeen in Friesland, in Noord-Holland en in de naburige vissersdialecten.
[bewerken] Woordenschat
In het Aalsmeers valt een aantal woorden op die vooral in het Fries en in verschillende Zuiderzeedialecten voorkomen, zoals de familiewoorden taat "vader", mem "moeder", bep "grootvader/-moeder" en òòtjie "grootmoeder". Een woord als tee "teen" wijst echter weer naar het zuiden (Noord-Hollands zou toon zijn). Verdere dialectwoorden zijn donig "vochtig" (ook in onder meer het Katwijks en het Zoetermeers), rebbank "aanrecht" (als rechtbank vaker gehoord), ruigt "stro" (in de betekenis "wildgroei" in het Zoetermeers, "hakhout" in het Zaans, "onkruid" in het Brabants; elders ook rucht), schis "snel, schielijk" (op meerdere plaatsen aangetroffen) en uitboezeroene "uitvlakken" (ook bekend uit het Zoetermeers en het Vlaardings).
[bewerken] Literatuur
- Cor van Bree, Taal in stad en land: Zuid-Hollands, Den Haag 2004. Voor dit artikel gebruikt als bron
- Maarten 't Hart, 't Buurts. Het niet meer gesproken dialect van Aalsmeer in woorden en uitdrukkingen, Aalsmeer 2004