Aanhouding bij Goejanverwellesluis
Volgens de overlevering werd Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V, op 28 juni 1787 door een aantal Patriotten uit Gouda tegengehouden bij Goejanverwellesluis. In werkelijkheid werden de twee sjesen en een koets 's middags tegen vier uur aangehouden bij Bonrepas aan het riviertje de Vlist, aan de weg van Schoonhoven naar Haastrecht.[1][2][3][4][5] Kapitein van Leeuwen van het Goudse vrijkorps had daar drie mannen opgesteld. Sergeant Adam Schouten hield de prinses aan en waarschuwde zijn kapitein, dat de aanhouding had plaatsgevonden. Van Leeuwen besloot dat het gezelschap de reis kon voortzetten richting Haastrecht onder begeleiding van het Goudse detachement. Het gezelschap reed stapvoets door, maar op de IJsseldijk was ondertussen veel volk op de been om haar toe te juichen. Het vrijkorps kwam snel in actie en zette de weg naar links af, om een doortocht richting Den Haag onmogelijk te maken.[4][6] Eenmaal overgezet bij de sluis werd Wilhelmina naar de boerderij van Adriaan Leeuwenhoek overgebracht.[4][7] Daar is het gezelschap van wijn, bier en tabak voorzien. De prinses, aanvankelijk zittend op een stapel kazen, kreeg bewaking mee toen ze naar het toilet moest en zal erg beledigd zijn geweest.
Omdat de boerderij geen geschikte plaats was om te overnachten, gaf de Commissie van Defensie, bij monde van burgemeester en oud-baljuw van Gouda de heer Mr. Martinus van Toulon, haar de keus door te rijden om te overnachten in het Kasteel van Woerden of terug te keren naar Schoonhoven. De prinses gaf te kennen dan liever terug te rijden dan kans te lopen opgesloten te worden in de kerkers en vertrok kort na tien uur, nadat de burgemeesters van Schoonhoven op de hoogte waren gebracht van haar komst.[4] Cornelis Johan de Lange van Wijngaarden, commandant van het vrijcorps van Gouda, begeleidde haar naar de pont. Na twee dagen wachten op antwoord keerde de prinses onverrichter zake terug naar Nijmegen.
Dit incident vormde de directe aanleiding voor de inval van de Pruisen in de Republiek. Frederik Willem II van Pruisen schoot zijn zuster Wilhelmina te hulp en eiste genoegdoening (satisfactie) van het gewest Holland. Nadat een groot leger van 20.000, of 26.000, een enkele auteur beweert zelfs 30.000 goedgetrainde Pruisische soldaten [8][9][10] onder leiding van de hertog van Brunswijk de rust herstelde in de rebellerende steden, keerde het stadhouderlijk paar naar 's-Gravenhage terug.
Bronnen, noten en/of referenties
Voetnoten
Literatuur
|