Aanslag op Hanns Rauter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 raakte de SS-officier Hanns Albin Rauter, de nazi-Duitse leider van de politie in Nederland, bij de Woeste Hoeve op de oostelijke Veluwe zwaargewond bij een toevallige aanslag. Op 8 maart 1945 executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van de aanslag.

[bewerken] De aanslag

De aanslag bij de Woeste Hoeve was een toeval. Het verzet wilde een vrachtwagen buitmaken om die te gebruiken voor het vervoer van vlees. De verzetsstrijders die de overval zouden plegen, waren Geert Gosens (leider), Henk de Weert, Karel Pruis en Wim Kok, Sepp Köttinger en Herman Kempfer. Beide laatstgenoemden waren Oostenrijkse gedeserteerde SS'ers.

Diezelfde avond was echter Rauter, met zijn chauffeur, zijn adjudant en Oberleutnant Exner, vanuit zijn hoofdkwartier te Didam, via Zevenaar en Arnhem, onderweg naar Apeldoorn. Hij reed met een grijsgroene BMW-cabriolet, maar de verzetsstrijders zagen in het donker de personenauto aan voor de vrachtwagen waarop ze aan het wachten waren.

De oorzaak van de schietpartij die volgde, moet gezocht worden in het feit dat de wagen van Rauter werd tegengehouden door verzetsstrijders in Duitse uniformen. Het verzet was namelijk niet op de hoogte van het feit dat kort daarvoor Rauter zelf nieuwe maatregelen had afgekondigd, namelijk dat buiten de bebouwde kom geen Duitse militaire voertuigen meer mochten worden tegengehouden. Doordat dit toch gebeurde, wist Rauter meteen dat de wegblokkade van het verzet moest zijn en trok hij zijn wapen. Een schietpartij was het gevolg, waardoor Rauter zwaargewond raakte. Zijn drie medereizigers werden allen gedood, maar Rauter wist zich als dood voor te doen, waarna de verzetslieden vertrokken. Rauter werd enige tijd later, badend in het bloed, gevonden door Duitse militairen en naar het ziekenhuis overgebracht.

[bewerken] De represailles

Het monument De Woeste Hoeve van Tirza Verrips

Op 8 maart 1945 vond als represaillemaatregel de grootste massafusillade uit de oorlogsjaren in Nederland plaats.

In de ochtend van die dag, nog geen twee maanden voor de bevrijding van Nederland, executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van de aanslag. Deze gevangenen kwamen vanuit de Willem III-kazerne te Apeldoorn en uit gevangenissen in Assen, Almelo, Zwolle, Doetinchem en Colmschate. Een Duitse Oberwachtmeister van de Ordnungspolizei (Grüne Polizei) die weigerde deel uit te maken van het vuurpeloton werd ter plekke ook geëxecuteerd. Een ongeveer 50 man sterk vuurpeloton van de Grüne Polizei voltrok het vonnis.

Daarnaast werden door het hele land executies voltrokken:

  • 53 gevangenen uit Amsterdam werden op het terrein van het theehuis Rozenoord geëxecuteerd (zie: Represailles Rozenoord)
  • 49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort werden aan het einde van de schietbaan geëxecuteerd.
  • 11 gevangenen uit de cellenbarakken te Scheveningen (het "Oranjehotel") werden, samen met 27 Todeskandidaten, op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte geëxecuteerd.
Het Rauterkruis op de Waalsdorpervlakte
  • 6 Todeskandidaten uit Utrecht werden naar Fort de Bilt gebracht en daar geëxecuteerd.

Van de verzetsstrijders die de aanslag pleegden, werden Karel Pruis en Herman Kempfner een week na de aanslag door leden van een Duitse patrouille doodgeschoten, toen zij wapens en munitie probeerden te verplaatsen. Het lichaam van Herman Kempfner is nooit teruggevonden.

Bij de Woeste Hoeve herinnert een groot monument met de namen van de gefusilleerden, onthuld door de Gelderse Commissaris van de Koningin Jan Terlouw op 4 mei 1992, aan de gevolgen van de aanslag. In juli 1945 was reeds een eerste monument opgericht; tot in 1970 werden jaarlijks herdenkingen gehouden. Op de Waalsdorpervlakte herinnert het zogeheten Rauterkruis aan de fusillades.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren