Aanslaggevoeligheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De term Aanslaggevoeligheid komt uit de synthesizer-wereld. Het betekent: de mate waarin en de wijze waarop een synthesizer (of andere elektronische klankbron) reageert op de snelheid en/of kracht waarmee een toets wordt ingedrukt.

De eerste generatie synthesizers werden wel eens gekscherend "deurbellen" genoemd. Je drukte op een toets, er kwam geluid uit, en dat was het. Voor pianisten viel er niet op te spelen, omdat het toetsenbord niet reageerde op de wijze van spelen: hard of zacht touché had geen enkel effect op het volume of de klankkleur van het gespeelde. (Hammond-)organisten misten daarentegen hun 'schuiven' waarmee ze de klankkleur real-time konden veranderen. Synthesizers kenden maar twee standen: geluid en geen geluid, er was geen tussengebied.

In de jaren '80 kwam daar verandering in. De toenemende populariteit van synthesizers en de steeds hogere eisen die de muzikanten er aan stelden resulteerden in verregaande verbeteringen in het basisontwerp van synthesizers. Dit mondde uit in aanslaggevoelige toetseninstrumenten. Sensoren onder (of achter) de individuele toetsen op het toetsenbord registreren de toets-aanslag van de bespeler. Deze informatie wordt omgezet in data die vervolgens de klankkleur moduleert.
Na een aantal initiële experimenten met de wijze waarop het touché werd geregistreerd en omgezet in klankkleurdata is er tegenwoordig een MIDI-standaard voor aanslaggevoeligheid die door bijna alle MIDI geluidsbronnen wordt 'begrepen'. Deze standaard valt grofweg uiteen in twee soorten aanslaggevoeligheid:

1. Velocity-sensitivity
Letterlijk vertaald betekent dat: gevoeligheid van het keyboard voor de snelheid waarmee een toets wordt ingedrukt.
2. Aftertouch
Aftertouch is de mate waarin het keyboard reageert op de kracht waarmee een toets wordt bespeeld.

Bijna alle moderne keyboards kunnen beide soorten aanslaggevoeligheid interpreteren en omzetten naar klankkleurdata.