Aanspreekvorm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In het Nederlandstalig gebied zijn onderstaande aanspreekvormen gebruikelijk (met name in formelere, schriftelijke correspondentie), hoewel zij (met name sinds de jaren vijftig) minder worden gebruikt.

Hieronder de titulatuur en de aanspreekvormen die gebruikelijk zijn in Nederland en Vlaanderen:

Koninklijk Huis (België)[bewerken]

In België is er een duidelijk verschil tussen het predicaat en de aanspreekvorm. Alhoewel alle prinsen en prinsessen het predicaat Koninklijke Hoogheid voeren met de titel van Koninklijke Prins of/en Aartshertog, worden ze protocollair aangesproken met Monseigneur of Mevrouw. Dynastieke titels worden wel gerespecteerd met bijhorend predicaat; officieel sprak men over Hare Koninklijke Hoogheid, de Hertogin van Brabant, en niet over kroonprinses Mathilde.

Koninklijke familie (Nederland)[bewerken]

Adel[bewerken]

  • Prins/Prinses (Nederlands adellijke familie De Bourbon de Parme): (Zijne, Hare, Uwe) Koninklijke Hoogheid
  • Prins/Prinses (sommige Belgische adel): (Zijne, Hare, Uwe) Doorluchtige Hoogheid
  • Prins/Prinses (algemeen): (Zijne, Hare, Uwe) Hoogheid
  • Aartshertog/Aartshertogin (sommige Belgische adel): (Zijne, Hare, Uwe) Koninklijke en Keizerlijke Hoogheid
  • Hertog/Hertogin: De hooggeboren heer/vrouwe[4]
  • Markgraaf/Markgravin: De hooggeboren heer/vrouwe
  • Graaf/Gravin: De hooggeboren heer/vrouwe
  • Burggraaf/Burggravin:De hooggeboren heer/vrouwe
  • Baron/Barones: De hoogwelgeboren heer/vrouwe
  • Ridder: De hoogwelgeboren heer[5]
  • Jonkheer/Jonkvrouw: De hoogwelgeboren heer/vrouwe[6]

Ambtenarij[bewerken]

Militairen[bewerken]

Diplomaten en bestuurders[bewerken]

Rechterlijke macht[bewerken]

Hoger onderwijs[bewerken]

Wetenschappelijk onderwijs[bewerken]

(bij meerdere titels: alleen de vorm behorende bij de hoogste titel gebruiken.)

Hoger beroepsonderwijs en postinitieel onderwijs[bewerken]

  • Master (titel: M met toevoeging): De weledelgeleerde heer/vrouwe
  • Master (titel: M met toevoeging): De weledelgestrenge heer/vrouwe (indien op gebied van rechten, landbouw, natuurwetenschappen of techniek)
  • Bachelor (titel: B met toevoeging): De heer/Mevrouw
  • Ingenieur (titel: ing.): De heer/Mevrouw[7]
  • Baccalaureus (titel: bc.): De heer/Mevrouw
  • Associate Degree (titel: AD): De heer/Mevrouw

Geestelijkheid[bewerken]

Rooms-katholieke Kerk [8][bewerken]

Protestantisme[bewerken]

Islam[bewerken]

  • Imam: De weleerwaarde heer Imam

Hindoeïsme[bewerken]

  • Pandit: De weleerwaarde heer Pandit

Humanisme[bewerken]

Jodendom[bewerken]

  • Opperrabbijn: De weleerwaarde zeergeleerde heer Opperrabbijn
  • Rabbijn: De weleerwaarde heer/vrouwe Rabbijn

Vrijmetselarij[bewerken]

Burgerij[bewerken]

  • Machinist: Meester
  • Hoofdwerktuigkundige: Meester
  • Kok: Chef
  • Onderwijzer(es) in het basisonderwijs: Meneer/Meester/Juf(frouw) (tegenwoordig vaak in combinatie met de voornaam)
  • Docent in het voortgezet onderwijs of hoger: Meneer/Mevrouw (in combinatie met de achternaam)
  • Zonder bijzondere functie: De heer/Mevrouw.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Onder de koningen Willem I, II en III was het gebruikelijk de koning aan te spreken met Sire. Koningin Wilhelmina introduceerde in haar Londense tijd het gebruik om haar met Mevrouw aan te spreken, een gebruik dat door haar dochter Juliana (die zich er op voor liet staan graag gewoon te willen zijn) werd overgenomen. Onder koningin Beatrix is het gebruik geïntroduceerd om haar aan te spreken met Majesteit. Foutief of abusievelijk werd zij - met name door politici - ook wel aangeduid als De majesteit, terwijl daar De koningin zou volstaan.
  2. Hoewel Prinsen en Prinsessen van Oranje-Nassau alleen met de titulatuur Hoogheid worden aangesproken is de uitzondering hierop dat Prins Johan Friso en Prinses Mabel van Oranje-Nassau wel de titulatuur (Zijne, Hare, Uwe) Koninklijke Hoogheid hebben behouden.
  3. Gravin Eloise, graaf Claus-Casimir en gravin Leonore van Oranje-Nassau van Amsberg behoren ook tot het Nederlandse Koninklijk Huis, maar zij bezitten alleen adellijke en geen vorstelijke titels.
  4. In tegenstelling tot de Belgische adel kent de Nederlandse adel geen hertogen meer
  5. Een ridder van adel kent geen vrouwelijk equivalent
  6. Een ongehuwde dame van adel wordt aangesproken met freule. In de adressering gebruikt men de titel. Weduwen van tot de adel behorende personen worden soms aangeduid met douairière, maar dit is tegenwoordig hoogst zeldzaam.
  7. Tot 2005 was de aanschrijfvorm voor hbo-ingenieurs "weledelgestrenge". Alhoewel na 2005 de titel ing. nog gegeven wordt en gevoerd mag worden, is de aanschrijfvorm komen te vervallen vanwege de invoering van de bachelor-masterstructuur in 2002, en door toegevoegde wettelijke veranderingen naar aanleiding van het advies van een ingesteld internationale commissie (2005).
  8. Kerkelijke Titulatuur op de website van de Taalunie