Aardaker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aardaker
Lathyrus Tuberosus closeup.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fabales
Familie: Leguminosae (Vlinderbloemenfamilie)
Onderfamilie: Papilionoideae
Geslacht: Lathyrus (Lathyrus)
Soort
Lathyrus tuberosus
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De aardaker (Lathyrus tuberosus) is een plant uit het geslacht Lathyrus.

Botanische beschrijving[bewerken]

De overblijvende, kruidachtige klimplant met platte stengels wordt ongeveer 30-100 cm lang. De circa 2 cm lange bloemen zijn rozerood tot violet van kleur en groeien in trossen van drie tot acht stuks. De plant bloeit in juni en juli. De bloemen worden bestoven door vlinders en door bijen uit de geslachten: Eucera, Megachile, Osmia en Trachusa. De bloemen geuren.

De bladeren zijn geveerd. Het onderste, solitaire deelblaadje is ovaal en de einddeelblaadjes bestaan uit gedeelde ranken, waarmee de plant zich vasthecht. De middelste deelblaadjes zijn langwerpig hartvormig.

De plant is een hemikryptofyt. Zijn ontkieming is tweedelig. Het bovenste gedeelte van de kiemwortel en het hypocotyl verdikken zich tot een eerste knol. Uit de bladoksels van de kiemblaadjes en de onderste blaadjes van de liggende, beginnende groeistengel groeit tot een tot 60 cm lange bodemuitloper. Deze uitlopers vertakken zich verder en de in de bodem liggende knopen vormen zich tot knollenvormende wortels. Na drie tot vier jaar bereiken deze knollen de volle grootte en zijn dan net zo groot als hazelnoten. De plant wortelt tot 70 cm in de aarde. De soort vermeerdert zich vegetatief door de ondergrondse uitlopers en in het bijzonder door de knolletjes.

Standplaats[bewerken]

De aardaker groeit in akkerranden en in wegbermen op kleigrond. Ze prefereert kalkhoudende grond, maar is hier niet tot beperkt. Volgens de Duitse ecoloog Heinz Ellenberg is de aardaker een typische soort die op schrale grond groeit tussen de akkerkruiden bij graanvelden.

Verspreiding[bewerken]

De aardaker komt oorspronkelijk uit Europa en het westen van Azië. In Noord-Amerika komt de plant nu ook voor.

Voedingsbestanddelen[bewerken]

De knolletjes bevatten vooral suikers en zetmeel en tevens eiwitten en vetten.

Toepassingen[bewerken]

Vroeger werd de soort commercieel verbouwd, onder andere in Nederland in de provincie Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden. Tegenwoordig vindt men de plant vooral in de tuinen van liefhebbers van oude nutsgewassen. Het is echter niet uit te sluiten dat deze plant zoals veel “vergeten” groente- en fruitsoorten opnieuw in de belangstelling zal komen.

De knolletjes werden als aardappels gekookt of net als tamme kastanjes gepoft. Vaak dienden ze ook als koffiesurrogaat of als varkensvoer. Ze konden ook tot plantaardige olie verwerkt worden. Ook werd in de zestiende eeuw uit de bloemen parfum gewonnen.

De laatste jaren wordt deze plant vaak in zaadmengsels verwerkt, die in onbegroeide terreinen worden uitgezaaid. Als vlinderbloemige draagt deze plant bij aan de bodemverbetering (bijdrage van stikstof), vergelijkbaar met de lupine en de luzerneklaver.

Als wilde plant bevindt de aardaker zich vandaag nog bij akkergrenzen en herinnert daarmee aan zijn vroegere gebruik. Ondertussen dringt de soort ook door in graanakkers en wordt dan als onkruid beschouwd.

Gespecialiseerde zaadhandelaren verkopen zaden van de aardaker. De plant is eenvoudig op te kweken in de tuin.

Namen[bewerken]

De plant heeft meerdere alternatieve namen: aardeikel, aardmuis, muizen met staartjes, varkensnoot, aardnoot, aardkastanje, grondboon, koffieboon, zeugboon en grondpeer.

Bescherming[bewerken]

Deze plant is in Nederland officieel beschermd en staat in België op de rode lijst. In sommige deelstaten van Duitsland staat deze plant ook op de rode lijst van bedreigde plantensoorten.

Bibliografie[bewerken]

  • Franke, W. (1985): Nutzpflanzenkunde, Stuttgart
  • Marzell, H. (1970): Wörterbuch der deutschen Pflanzennamen, Leipzig
  • Rauh, W. (1950): Morphologie der Nutzpflanzen, Heidelberg

Externe link[bewerken]

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren - Aardaker.