Aardatmosfeer
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De aardatmosfeer of dampkring is de atmosfeer om de aarde.
Inhoud |
[bewerk] Samenstelling
De aardatmosfeer bestaat op zeeniveau uit:
- N2 (stikstof) 78,084% (78,1 %)
- O2 (zuurstof) 20,946% (20,9 %)
- Ar (Argon) 0.934% (0.9 %)
- H2O (waterdamp) (wisselende hoeveelheden)
- CO2 (kooldioxide) 0.032% (0,03%)
- sporengassen: Ne (Neon) 0,001818 % (0.002%), CH4(methaan) 0,0002 % (0,0%), He (helium) 0,000524 % (0,0005%), Kr (krypton) 0,000114 % (0.0001%), H2 (waterstof) 0,00005 % (0,0001%), Xe (xenon) 0,000009 % (0,00001%), N2O (Distikstofoxide) 0,00005 % (0,0001%), Overige 0,00124 % (0,001%)
Het gehalte aan waterdamp in het bovenstaande lijstje is sterk wisselend; de overige percentages hebben betrekking op droge lucht.
Toen de aarde pas was ontstaan was het aandeel kooldioxide in de atmosfeer veel hoger dan nu. Dit kwam onder andere door de uitstoot van dit gas uit veel hoger. Dit maakte meercellig leven mogelijk, omdat voor veel meercelligen zuurstof een essentiële voorwaarde is om te kunnen ademen. Alle processen die samenhangen met het weer vinden plaats in de atmosfeer. Bovendien zorgt het broeikaseffect ervoor dat warmte goed wordt vastgehouden.
Vandaag de dag wordt het zuurstofgehalte in stand gehouden door groene planten en algen in de oceanen. Beide hebben daarin een ongeveer even groot aandeel.
[bewerk] Stroming in de atmosfeer
De stromingen in de atmosfeer bepalen het weer op Aarde. Ze worden voornamelijk gedreven door warmteverschillen als geval van verschillen in opwarming door de Zon. Op de polen komt het zonlicht onder een kleine hoek invallen, op de evenaar gemiddeld ongeveer loodrecht. Daarom is de insolatie (de hoeveelheid licht die op een stukje aardoppervlak invalt) en daarmee de opwarming van de atmosfeer op de evenaar veel hoger. Het gevolg is dat er van noord naar zuid convectie in de atmosfeer optreedt in de vorm van circulatiecellen. Van evenaar tot pool komen drie typen circulatiecellen voor: Hadleycellen, Ferrelcellen en polaire cellen. Deze cellen verschuiven met de seizoenen.
[bewerk] Lagen in de atmosfeer
De temperatuur van de atmosfeer varieert met de hoogte. Er worden verschillende lagen onderscheiden:
- troposfeer - 0 - 7/17 km, temperatuur neemt af met de hoogte
- stratosfeer - 7/17 - 50 km, temperatuur neemt toe met de hoogte
- mesosfeer - 50 - 80/85 km, temperatuur neemt af met de hoogte
- thermosfeer - 80/85 - 640-700 km, temperatuur neemt toe met de hoogte
- exosfeer - 700 tot 800 km
De grenzen tussen deze lagen heten de tropopause, stratopause en mesopause.
[bewerk] Ozonlaag
- Hoofdartikel: Ozonlaag
De stratosfeer bevat een dun laagje ozongas, een soort zuurstof die de ultraviolette stralen van de zon opneemt. Als deze laag er niet zou zijn, zouden die stralen al het leven op aarde vernietigen. De ozonlaag wordt door luchtvervuiling en het gebruik van bepaalde chemicaliën aangetast.


