Aartsengel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aartsengelen Michaël en Gabriël op een icoon uit de 12e eeuw

Aartsengel is de benaming van een aantal engelen die een bijzondere plaats innemen. Ze komen voor in het jodendom, het christendom en de islam. De voornaamste aartsengelen zijn Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël. Het woord aartsengel komt uit het Grieks: Αρχάγγελος, Archángelos, "opperboodschapper". De meeste namen van aartsengelen eindigen op el, een verwijzing naar (een) god.

Geschiedenis van het concept[bewerken]

Tijdens en na de Babylonische ballingschap ontwikkelde het Judaïsme zich steeds meer naar monotheïsme. Hiermee werd de afstand tussen JHWH en de individuele mens steeds groter en ontstond de behoefte de krachten die zij in het leven ondervonden, op een andere wijze te personifiëren. Onder invloed van het Babylonische en vooral Perzische geloofssystemen ontwikkelde zich een uitgebreide angelologie, waarbij een steeds verder uitgewerkt systeem van hemelse functionarissen God assisteerden en klaarstonden om Zijn bevelen op te volgen. Langzamerhand ontwikkelde deze hemelse regering zich naar het patroon van een aardse regering, namelijk het indrukwekkende en goed georganiseerde Perzische hof.[1] Uit de boeken die niet werden toegelaten tot de canonieke van de Hebreeuwse Bijbel, blijkt dat de Joden kennelijk geloofden in het bestaan van zeven aartsengelen (zie verderop). Deze zijn waarschijnlijk afgeleid van de Perzische zeven "amsjaspands" of "amesja spentas", de zeven goddelijke wezens die tot het gevolg van de hoogste god Ahoera Mazda behoorden[2] of de Babylonische "ighigs" of "igigi", de zeven planetengeesten.[3]

Aartsengelen bekend in Bijbel en Koran[bewerken]

Het woord "aartsengel" komt niet in de Hebreeuwse Bijbel voor, ook niet in de uitgebreidere Griekse versie, de Septuagint. In het Nieuwe Testament wordt het woord "aartsengel" twee maal gebruikt, in I Tessalonicenzen 4:16 en in Judas vers 9.
De Koran kent een aantal bijzondere engelen, die veelal als boodschapper fungeren. Sommige daarvan komen ook in de Bijbel voor. Ook in de islam worden engelen gezien als geschapen wezens en worden ze niet vereerd of aanbeden, omdat alleen God vereerd of aanbeden mag worden.

Michaël / Micha'il[bewerken]

Aartsengel Michaël weegt een ziel, Guariento di Arpo rond 1350

In het oudtestamentische boek Daniël wordt aangekondigd dat hij Israël in de eindtijd zal bijstaan. In het boek Openbaring is hij de leider van de goddelijke heerscharen (legertroepen) die strijd voeren met Satan. Hij wordt vaak afgebeeld met een zwaard in de hand.

Binnen het Judaïsme wordt op basis van een lezing van Deuteronomium 32:8[4] soms aangenomen dat elk van de 70 in Genesis genoemde volken een "beschermengel" toegewezen kreeg, die de belangen van het toegewezen volk diende te verdedigen. Michaël zou de beschermengel van Israël zijn en daarmee buitengewoon belangrijk en machtig.[5] Deze gedachte komt ook terug in Daniël 10:13 waar een engel tegen Daniël zegt: "Maar de vorst van het Perzische koninkrijk heeft mij eenentwintig dagen tegengehouden voordat Michaël, een van de voornaamste vorsten, mij te hulp schoot". De "vorst van het Perzische koninkrijk" duidt de beschermengel van Perzië aan en wordt in macht en kracht overschaduwd door Michaël, "een van de voornaamste vorsten".[1]

In de islam is hij bekend als Mikal of Mika'il, en speelt hij eveneens een krijgshaftige rol; hij zou het opgenomen hebben tegen Satan. Mika'il gaat volgens de leer van de islam over de natuur.

Gabriël / Djibriel[bewerken]

Gabriël kondigde de geboorte van Johannes de Doper aan, en later, aan Maria, de geboorte van Jezus Christus. Deze laatste aankondiging wordt ook wel de annunciatie genoemd.

Hij is in de islam bekend als Djibriel, door wiens stem God zich aan Mohammed zou hebben geopenbaard. Djibriel begeleidde de profeet op zijn reis naar de hemel. Djibriel (of in de Turkse spelling: Cebrail) is de boodschapper tussen God en de profeten. Deze engel wordt in de islam als de belangrijkste van de Engelen beschouwd.

Rafaël[bewerken]

In het boek Tobit stelt Rafaël zich als volgt voor: "Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren.'"[6] Vanwege zijn rol in dit boek is Rafaël de beschermheilige van de reizigers en staat hij ook als de genezer bekend. Voor protestanten is dit echter een apocrief boek.

In de islam staat deze engel bekend onder de naam Israfil. Volgens het islamitisch geloof zal deze engel voor de Dag des oordeels op zijn bazuin blazen om het sterven en de wederopstanding in te luiden.

Uriël[bewerken]

Volgens de joodse traditie regeert Uriël over de wereld van de gestorvenen. Hij wordt in een aantal apocriefe boeken genoemd: Eerste boek van Henoch en 4 Ezra (ook wel "Apocalyps van Ezra" genoemd). Verder ook in oude joodse bijbelcommentaren (midrasj) en in kabbalistische geschriften. Zijn rol is vergelijkbaar met die van Israfil in de islam.

In de oosterse orthodoxie is Uriël de aartsengel die de mens aanspoort tot gebed en geldt hij als "verhelderaar van verduisterde geesten" (c.q. mensen wier verstand verduisterd is).

Lucifer of Satan[bewerken]

Volgens sommigen is Satan een gevallen aartsengel, die tezamen met een derde van de engelen in opstand kwam tegen God maar verloor; de Bijbel noemt deze gevallen engelen 'boze geesten' (demonen), de Koran noemt hen 'djinni' (dit zijn geen engelen). Verder staat in de Koran niets over een opstand. Satan (Arabisch: Sjeitan), die in de Koran de naam Iblis heeft, werd vanwege zijn eigen arrogantie vervloekt en verworpen, omdat hij niet wilde buigen voor Adam.[7]

Satan verleidde de eerste mensen tot zonde en wordt ook de vijand van God genoemd. In de Bijbel wordt hij in verband gebracht met de antichrist.

Aartsengelen in apocriefe boeken[bewerken]

In de apocriefe boeken van de Hebreeuwse Bijbel komen de volgende vermeldingen van aartsengelen voor:[1]

  • In het Boek van Henoch worden in totaal zeven aartsengelen genoemd: 1. Uriël, 2. Rafaël, 3. Raguël, 4. Michaël, 5. Sariël, 6. Gabriël en 7. Jerameël. Iedere aartsengel heeft een specifieke taak. Uriël heeft bijvoorbeeld het opzicht over Sheol, Gabriël het opzicht over het Paradijs, de serafijnen en cherubijnen, Jerameël coördineert de opstanding, Michaël houdt toezicht op Israël, et cetera.
  • In het Testament van Abraham worden twee aartsengelen genoemd die assisteren bij het oordelen van de zielen: Dokiël en Puriël.
  • De Apocalyps van Abraham noemt de aartsengel Jehoël als middelaar van Gods onuitsprekelijke naam.
  • In het Testament van Salomo wordt beschreven hoe koning Salomo verschillende demonen ontmoet en aan elk van hen hun naam vraagt en welke engel machtiger is dan de demon zelf. Asmodeüs antwoordt dat hij wordt dwarsgezeten door de aartsengel Rafaël.
  • In het Testament van de twaalf patriarchen ziet Levi in een visioen zeven mannen in witte kleding, de zeven aartsengelen, en wijden zij hem stuk voor stuk en tooien hem met de tekenen van zijn priesterschap, terwijl Michaël, "de engel die optreedt voor het volk van Israël" de hemelpoorten voor hem opent, waar hij de heilige tempel en de Allerhoogste op een glorierijke troon ziet.

Philo[bewerken]

Philo noemde alle engelen "logos" (woord) en gebruikte de term "aartsengel" één keer, maar niet als substantief. In zijn werk "Wie is de erfgenaam?" vergeleek hij onder andere de wolk die tussen de Egyptenaren en de Israëlieten kwam te staan[8] met de middelende functie van een specifieke engel, die hij beschreef als "aartsengelachtige en meest oude logos (woord)".[9] Er is geen consensus over de relatie van Philo's ideeën met de Logos (Woord) in Johannes 1.[10]

Aartsengelen alleen in de islam[bewerken]

Izra'il[bewerken]

De doodsengel, ook wel bekend als Azraël. Heeft na Gods besluit over de dood van een mens veertig dagen om diens ziel op te halen.

Nakir en Munkar[bewerken]

Deze twee engelen bezoeken de doden in hun graf, vragen naar de geloofsbelijdenis en straffen bij het uitblijven van een goed antwoord. Zij worden niet als aartsengelen geteld.

Aartsengelen in de kunst[bewerken]

Aartsengelen zijn voor veel kunstenaars in de geschiedenis een geliefkoosd onderwerp geweest. Zo debuteerde bijvoorbeeld Franz von Stuck op zijn Aartsengel, Der Wächter des Paradieses genaamd.

Heiligenkalender[bewerken]

Op de synode van Mainz in 813 werd een officiële lijst van feestdagen van de Rooms-katholieke kerk aangenomen. Dit is de oudste bron waarin 29 september vermeld wordt als een feestdag voor de aartsengel Michaël.[11] Op deze synode riep Karel de Grote de aartsengel Michaël uit tot de beschermheilige van het Karolingische rijk.[12] Volgens de huidige katholieke heiligenkalender is 29 september de feestdag van de aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël.[13]

Andere visies[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c (en) Angelology in The Jewish Encyclopedia
  2. (en) Amshaspands op babylon.com
  3. (en) Seven (zie met name voetnoot 1 op blz. 336) op opensiuc.lib.siu.edu
  4. Vergelijk de vertaling in de Willibrordvertaling: "Toen de Allerhoogste bezit toewees aan de volken en Hij de mensen ieder hun deel gaf, heeft Hij de grenzen van de volken bepaald naar het getal van Gods zonen" met die in de Nieuwe Bijbelvertaling: "Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk en de mensen ieder hun deel gaf, bepaalde hij de grenzen voor alle volken naar het aantal nazaten van Israël" en de bijbehorende voetnoten op deze pagina
  5. Zie bijvoorbeeld Jubileeën 15:32
  6. Tobit 12:15 NBV
  7. Soera 2 (De Koe / Al Baqarah), vers 34.
  8. Exodus 14:19
  9. Philo: (en) Wie is de erfgenaam? XLII.201-206
  10. Zie bijvoorbeeld Kittel: Theological dictionary of the New Testament, blz. 507 en 513, 514
  11. (de) Joseph Aschbach, Allgemeines Kirchen-Lexikon, deel 47, Mainz, 1850, blz. 238.
  12. (en) Lothart Wendel, An essay on the history of German civilisation: its European and universal meaning, Birla Institute of Technology and Science, 1968, blz. 22.
  13. Johannes Paulus II, (en) Angelus, 29 september 2002, §4.