Ab (vader)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ab betekent "vader" in de meeste semitische talen, soms warm en vertrouwelijk uitgebreid tot Abba of Aba. Het Arabische equivalent is Aboe (of Abu). In de Koptisch-orthodoxe Kerk wordt voor bisschoppen de aanspreektitel Anba gebruikt.

Aramees[bewerken]

Het woord Abba wordt driemaal gebruikt in het Nieuwe Testament: in Marcus 14:36, Romeinen 8:15 en Galaten 4:6, en wordt steeds opgevolgd door het woord vader in de taal van de desbetreffende vertaling.

Hebreeuws[bewerken]

In het huidige Israël noemen hebreeuwssprekenden hun vader abba, het equivalent van papa in het Nederlands. Het was de vertrouwelijke naam die kinderen voor hun vader gebruikten en had iets van het vertrouwelijke van het Nederlandse woord 'papa' in zich. Het behield weliswaar de waardigheid van het woord 'vader', zodat het dus onvormelijk en toch eerbiedig was. Het was daarom eerder een liefkozende aanspreekvorm dan een titel en behoorde tot de eerste woorden die een kind leerde spreken.

Abba was tevens een belangrijke rabbi die vermeld wordt in de Talmoed.

Nederlands[bewerken]

De verbastering van het woord Abba heeft geleid tot de Europese term Abt.

Schrijfwijze in semitische talen[bewerken]

  • Arabisch: أَب (Ab), أبو (Aboe)
  • Aramees: אב (Ab), אבא (Abba)
  • Hebreeuws: אב (Av), אבי (Abi)
  • Syrisch: ܐܒ (Ab), ܐܒܐ (Abo/Aba, afhankelijk van het west/oost dialect)