Abae

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ligging van Abae.

Abae (Oudgrieks: Ἅβαι, Ábai) was een Oud-Griekse polis (van de Abantes) in het noordoosten van het landschap Phocis in de nabijheid van Kalapodi, op de grenzen van Boeotië. Het stond in de oudheid bekend om haar tempel en orakel van Apollon Abaios.[1] Restanten van de stadsmuren en een tempel tonen aan, dat de stad nabij het huidige Exarchos, 10 km ten zuidwesten van Atalanti, in de vallei van de Assos op een rotsachtige uitloper van een vlakte lag, die aan de ongeveer 2,5 kilometer afgelegen pas van Hyampolis grensde.[2] Abai bevindt zich aan een van Orchomenos naar Opus leidende straat.[3]

Geschiedenis[bewerken]

De stad werd volgens de lokale traditie Abai genoemd naar haar mythische stichter Abas, koning van Argos.[3] Aristoteles daarentegen voert de stichting van de stad terug op Thraciërs.[4]

Orakelheiligdom van Apollon[bewerken]

Abai stond bekend voor een buiten de stadsmuren gelegen oud orakelheiligdom van Apollon,[1] van het welke echter slechts weinig restanten voor handen zijn. Dit orakel zou onder andere door Croesus, de laatste koning van Lydië, en Mardonius zijn geraadpleegd geworden,[5] alsook door de Thebanen voor de slag bij Leuktra (371 v.Chr.).[6]

Door de vele aanroepingen van het orakel was het in de 5e eeuw v.Chr. rijk aan votieven[7] - zoals bijvoorbeeld de schilden en standbeelden die door de Phociërs werden geschonken.[8] De tempel werd in 480 v.Chr. tijdens de Perzische Oorlogen van de Perzische koning Xerxes I[9], alsook in 352 v.Chr. door de Thebanen in de Derde Heilige Oorlog verwoest[10] en geraakte sindsdien verder in verval.[11]

De Romeinse keizer Hadrianus liet naast het oude heiligdom een ruimere, iets kleinere Apollontempel oprichten, in dewelke beelden van Apollo, Latona en Diana werden opgesteld.[11]

De stad Abae[bewerken]

De stad zelf werd in 480 v.Chr. door Xerxes I[9] en in 352 v.Chr. door de Thebanen ingenomen. Koning Philippus II van Macedonië spaarde haar in 346 v.Chr., omdat ze - in tegenstelling tot alle ander Phocische steden - tijdens de Derde Heilige Oorlog niet aan de aanval op het orakel van Delphi had deelgenomen.[12] In 208 v.Chr. werd Abae dan echter toch door de Macedoniërs onder Philippus V van Macedonië aangevallen; het orakel bleef echter vrijgesteld van belastingen.[13] Tijdens de hellenistische periode werd Abae door het nabijgelegen Hyampolis in belang overvleugeld. In de Romeinse tijd was Abae als heilige stad autonoom.

Archeologische opgravingen[bewerken]

Vandaag de dag resten nog enkel de polygonale muren van de akropolis uit de 5e/5e eeuw v.Chr. en de restanten van een tempel. In de necropolis aan de berghelling ten westen van het heiligdom werden zeldzame bronzen voorwerpen uit de hellenistisch-Romeinse tijd gevonden, en verder ook geïmporteerde Korinthische en Attische keramiek alsook terracotta.

Noten[bewerken]

  1. a b Herodotus, I 46, VIII 27, 33, 133; Pausanias, X 35.1-5; Strabo, IX 3 § 13; Diodorus, XVI 58.3-6.
  2. G. Hirschfeld, art. Abai, in RE I.1 (1893), col. 11, F.E. Winter, art. ABAI Phokis, Greece, in R. Stillwell – W.L. McDonald – M. Holland McAllister (edd.), The Princeton Encyclopedia of Clas­sical Sites, Princeton, 1976.
  3. a b Pausanias, X 35.1.
  4. Aristoteles, fragment bij Strabo, X 1 § 3.
  5. Herodotus, I 46; Hesychius, s. v. Ἅβαι; Pausanias, X 35.1-5.
  6. Pausanias, IV 32.5.
  7. Zie o.a.: Herodotus, VIII 33; Sophocles, Koning Oedipus 899; Strabo, IX 3 § 13.
  8. Herodotus, VIII 27.
  9. a b Herodotus, VIII 33.
  10. Pausanias, X 35.3; Diodorus, XVI 58; Eusebius, Praeparatio evangelica VIII 14; ongeveer 500 in de tempel gevluchte Phociërs zouden bij een – ofwel opzettelijk aangestoken of (volgens Diodorus) toevallig naar daar uitgebreide – brand om het leven zijn gekomen.
  11. a b Pausanias, X 35.3.
  12. Pausanias, X 3.2.
  13. Inscriptiones Graecae IX 1.78; W. Dittenberger, Sylloge inscriptionum Graecarum3 (1915-1924), 552. J. Bilco, Lettre du roi Philippe aux habitants d'Abae, in Bulletin de correspondance hellénique 6 (1882), pp. 171-175.

Antieke bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]

Externe link[bewerken]