Abdij Kornelimünster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reichsfürstabtei Kornelimünster
Onderdeel van het Heilige Roomse Rijk
 Hertogdom Franken 9e eeuw–1802 Eerste Franse Keizerrijk 
Wappen Reichsabtei Kornelimünster.svg
Kaart
1789
1789
Algemene gegevens
Hoofdstad Kornelimünster
Regering
Regeringsvorm Vorstendom
Abdij Kornelimünster
De relikwieën van de abdij
Het gebied van de abdij in 1789

Kornelimünster (Nederlands vroeger : Sint-Cornelis Munster) was een tot de Nederrijns-Westfaalse Kreits behorend abdijvorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk. Het is sinds 1972 het zuidoostelijke stadsdeel van Aken onder de naam Kornelimünster/Walheim.

De Benedictijnerabdij werd kort na de dood van Karel de Grote door zijn zoon Lodewijk de Vrome gesticht niet ver van de plaats waar eerder een Romeinse tempel (Varnenum genaamd) stond. Deze plaats in de buurt van Aken heette oorspronkelijk Inda, naar het riviertje de Inde dat erlangs liep. Het klooster werd in 817 ingewijd met als eerste abt de raadgever van de keizer: Benedictus van Aniane (Aniane is de naam van het klooster bij Montpellier waar Benedictus vandaan kwam). Klooster Inda was bedoeld als voorbeeldklooster voor het hele Frankische rijk; alle kloosters in dat rijk moesten zoals het Indaklooster de Benedictijner kloosterregels naleven. Benedictus van Aniane werd 'rijksabt'. De stichting van het klooster Inda was onderdeel van een door Lodewijk de Vrome voorgenomen reorganisatie van (de kerk in) zijn rijk, in de bronnen ook wel omschreven als 'renovatio imperii francorum'.

Het klooster Inda werd in 881 door de Noormannen verwoest.

Na de wederopbouw vanaf ong. 995 (zie ook verderop) groeide het klooster verder uit. Er ontstond een territorium. Al bij de stichting was het land 'binnen de omtrek van een uur gaans' aan de abdij toegewezen, het zogenaamde Münsterlandje. Daarna komen ook de naburige heerlijkheden Gressenich en Eilendorf in het bezit van de abdij. Verder zijn er verspreide bezittingen in het gebied van de Rijn en de Moezel en in België.

Het abdijvorstdendom had het recht bij de kroning van de koning in Aken de nieuwe koning de kroningskerk binnen te leiden. Alleen edelen konden monnik worden en de hertog van Gulik was voogd. In geestelijke zaken stonden de monniken direct onder de paus.

De door Karel de Kale geschonken relikwieën van de heilige paus Cornelius en van de heilige bisschop Cyprianus (beiden de marteldood gestorven) trekken veel pelgrims. In 1028 krijgt klooster Inda een nieuwe naam: 'Kornelimünster' (Monasterium Sancti Cornelii ad Indam). In deze periode wordt ook de oorspronkelijk eenvoudige kloosterkerk uitgebouwd. Keizer Otto III (996-1002) gaf opdracht voor een nieuwe westelijke voorbouw en nieuwe pijlers voor het middenschip. Dit schip kreeg rond 1330 een kooruitbreiding in Keulse Hooggotiek. Rond 1470 volgt aan de zuidzijde een uitbreiding met een tweebeukige hallenkerk. Rond 1520 volgt nog een uitbreiding aan de noordzijde, die vooral dienst doet als plaats ter verering van de zogenaamde 'relikwieën van de Heer' of de drie bijbelse heiligdommen. Dat zijn relikwieën van de lendedoek (linteum domini), de grafdoek (sindon munda) en de zweetdoek (sudarium domini) van Jezus, die reeds door Lodewijk de Vrome in 817 waren geschonken. In de loop van de 17de eeuw wordt het dak van de kooromgang aan de buitenzijde voorzien van een galerij; daardoor kunnen alle heiligdommen van het klooster aan de op het kerkplein verzamelde pelgrims getoond worden.

Met de Franse bezetting in 1797 komt er een eind aan de politieke zelfstandigheid van de abdij, maar de abdij zelf wordt pas in 1802 opgeheven. De kloostergebouwen gaan in particulier bezit over met uitzondering van de kloosterkerk die aan de parochie komt. Na de nederlagen van Napoleon wordt het gebied in 1815 door het Congres van Wenen aan het koninkrijk Pruisen toegekend.

Regenten[bewerken]

  • 1450-1480: Heribert van Lülsdorf
  • 1491-1531: Hendrik van Binsfeld
  • 1645-1652: Hendrik van Friemersdorf
  • 1652-1699: Bertram Gozewijn van Gevertshagen
  • 1699–1713: Rutger Stefan von Neuhoff-Ley
  • 1713–1744: Hyacinth Alphonse de Sluys
  • 1745–1764: Karl Ludwig von Sickingen-Ebernburg
  • 1764–1803: Matthias Ludwig von Plettenberg-Engsfeld

Literatuur[bewerken]

  • F. Petri, Handbuch der Historischen Stätten Deutschlands, Band 3, Nordrhein-Westfalen.
  • P. Fabianek: Folgen der Säkularisierung für die Klöster im Rheinland – Am Beispiel der Klöster Schwarzenbroich und Kornelimünster. Verlag BoD, 2012, ISBN 978-3-8482-1795-3

Informatieblad uitgegeven door de proosdij van St. Kornelius.