Abdij Zwiefalten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zwiefalten in 1826

De abdij Zwiefalten was een tot de Zwabische Kreits behorende benedictijnenabdij binnen het Heilige Roomse Rijk.

Tijdens de investituurstrijd stichten de aanhangers van de pauselijke partij, de graven Kuno en Liutold van Achalm een Benediktijnerklooster in Altenburg bij Tübingen. Enige jaren later (in 1089) wordt het klooster verplaatst naar Zwiefalten. Door de vele schenkingen heeft het klooster bezittingen in het Neckargebied, in de Baar, in Boven-Zwaben, de Elzas en in Zwitserland. Voor het beheer van de bezittingen zijn er pleeghoven in Reutlingen, Riedlingen en Munderkingen.

De abdij voert een lange strijd om zijn zelfstandigheid met de kloostervoogdij, sinds 1303 in handen van de aartshertogen van Oostenrijk. De hertogen van Württemberg proberen na de verwerving van de kloostervoogdij in 1365 de abdij bij hun gebied in te lijven. Later proberen de hertogen de reformatie in te voeren. Uiteindelijk staakt Württemberg zijn annexatiepolitiek bij het verdrag van 1569. In 1749/51 wordt de abdij rijksvrij door zich vrij te kopen van Württemberg.

Paragraaf 6 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 voegt de abdij bij het keurvorstendom Württemberg.

[bewerken] Bezit

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen