Abdij van Boudelo
De Abdij van Boudelo was een cisterciënzerabdij te Klein-Sinaai, nabij Sint-Niklaas in België. De naam Boudelo, die uit twee delen bestaat, kan als volgt worden verklaard: Bouden, vleivorm op -in, afgeleid van Boudewijn (Boudewijn I van Constantinopel, graaf van Vlaanderen), en lo een bosje op een zandige, hoger gelegen plek[1].
[bewerken] De abdij te Klein-Sinaai
Het jaar 1197 markeert de vestiging van de abdij, wanneer een monnik uit de Sint-Pietersabdij in Gent, Boudewijn van Boekel, zich in Klein-Sinaai vestigt als kluizenaar. Zijn 'kluis' groeide uit tot een abdij die begin 13e eeuw erkend werd door de bisschop van Doornik.
Vanuit deze abdij, die ook wel bekend staat in oude spelling als Baudeloo, begonnen de monniken de streek rondom de Schelde in te polderen. Dit deden ze onder andere door het stichten van uithoven, zoals bij Lamswaarde en Othene in Zeeuws-Vlaanderen. In Hulst en Gent had de abdij een refugehuis. Boudelo bezat een hoeve in Aarsele: de Baudeloohoeve of hof van Baudeloo. Ze werd heropgebouwd na een brand in 1717.
In 1578 werd de abdij verwoest door Gentse calvinisten.
In het cultuurhistorisch museum in Sint-Niklaas zijn verscheidene archeologische vondsten van de Boudelo-abdij te zien.
De opgraving van de abdij gebeurde door de Belseelse Alfons De Belie met hulp van allerlei vrijwilligers.
[bewerken] De abdij te Gent
In 1584, na hun terugkeer uit ballingschap uit Keulen, vonden de monniken onderdak in hun Gents refugehuis dat op een pseudo-eiland lag, gevormd door de Leie, Baudeloovest en Ottogracht.
Abt J. Delrio kreeg in 1602 de toelating om het klooster uit te breiden en een kerk te bouwen ter vervanging van de oude kapel van hun refugehuis. Dat laatste maakt vanaf het einde van de 16e eeuw plaats voor nieuwe kloostergebouwen. Met de constructie van het kerkgebouw werd vermoedelijk begonnen tussen 1602 en 1606; de klokkentoren is van 1660.
De grootste uitbreiding van de abdij gebeurde in de 17e eeuw. Inkomsten in de 18e eeuw lieten de monniken toe het klooster en de kerk te versieren met onder meer tapijten, beeldhouwwerken en schilderijen.
Toen het aanpalend klooster van de Engelse Jezuïeten in 1773 werd afgeschaft, kocht de abdij deze aan, samen met de tuinen. In 1777 kreeg de abt een nieuwe woning aan de Steendam. De Franse revolutionairen verdreven de kloostergemeenschap uit Gent in 1796. Veel van het interieur van de abdijkerk kreeg een plaats in het Stadsmuseum Gent.
Het klooster werd omgevormd tot centrale school in 1797 en de kerk tot Tempel van de Rede. In het huidige Baudeloohof werd in 1797 door architect Jean-Baptiste Pisson de botanische tuin aangelegd die in 1903 zijn plaats kreeg in het Citadelpark (zie Plantentuin Universiteit Gent).
Van 1800 werd de abdijkerk een bibliotheek van alle kloosters van de stad en vanaf 1819 tot circa 1935 omgevormd tot universiteitsbibliotheek. Vanaf 1832 werd het oude klooster ingenomen door het Koninklijk Atheneum. Sinds 2001 is het eigendom van de stad Gent en geeft het onderdak aan de Kunstencampus en de Academie voor Muziek, Woord en Dans.
|
Bronnen, noten en/of referenties: