Abdij van Fontevraud

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Luchtfoto van de abdij
De kapel van de abdij
Het binnenhof van Fontevraud
Tour d’Évraud

De abdij van Fontevraud (of: abdij van Fontevrault) ligt in het Franse plaatsje Fontevraud-l'Abbaye. Het is de best bewaarde verzameling kloostergebouwen ter wereld, heeft een zeer rijke geschiedenis en is daardoor een grote toeristische trekpleister geworden. De abdij hangt niet af van een orde maar is van benedictijnse inspiratie.

Geschiedenis[bewerken]

Priester, theoloog en rondtrekkend prediker Robert d’Abrissel vestigde zich rond 1100 met zijn volgelingen in het bos van Fontevraud en stichtte er in 1101 een uniek kloostercomplex, waar mannen én vrouwen leefden. Robert besloot dat er aan het hoofd van zijn klooster een vrouw moest staan en wees Petronille de Chemillé aan als de eerste abdis. De mannen woonden in het Sint Johannesklooster, de vrouwen in het Onze-Lieve-Vrouweklooster. Verder ontving het Saint Lazare-klooster melaatsen en het Sinte Magdalenaklooster tot inkeer gekomen 'zondige vrouwen'.

Isabella van Anjou, dochter van Fulco V van Anjou en dus ook tante van Hendrik II van Engeland, volgde Petronille de Chemillé op als abdis. Dit was het begin van de eeuwenoude traditie om vrouwen van koninklijke of op zijn minst adellijke bloede aan het hoofd van Fontevraud te plaatsen. Het klooster werd dan ook snel favoriet bij verschillende Europese koningshuizen. Zo nam Eleonora van Aquitanië, koningin van Frankrijk en later van Engeland, op hoge leeftijd haar intrek in het klooster en ze werd hier na haar dood ook begraven, zoals ook haar echtgenoot Hendrik II van Engeland, zoon Richard I, schoondochter Isabella van Angoulême (echtgenote van koning Jan), dochter Johanna en kleinzoon Raymond VII van Toulouse. Ook Mathilde, grootmoeder van Hertog Hendrik I van Brabant, was (12de eeuw) abdis.

Het kloostercomplex heeft eeuwenlang gebloeid en is uitgebreid tot aan de zeventiende eeuw. Fontevraud heeft zwaar geleden onder de Franse Revolutie van 1789; delen van het klooster werden verwoest en geplunderd. O.a. de oorspronkelijke crypte verdween hierbij (de grafbeelden bleven wel bewaard). De laatste abdis stierf in armoede in Parijs. Een paar jaar later, in 1804, werd het complex omgebouwd tot staatsgevangenis. Dit bleef het tot 1963. In dat jaar werd het namelijk geschonken aan het Franse Ministerie van Cultuur. Later is het door de Franse staat gerestaureerd; ook vinden er nu verschillende opgravingen plaats. Een deel van het klooster wordt tegenwoordig gebruikt als conferentiecentrum. De rest is opengesteld voor publiek.

Huidige gebouw[bewerken]

Van het enorme kloostercomplex van vroeger zijn alleen de abdijkerk Sint Michel, de Romaanse keuken, de kapittelzaal, de ziekenzaal Sint Benoit en de priorij Sint Lazare bewaard gebleven. In de Sint Michel zijn tegenwoordig de kunstschatten van het klooster ondergebracht. De bouw van deze kerk is heel eenvoudig, maar de kapitelen van de pilaren bevatten gedetailleerde reliëfs. Het meest bijzondere gebouw is de goed gerestaureerde Romaanse keuken, de Tour d’Évraud genaamd. Deze heeft namelijk een achthoekige vorm, één grote centrale toren en meerdere kleine torentjes, schoorstenen met peperbusdaken. De keuken had wel zes plaatsen om te koken voor de honderden bewoners van het klooster. Het dak is volledig van steen en bevat geen hout, om het brandrisico te beperken. De kapittelzaal bevat indrukwekkende muurschilderingen. Buiten de gebouwen zijn er nog middeleeuwse tuinen, een oranjerie, kruidentuinen en oude stallen te zien.

Werelderfgoed[bewerken]

De abdij is in 2000 opgenomen in de lijst van het werelderfgoed van de UNESCO als een onderdeel van de gehele Loirevallei.

Externe links[bewerken]