Abdij van Lobbes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De vroegere Sint-Pietersabdij van Lobbes was een oude en prestigieuze Benedictijnerabdij gelegen te Lobbes, nabij Thuin in de provincie Henegouwen (België). De abdij werd volgens de overlevering rond 645 gesticht aan de Samber door de heilige Landelinus. Ze speelde een belangrijke rol in het religieuze, politieke en intellectuele leven van het prinsbisdom Luik, vooral in het begin van het tweede millennium. Ze werd in brand gestoken en vernield door Franse revolutionairen in 1794. Door een gelukkig toeval bleef de abdij in bezit van haar oudste annalen, zodat haar geschiedenis goed bewaard is gebleven.

Toegangspoort van de vroegere abdij
Lobbes, een opmerkelijk landschap

Landelinus, grondlegger[bewerken]

Deze Landelinus was afkomstig uit Bapaume (Picardië). Zijn familie stamde van de Merovingers af. Reeds als kind bewees hij een vlijtig student te zijn, zodat bisschop Aubert van Kamerijk, die hem gedoopt had, hem de kans gaf les te volgen aan de bisschoppelijke school. Op die manier bereikte Landelinus een hoge graad van geleerdheid, hetgeen hem voorbestemde tot een kerkelijke bestuursfunctie. Zijn niet zo godsdienstig ingestelde familieleden raadden hem het vrome bestaan echter af en lieten hem proeven van de "aardse geneugten". Landelin liet zich op sleeptouw nemen, staakte zijn studies en trok de wijde wereld in. Tijdens zijn omzwervingen belandde hij aan de oevers van de Samber. Daar kwam hij toevallig terecht bij roversbenden die deze bosrijke streek onveilig maakten. Vreemd genoeg voelde hij zich er thuis en als ontwikkelde jongeman verwierf hij, onder de bijnaam "Maurosus", het leiderschap over de boeven. Schijnbaar beleefde hij zelfs genoegen aan moorden en plundertochten.

Geschiedenis[bewerken]

  • Rond 650 kreeg hij echter plotseling berouw over zijn daden en wenste de plek waar hij zoveel kwaad had aangericht te heiligen door de stichting van een kloostergemeenschap, waarvan hij de leiding nam. Toen het aantal monniken gestadig toenam, trok hij zich terug als abt. Hij werd opgevolgd door de H. Ursmarus († 713) en vervolgens door Erminus († 737), terwijl Lobbes stilaan uitgroeide tot de belangrijkste abdij uit die periode. De abdijschool verkreeg zelfs bijzondere faam onder Anson, de zesde abt.
  • Rond 864 werd een Hubertus tot abt verkozen, zwager van koning Lotharius II (855-869), wat het begin betekende van zowel moreel als materieel verval van de abdij, wat bleef voortduren tot Franco abt werd. Als bisschop van Luik bracht hij de abdij onder het bestuur van zijn bisdom. In 960 kreeg Lobbes zijn onafhankelijkheid terug. Onder het bewind van de abten Folquinus (965-990), Heriger (990-1007) en Hugo (1033-1053) herwon de abdijschool haar vroegere reputatie.
  • In 1569 werd Lobbes samen met andere abdijen (waaronder die van Sint-Vaast in Atrecht) opgenomen in de "Benedictijner Congregatie van Sint-Vaast".
  • In 1793 werd Vulgise de Vigneron tot abt verkozen. Hij zou de laatste abt van Lobbes worden: dertien maanden later werd hij samen met zijn 43 monniken door Franse troepen verdreven. De monniken vonden een onderkomen in Duitse kloosters. De gebouwen raakten in verval en werden stelselmatig afgebroken, met uitzondering van de Sint-Ursmaruskerk, de abdijhoeve en een gedeelte dat onherkenbaar ingewerkt werd in het spoorwegstation van Lobbes.

Sint-Ursmaruskerk[bewerken]

Oude gravure uit de 18de eeuw van de abdij

De huidige Sint-Ursmaruskerk is niet de oude abdijkerk. Ze was bedoeld als grafkapel voor de abdij: de aanwezigheid van de relieken van de apostel Petrus liet namelijk niet toe dat "eenvoudige" kloosterlingen (of zelfs niet de abten) zouden begraven worden op een dergelijke hoogheilige plaats. Daarom werd op de tegenoverliggende heuvel een grafkerk gebouwd. Omdat de abdijkerk uit de Karolingische tijd stamt, is het één van de oudste (indien al niet de oudste) van België. Het koor en de crypte zijn romaans en vallen op door hun helderheid en soberheid. De toren met portaal aan de westzijde is een mooi voorbeeld van Maaslandse bouwkunst. In de 19e eeuw is de spitse vieringtoren toegevoegd. In de crypte bevinden zich de graftomben van de abten Ursmarus en Erminus, evenals de fraaie grafstenen van enkele andere 16e-eeuwse abten.