Abdij van Saint-Amand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Abdij van Saint-Amand in Saint-Amand-les-Eaux in het begin van de 18e eeuw

De abdij van Saint-Amand was een benedictijnenabdij in de Franse stad Saint-Amand-les-Eaux in het Noorderdepartement.

Geschiedenis[bewerken]

Deze abdij werd gesticht op een verhoging aan de monding van een beekje de Elnon en de Scarpe, in het bos van Vicoigne, door de monnik Amandus omstreeks het jaar 633-639. De abdij stond onder patronage van de Frankische koning Dagobert I. In 679 overleed Amandus in de abdij en werd al spoedig als heilige vereerd, waardoor de abdij een bedevaartsoord werd..

Lange tijd waren de abdij en de plaats bekend onder de naam Elno, tot ze de naam van haar stichter, Sint-Amandus, aannam. De abdij was naast een uitbatings- en ontwikkelingscentrum voor de regio, tevens één van de belangrijkste centra voor intellectuele ontwikkeling in de Karolingische renaissance. Eén van de bekendste die er actief was, was Milo van Sint-Amand (auteur van de Vita sancti Amandi).

Na de vernietiging door de Noormannen op het einde van de 9e eeuw werden de abdijgebouwen hersteld. In de 17e eeuw werd de abdij compleet vernieuwd volgens een grandioos en opmerkelijk plan van abt Nicolas du Bois.

In 1672 ontdekte Jean Mabillon er op het einde van een manuscript met teksten van de christelijke schrijver Gregorius van Nazianze een Duitstalige tekst van de 10e eeuw, het Ludwigslied, die de overwinning herdenkt van het Frankische leger van Lodewijk III op de Noormannen op 3 augustus 881 tijdens de Slag bij Saucourt-en-Vimeu. Deze tekst wordt als de oudste getuige van de Duitse taal beschouwd.

De abdij werd tijdens de Franse Revolutie genationaliseerd, en vervolgens ontmanteld tussen 1797 en 1820.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]