Abdij van Saint-Amand
De abdij van Saint-Amand was een benedictijnenabdij in de Franse stad Saint-Amand-les-Eaux in het Noorderdepartement.
[bewerken] Geschiedenis
De abdij werd gesticht op een verhoging aan de monding van een beekje de Elnon en de Scarpe, in het bos van Vicoigne, door de monnik Amandus van Gent omstreeks het jaar 633-639. De abdij stond onder patronage van de Frankische koning Dagobert I. In 679 overleed Amandus van Gent in de abdij.
Lange tijd was de abdij en de stad bekend onder de naam Elnone, tot ze de naam van de Sint-Amandus, haar stichter, aannam. De abdij was naast een uitbatings- en ontwikkelingscentrum voor de regio, tevens één van de belangrijkste centra voor intellectuele ontwikkeling in de Karolingische renaissance. Eén van de bekendste die er actief was, was Milo van Sint-Amand (auteur van de Vita sancti Amandi).
Na de vernietiging door de Noormannen op het einde van de 9e eeuw, werd de abdij pas volledig heropgebouwd in de loop van de 17e eeuw, door abt Nicolas du Bois, volgens een grandioos en opmerkelijk plan.
In 1672 ontdekte Jean Mabillon er op het einde van een manuscript met teksten van de christelijke schrijver Gregorius van Nazianze een Duitstalige tekst van de 10e eeuw, het Ludwigslied, die de overwinning herdenkt van het Frankische leger van Lodewijk III op de Noormannen op 3 augustus 881 tijdens de Slag van de Saucourt-en-Vimeu. Deze tekst wordt als de oudste getuige van de Duitse taal beschouwd.
De abdij werd tijdens de Franse Revolutie genationaliseerd, en ontmanteld tussen 1797 en 1820.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe link
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Abbaye de Saint-Amand op Wikimedia Commons. |