Abdij van Silvacane

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De abdij van Silvacane

De Abdij van Silvacane is een cisterciënzerabdij, gelegen langs de oever van de Durance, vlak bij La Roque-d'Anthéron, in het departement Bouches du Rhône in Frankrijk. De naam is afgeleid van Silva Cana: Woud van riet.

De abdij van Silvacane wordt ook wel de jongste van de drie ‘cisterciënzerzusters’ in de Provence genoemd (de andere twee zijn de abdij van Sénanque en de abdij van Le Thoronet). Ze is omstreeks 1144 gesticht als dochter van het klooster Morimond. Eerst na grote schenkingen op het einde van de 12e eeuw door Guillaume de Fuveau en Raimond de Baux kwam de abdij tot bloei. De abdijkerk kwam tot stand tussen 1175 en 1230. De rijkdom van de abdij in de 13e eeuw wekte de afgunst van de benedictijnen van de Abdij Montmajour bij Arles. In 1289 werd de abdij Silvacane door hen bezet en de cisterciënzers werden in gijzeling genomen. Na een miniconcilie kwamen de monniken weer vrij. In 1358 werd de abdij geplunderd door de troepen van de heer van Aubignan. Mede door misoogsten raakte de abdij aan het einde van de 14e eeuw in financiële problemen. In 1443 verlieten de monniken het klooster. Het beheer van het gebouwencomplex kwam in handen van het kapittel van de kathedraal van Aix-en-Provence. De abdijkerk fungeerde sindsdien als parochiekerk voor La Roque-d’Antheron. In de 17e en 18e eeuw raakte de abdij in verval. Na de Franse Revolutie werd de abdij verkocht. Het complex was enige tijd in gebruik als boerderij. In 1846 kwam het in bezit van de Franse staat en werd begonnen met de restauratie van de kerk. De overige gebouwen van het complex werden eerst na 1945 gerestaureerd.

Hoewel de abdij van Silvacane naast romaanse ook gotische stijlelementen vertoont, is de Romaanse stijl overheersend. De op de basilicavorm gebaseerde kerk heeft een spitsboog-tongewelf. Op de viering is een kruisribgewelf geplaatst. De kloostergang is van grote romaanse eenvoud. Ze werd gebouwd in de tweede helft van de 13e eeuw. Ze bestaat uit met tongewelf overdekte galerijen. Achter de oostelijke vleugel liggen de later gebouwde kapittelzaal, de refter en het dormitorium.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Jean-Francois Leroux-Dhuys, Cisterciënzer Abdijen. Geschiedenis en architectuur, Könemann, Keulen, 1999, ISBN 3-8290-3118-1
  • Rolf Toman, Christian Freigang, Achim Bednorz, La Provence. Art, architecture et paysages, Könemann, Cologne, 1999