Abdij van Sint-Germanus van Auxerre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De abdij van Sint-Germanus en zijn romaanse klokkentoren domineren Auxerre

De abdij van Sint-Germanus van Auxerre was een benedictijner klooster in het noordelijk deel van het centrum van de Franse stad Auxerre. Deze abdij werd door Sint-Germanus van Auxerre gesticht als oratorium (kapel), gewijd aan Sint-Mauritius. Sint-Germanus heeft destijds grond van zijn familie, die buiten de vroegere stadsmuren lag, ter beschikking gesteld en het oratorium ook begiftigd met landerijen om het voortbestaan te verzekeren. Nadat Germanus op 31 juli 448 in Ravenna in Italië was overleden, werd zijn lichaam teruggebracht naar Auxerre, waar het werd begraven in deze kapel.

De abdij was gewijd aan haar stichter Sint-Germanus, de bisschop van Auxerre. De abdij bereikte tijdens de Karolingische tijd de top van haar culturele betekenis. De belangrijkste bron voor de vroege geschiedenis van de abdij is een verslag van de Miracula Sancti Germani Episcopi Autissiodorensis (Wonderen van Sint-Germanus, bisschop van Auxerre), dat rond 880 werd geschreven door Heiric van Auxerre. De oudste overgebleven bouwkundige overblijfselen dateren ook uit de negende eeuw.

Geschiedenis[bewerken]

Overgebleven zuidelijke toren van de basiliek

Het eerste gebouw van de abdij was een eenvoudige kapel, die bestemd was om de relikwieën van de martelaar Sint-Mauritius en zijn metgezellen uit het Thebaanse Legioen te herbergen. De kapel was ook aan Mauritius gewijd. Germanus zelf werd er op 1 oktober 448 begraven.

Aan het begin van de 6e eeuw werd deze kapel in opdracht van de Merovingische koningin Clothilde, de echtgenote van koning Clovis I, sterk vergroot en uitgebreid. De eenvoudige kapel werd omgevormd tot een basiliek.

Ten tijde van de Karolingen werd de grafbasiliek van Germanus verder uitgebreid van een basiliek naar een abdij. Deze abdij werd onder koninklijke bescherming geplaatst. De genezing in het jaar 840 van graaf Koenraad I van Auxerre, de zwager van Lodewijk de Vrome, van een oogziekte leidde tot nieuwbouw en vergroting van de basiliek. Koenraad I van Auxerre werd ook tot lekenabt van de abdij van Sint-Germanus van Auxerre benoemd. De nieuwbouw begon in het jaar 841 en werd in 857 met de bouw van de crypte grotendeels afgerond. In het jaar 860 werden de relikwieën van Sint-Germanus, die twintig jaar daarvoor waren verhuisd, overgebracht naar het nieuwe gebouw. In het jaar 865 werd de nieuwbouw van de kerk met de wijding van eerst de cryptae inferiores en vervolgens de cryptae superiores, met een lengte van meer dan 100 meter, definitief afgerond. In deze jaren stond de abdij onder leiding van Hugo de Abt.

De school van de abdij van Sint-Germanus van Auxerre was een van de beroemdste van West-Francië en van het christelijke Westen. De intellectuele invloed die de school van Auxerre gedurende de periode van de Karolingische renaissance speelde, verliep via haar meesters Murethach van Auxerre, Haymo van Auxerre, Heiric van Auxerre (student van Lupus van Ferrières, die mogelijk ook aan de school van Auxerre verbonden is geweest) en Remigius van Auxerre.

Door branden in de 11e en 12e eeuw werden in de tweede helft van de 12e eeuw uitgebreide renovatiewerkzaamheden aan de schip van de kerk noodzakelijk. Van de toen gebouwde dubbeltorenfaçade (het zogenoemde westwerk) is alleen de zuidelijke toren bewaard gebleven. In 1277 heeft de abt Jean de Joceval (1241-1277) opdracht gegeven tot een nieuwbouw in gotische stijl. Hieraan werd tot 1398 gewerkt zonder dat deze werd voltooid.

Het klooster werd in 1567 door hugenoten verwoest. Tijdens de Franse Revolutie werden diverse beuken van het schip gesloopt. Het schip is daardoor teruggebracht tot zijn delen uit de gotische periode. In 1810 werd de abdij gedeeltelijk geseculariseerd en benut als ziekenhuis.

In 1817 werd de neogotische gevel opgericht. Als gevolg hiervan is de zuidelijke toren bewaard gebleven. De overgebleven toren staat nu vrij van de basiliek. Het schip van de kerk strekte zich vroeger namelijk over het huidige voorplein uit.

Huidige toestand[bewerken]

Abdij van Sint-Germanus van Auxerre, gezien vanuit het historische Zeeliedenkwartier

In de late twintigste eeuw werden de residentiële en dienstgebouwen van de abdij, na renovatie, in gebruik genomen als museum. In dit museum is een permanente tentoonstelling over de prehistorische, Gallo-Romeinse en middeleeuwse vondsten uit Auxerre en omgeving te zien. In een tentoonstelling in 1990 werd de culturele impact van de abdij belicht (Musée-Abbaye Saint-Germain en Musee d'Art et d'Histoire d'Auxerre).

In 1927 zijn onder de 17de-eeuwse muurschilderingen op de muren van de crypte negende-eeuwse muurschilderingen ontdekt. Dit zijn in Frankrijk de enige overgebleven muurschilderijen uit deze tijd en zijn qua belang te vergelijken met de verluchte handschriften[1].

Karolingische muurschilderingen

Voetnoten[bewerken]

  1. (en) Edward S. Koning, 'De Karolingische Fresco's van de Abdij van Saint Germain d'Auxerre "The Art Bulletin ,, 11 .4 (december 1929), pp. 357-375.

Literatuur[bewerken]

  • Christian Sapin, De Pre-romaanse Bourgondië (Parijs, 1986), pp. 41-63 (op de vroege bouwproject)
  • Abbaye Saint-Germain d'Auxerre: intellectuelen en kunstenaars in de Karolingische Europa, IX - XI eeuw (Auxerre, 1990) Tentoonstellingscatalogus.
  • Auxerre en het begin van de Romaanse (Auxerre, 1999) Tentoonstellingscatalogus.

Externe links[bewerken]