Abdoel Aziz al-Hakim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abdoel Aziz al-Hakim bij George W. Bush, 4 december 2006.

Abdoel Aziz al-Hakim (Najaf, 1953 - Teheran, 26 augustus 2009) was een Iraaks ayatollah en politicus. Hij was leider van de "Iraakse Hoge Islamitische Raad", de belangrijkste politieke partij in de Nationale Vergadering van Irak.

Hij was een zoon van ayatollah Muhsin Al-Hakim, de geestelijke leider van de sjiieten tussen 1955 en 1970 en speelde een belangrijke rol in de Intifada Safar van 1977. In 1972, 1977 en 1979 zat hij in de gevangenis. In 1980 diende hij uit te wijken naar Iran, waar hij in 1982 een der oprichters was van de "Hoge Raad" en leider van de militaire afdeling, Badr-brigade.

Hakim verving zijn broer Mohammed Baqir Al-Hakim, als leider van de "Opperste Raad van de Islamitische Revolutie in Irak" (SCIRI), nadat die in augustus 2003 in Najaf was vermoord. Hij was roulerend voorzitter van de regeringsraad die samenwerkte met de Coalition Provisional Authority.

Bij de Iraakse verkiezingen van 2005 was hij de belangrijkste kandidaat van de Verenigde Iraakse Alliantie, maar kreeg geen post in de nieuwe regering. Door de Amerikaanse regering werd hij echter beschouwd als sleutelfiguur, ook toen zijn Badr-militie in 2006 en 2007 deelnam aan het etnisch geweld tegen de Sunnieten. Hakim verzette zich tegen een geleidelijke terugtocht van het Amerikaanse leger uit Irak, zoals bepleit in het rapport-Baker.

Hij stierf in augustus 2009 aan longkanker.