Abel van Denemarken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abel
1218-1252
Kong abel.jpg
Hertog van Sleeswijk
Periode 1232-1252
Voorganger Erik
Opvolger Waldemar III
Koning van Denemarken
Periode 1250-1252
Voorganger Erik IV
Opvolger Christoffel I
Vader Waldemar II van Denemarken
Moeder Berengaria van Portugal
Dynastie Huis Waldemar

Abel (1218 - 29 juni 1252) was koning van Denemarken van 1250 tot 1252 en hertog van Sleeswijk (1232-1252). Hij was een zoon van koning Waldemar II van Denemarken en van Berengaria, de dochter van Sancho I van Portugal. Zijn broers waren koning Erik IV en zijn opvolger Christoffel (I). Hij was getrouwd met Mechtildis van Holstein (een dochter van graaf Adolf IV van Holstein) en zij zou na zijn dood, in 1261, met Birger Jarl hertrouwen.

Kinderen[bewerken]

  1. Waldemar III (-1257)
  2. Erik I (ca. 1240-1272)
  3. Sofia (ca. 1240-1284)
  4. Abel (1252-1279)

Abel volgde zijn broer Erik IV na zijn dood per 1 november 1250 op. Erik IV is naar alle waarschijnlijkheid door twee van Abels aanhangers omgebracht tijdens een reis van Erik door Sleeswijk. Abel en vierentwintig edelmannen legden de dobbelt tylvter-ed (twee dozijnen eed) af en bezwoeren dat hertog Abel geen deel in de moord had gehad. Het wordt(en nu nog steeds) wijd en zijd geloofd dat koning Erik IV wel degelijk op bevel van zijn broer Abel is vermoord. Abel af navn, Kain af gavn (Abel van naam, Kaïn in daden) zou de bevolking zeggen.

Koning Abel en koningin Machteld zouden zo'n anderhalf jaar regeren. Op 29 juni 1252 kwam Abel, en veel van zijn edelen, om het leven in een gevecht met de Friezen onder aanvoering van Sicko Sjaerdema in Noord-Friesland (Sleeswijk-Holstein). Zijn zoon Waldemar werd op dat moment gevangen gehouden door de aartsbisschop van Keulen om losgeld te verkrijgen. Om die reden werd de jongste broer van Erik IV en Abel, Christoffel I, op kerstdag 1252 als koning gekroond.

Abels nakomelingen - de Familie Abel- zouden tot 1375 over Zuid-Jutland regeren, vaak in co-regentschappen met hun familieleden in Holstein, en zij creëerden een permanent probleem voor het Deens gezag. Hun bestuur betekende de start van de definitieve afscheiding van Zuid-Jutland van het koninkrijk Denemarken.