Abigaïl (Bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Abigaïl (Hebreeuws: אֲבִיגָיִל; De vader verheugt zich of vreugde van de vader[1]) is een naam uit de Bijbel en heeft betrekking op twee verschillende personen.

Vrouw van David[bewerken]

De verstandige Abigail door Juan Antonio Escalante.

Abigaïl is de naam van de tweede vrouw van koning David.

Conflict met Nabal[bewerken]

Nadat de profeet Samuël stierf, trok David met zijn mannen naar de omgeving van Maon, een stad vlak bij de Wildernis van Juda.[2] David was op de vlucht voor koning Saul, die hem zocht om te doden en daarom zocht David een plaats om zich te verbergen. In de omgeving van Maon werden de kudden geweid van Nabal, een rijk man. David en zijn mannen namen het op zich om Nabals kudde te beschermen tegen vijanden. Toen hij zijn mannen naar Nabal stuurde om voedsel te vragen, beledigde Nabal David.[3] Nabal liet David zeggen:

10 ..."Wie is David, en wie is de zoon van Isaï? Er zijn vandaag de dag zoveel slaven die losbreken, ieder bij zijn heer vandaan.
11 Zou ik dan mijn brood, mijn water en mijn vlees nemen, dat ik voor mijn schaapscheerders geslacht heb, en zou ik het aan mannen geven van wie ik niet weet waar zij vandaan komen?"[4]

David reageerde door zich te bewapenen en met 400 man uit te trekken om Nabal en zijn knechten te doden.[5]

Abigaïl hoorde van deze gebeurtenis via een knecht van Nabal. Onmiddellijk verzamelde zij een grote hoeveelheid voedsel voor David en zijn mannen en kwam hen tegemoet. Zij wist David te overtuigen om geen wraak te nemen.[6] Ze zegt onder andere:

"...Laat mijn heer toch geen aandacht schenken aan deze verdorven man, aan Nabal, want zoals zijn naam is, zo is hij: Nabal is zijn naam en er is dwaasheid in hem.[7] Maar ik, uw dienares, heb de knechten van mijn heer, die u gezonden hebt, niet gezien."[8]

David zag af van zijn wraakactie, maar als Abigaïl de volgende dag verslag brengt aan Nabal verstijfde hij, om na tien dagen te overlijden. Wanneer David dit later te horen kreeg, kwam hij terug naar Maon om haar te huwen.[9]

Belegering van Ziklag[bewerken]

Abigaïl trok in bij David in de Filistijnse stad Gath. Later verhuisden ze naar Ziklag, maar toen David en zijn mannen op pad waren, kwamen er Amalekieten die de stad in brand staken en alle vrouwen en kinderen ontvoerden, waaronder Abigaïl en Davids andere vrouw Ahinoam. David trok er met zijn mannen op uit en versloeg de Amalekieten door een verrassingsaanval. Zo wist hij de vrouwen en kinderen te bevrijden en terug te brengen naar Ziklag.[10]

David wordt koning[bewerken]

Drie dagen na deze gebeurtenis kreeg David van een soldaat van Saul te horen dat Saul en zijn zoon Jonathan in de strijd tegen de Filistijnen waren gestorven.[11] David trok hierop Hebron in en werd koning van het Koninkrijk Juda. In Hebron kreeg hij een zoon bij Abigaïl. Het verslag in 2 Samuël noemt hem 'Kileab' en de geslachtsregister in 1 Kronieken 'Daniël'.[12]

Halfzus van David[bewerken]

Abigaïl is ook de naam van een halfzus van David. Abigaïl en Zeruja worden in 1 Kronieken als zusters van de zonen van Isaï aangeduid[13], maar van Abigaïl wordt in 2 Samuël ook gezegd dat ze de dochter van Nachas was.[14] Abigaïl was dus een aangenomen dochter.

Zij kreeg slechts één zoon, Amasa,[15] die later legeroverste werd in Davids leger.[14] Amasa was de zoon van Jetra, of Jeter, een Ismaëliet.[16]

Bronnen, noten en referenties

  1. Dr. J. van der Schaar, Woordenboek van voornamen, Uitgeverij Het Spectrum B.V., 1992, ISBN 90-274-3469-7.
  2. 1 Samuël 25:2, 3; Jozua 15:20, 55
  3. 1 Samuël 25:4-9
  4. 1 Samuël 25:10, 11, Herziene Statenvertaling
  5. 1 Samuël 25:12, 13
  6. 1 Samuël 25:14-35
  7. Nabal betekent 'Onverstandig' of 'Verstandeloos'
  8. 1 Samuël 25:25, Herziene Statenvertaling
  9. 1 Samuël 25:36-42
  10. 1 Samuël 30:1-19
  11. 2 Samuël 1:1, 2
  12. 1 Kronieken 3:1
  13. 1 Kronieken 2:16
  14. a b 2 Samuël 17:25
  15. 1 Kronieken 2:13-17
  16. 1 Koningen 2:5, 32; 1 Kronieken 2:17

Literatuur