Abimelech (Rechters)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abimelech volgens het Promptuarii Iconum Insigniorum (Guillaume Rouillé)

Abimelech (Hebreeuws: אֲבִימָלֶךְ; Mijn vader is koning) is een persoon uit de Bijbel. Hij was een zoon van rechter Gideon en zijn bijvrouw uit Sichem.[1]

De dood van zijn broers[bewerken]

Na de dood van Gideon ging Abimelech naar zijn familie van moederszijde in Sichem en stelde hun het volgende voor:

"Spreek toch ten aanhoren van alle burgers van Sichem: Wat is beter voor u? Dat zeventig mannen, allemaal zonen van Jerubbaäl,[2] over u heersen, of dat één man over u heerst? Bedenk daarbij dat ik uw beenderen en uw vlees ben."[3]

Zijn familie had hier wel oren naar en gaven hem zeventig zilverstukken om zich huursoldaten te verschaffen. Vergezelt van dit kleine leger ging hij naar Ofra, de woonplaats van zijn zeventig broers en doodde hen daar vrijwel allemaal. Alleen Jotham, zijn jongste broer, verborg zich en ontkwam.[4]

Abimelech wordt koning[bewerken]

Abimelech liet zich vervolgens tot Koning uitroepen. Jotham probeerde het volk in Sichem tot opstand aan te zetten en vervloekte Abimelech, waarop hij op de vlucht sloeg voor zijn broer.[5] Abimelech regeerde drie jaar over Israël. Het verslag in Rechters vervolgt:

Toen zaaide God onenigheid tussen Abimelech en de burgers van Sichem, zodat de burgers van Sichem hun belofte van trouw aan Abimelech braken.[6]

De mannen van Sichem organiseerden een opstand onder leiding van Gaäl. Abimelech versloeg samen met stadhouder Zebul Gaäl, verwoestte Sichem en bezaaide zijn grond met zout, zodat voorlopig niemand zich hier zou vestigen.[7] Sommige samenzweerders ontkwamen en vluchtten naar El-Berith, maar ook El-Berith werd door Sichem ingenomen en vervolgens in brand gestoken, waarbij ongeveer 1000 mensen stierven.[8]

De dood van Abimelech[bewerken]

De dood van Abimelech (Gustave Doré).

Na de vernietiging van El-Berith viel Abimelech Tebez aan. De inwoners vluchtten naar een versterkte toren in de stad en klommen op het dak. Toen Abimelech vlakbij de ingang van de toren kwam, gooide een vrouw een molensteen op zijn hoofd.[9] Om zich de schande door een vrouw gedood te zijn te besparen, vroeg Abimelech onmiddellijk aan zijn wapendrager:

..."Trek uw zwaard en dood mij, want anders zullen zij over mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood. "...[10]

Zijn bediende doorstak Abimelech waarop hij stierf.

Later zinspeelde Joab, de legerofficier van Koning David op deze gebeurtenis toen hij zijn bode instructies gaf om het verloop van de strijd aan David te verhalen:

"...Wie doodde Abimelech, de zoon van Jerubbeseth?[2] Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem vanaf de muur, zodat hij in Tebez stierf? Waarom bent u zo dicht bij de muur gekomen?..."[11]

Bronnen, noten en referenties

  1. Rechters 8:30, 31
  2. a b Jerubbaäl of Jerubbeset zijn andere namen van Gideon
  3. Rechters 9:2, Herziene Statenvertaling
  4. Rechters 9:3-5
  5. Rechters 9:7-21
  6. Rechters 9:23, Groot Nieuws Bijbel
  7. Rechters 9:26-45
  8. Rechters 9:46-49
  9. Rechters 9:50-53
  10. Rechters 9:54, Herziene Statenvertaling
  11. 2 Samuël 11:21, Herziene Statenvertaling

Literatuur