Abjathar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abjathar
Hogepriester van de Israëlieten
Menorah
Voorganger Achimelech
Opvolger Sadok
Lijst van hogepriesters van Israël

Abjathar (Hebreeuws:אביתר; Vader van uitnemendheid of Vader van overvloed[1]) is een persoon uit de bijbel.

Tijdens de regering van Saul[bewerken]

Abjathar was een zoon van Achimelech, de hogepriester van het heiligdom te Nob en een nakomeling van Eli. Hij was de enige van zijn familie die aan de massamoord van Doëg, verordend door koning Saul kon ontsnappen.[2] Na deze gebeurtenis vergezelde Abjathar David gedurende de resterende regeringsperiode van Saul en fungeerde voor hem als priester.[3]

Tijdens de regering van David[bewerken]

Als David de troon bestijgt, maakt hij Abjathar hogepriester.[4] Sadok, een nakomeling van Aärons zoon Eleazar en Abjathars zoon Achimelech[5] waren priesters in de tijd dat Abjathar hogepriester was.[6] Abjathar haalde samen met de overige priesters de Ark van het verbond uit het huis van Obed-Edom, om hem naar Jeruzalem te brengen.[7]

Later, als Absalom een poging doet om de troon te bestijgen, deed Husai zich voor als zijn vriend en raadgever. Abjathar en Sadok werden gebruikt als boodschappers van Husai om de plannen van Absalom aan David over te brieven.[8] Als Absalom gedood is, pleitten Abjathar en Sadok bij de sympathisanten van Absalom om David terug in Jeruzalem te brengen.[9]

Tijdens de regering van Salomo[bewerken]

Abjathar was David altijd trouw gebleven, maar dat was hij niet tegenover de nieuwe koning Salomo, de zoon van David. Hij sloot zich aan bij een samenzwering van David's oudste zoon Adonia, die plannen beraamde om zelf de troon te bestijgen. Toen de samenzwering mislukte, werd Sadok in de plaats van Abjathar als hogepriester aangesteld[10] en werd Abjathar naar Anatot verbannen.[11] Hiermee ging de hogepriesterlijke dynastie van het geslacht van Eli over naar het geslacht van Eleazar. Zo werd de profetie vervuld in 1 Samuël 2:31, geuit tegen hogepriester Eli:

Zie, de dagen komen dat Ik uw arm zal afhakken, en de arm van uw familie, zodat er geen oud man in uw huis zijn zal.[12]
Bronnen, noten en referenties
  1. Wachttorengenootschap. Inzicht in de Schrift, Deel 1, p. 36: Abjathar
  2. 1 Samuël 22:12-20
  3. 1 Samuël 23
  4. 2 Samuël 15:35, Markus 2:26
  5. Niet de Achimelech uit 1 Samuël 21 en 22, maar zijn gelijknamige kleinzoon
  6. 2 Samuël 8:17
  7. 1 Kronieken 15:11, 12
  8. 2 Samuël 15:24-36
  9. 2 Samuël 19:11-14
  10. 1 Koningen 1:7-40
  11. 1 Koningen 2:26
  12. 1 Samuël 2:31, Herziene Statenvertaling