Dyab Abou Jahjah
Dyab Abou Jahjah (Hanin (Bent Jbeil, Libanon), 24 juni 1971) is een Belgisch activist van Libanese afkomst.
Hij is de oprichter en de voorman van de Arabisch-Europese Liga (AEL), een beweging die op wil komen voor de belangen van Arabische moslimimmigranten in Europa.
Inhoud |
[bewerken] Opvattingen
Abou Jahjah bekent zich als een linkse socialist [1], Arabisch-nationalist, moslim van cultuur maar niet van geloof.[2] Hij is een uitgesproken tegenstander van assimilatie als model voor het omgaan met verschillende culturen. Hij wil ook niet dat immigranten als gast worden behandeld maar als volwaardige burgers die hun eigen cultuur kunnen behouden. Hij zegt geïnspireerd te zijn door leven en werk van de Amerikaanse burgerrechtenactivist Malcolm X: eveneens moslim en tegenstander van assimilatie en melting pot. Hij neemt de integratie van Armeniërs in het tot enige jaren geleden door burgeroorlog geteisterde Libanon als voorbeeld voor zijn idealen.
[bewerken] Levensloop
Abou Jahjah werd geboren in Libanon. Hij groeide op in het zuiden van het land, dat in 1978 bezet werd door Israël en later beheerst werd door met Israël samenwerkende milities. Weerzin tegen Israël werd een rode draad in zijn politieke leven. Hij heeft contacten met de Hezbollah-beweging.
Naar eigen zeggen voerde hij tijdens zijn asielaanvraag in België een conflict met de leiding van de Ba'ath-partij als reden op. Hij verkreeg een vluchtelingenstatus en werd in 1996 Belgisch staatsburger door het huwelijk met een Belgische vrouw, van wie hij niet veel later scheidde. Hij behaalde een graad in de politieke wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Om vorm te geven aan zijn politieke ideeën richtte Abou Jahjah in 2000 de Arabisch-Europese Liga (AEL) op. Dat gebeurde in Antwerpen, een stad die een grote moslimpopulatie kent, alsook een aanzienlijke groep joden, en waar het rechtse Vlaams Belang de grootste partij in de gemeenteraad is. De beweging kon van meet af aan rekenen op felle reacties.
Na de terreuraanvallen van 11 september 2001 op de Verenigde Staten zei Abou Jahjah dat hij een gevoel van victorie voelde, maar vermeldde er evenwel bij dat hij elke vorm van geweld afkeurt.
Tijdens rellen in 2002 te Borgerhout werd Abou Jahjah ervan beschuldigd dat hij zou hebben opgeroepen tot geweld. De rellen waren uitgebroken nadat een 27-jarige leraar van Marokkaanse komaf was gedood door een buurman van Belgische komaf. Premier Verhofstadt hield op 26 november 2002 voor het parlement een geëmotioneerde toespraak waar hij tot arrestatie van Dyab Abou Jahjah opriep. Dezelfde avond werd deze te Deurne aangehouden op verdenking van de vorming van een privémilitie. Op 3 december 2003 werd hij vrijgelaten onder voorwaarden. Voor de vorming van een privémilitie werden hij en tien anderen leden van AEL op 1 juni 2006 door de raadkamer vrijgesproken. Er volgde een rechtszaak omtrent zijn betrokkenheid bij de rellen in 2002. De basis van de aanklacht werd gevormd door Artikel 66§4 uit het Belgisch Strafwetboek. Op 21 december 2007 werd hij in eerste aanleg veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Op 20 oktober 2008 werd hij in hoger beroep vrijgesproken.
Namens de AEL stelde hij zich in 2003 kandidaat voor de verkiezingen voor de Kamer en de Senaat, maar zijn partij haalde geen zetels.
In 2006 maakte hij bekend te stoppen met het voorzitterschap van de AEL en daar geen bestuurlijke functie meer te willen bekleden.[3]
Rond 17 juli 2006 reisde Abou Jahjah naar Libanon om zich te voegen bij de strijd tegen de Israëlische strijdkrachten die Libanon binnenvielen na aanvallen van Hezbollah op Israël (in de paragraaf 'Externe link' staat het bericht dat hij voor zijn vertrek achterliet op de website van de Arabisch-Europese Liga). De politieke partij Vlaams Belang eiste na zijn vertrek naar Libanon dat hij tot ongewenst persoon zou worden verklaard omdat hij in vreemde krijgsdienst zou zijn getreden. Na vier weken in Libanon keerde hij terug naar België. Later deelden zijn ouders mee dat hij niet met Hezbollah had meegevochten maar slechts bij hen had verbleven.
Op 26 augustus 2006 liet Abou Jahjah weten in 2007 definitief naar zijn geboorteland te verhuizen. In april 2007 herhaalde hij dat, maar tegen het einde van dat jaar was hij alweer in Antwerpen. Hij liet sindsdien weinig of niets meer van zich horen.
Na de executie van Saddam Hoessein op 30 december 2006 deelde Jahjah mee dat hoewel hij "nooit een fan geweest van Saddam Hoessein noch van zijn regime" hem toch te beschouwen als een martelaar en “diep verdriet en sympathie” voor Saddam te voelen. Hij had echter gehoopt dat de slachtoffers van Saddams regime in staat zouden zijn om Saddam zelf uit de macht te verdrijven[4].
Op 3 april 2009 weigerde het Verenigd Koninkrijk Abou Jahjah tot het land toe te laten. Hij wilde een bijeenkomst van de International Union of Parliamentarians for Palestine (IUPFP) bijwonen op uitnodiging van Labour-parlementariër Jeremy Corbyn.[5]
[bewerken] Bibliografie
- Tussen twee werelden - De roots van een vrijheidsstrijd (autobiografie); Meulenhoff/Manteau, 2003
[bewerken] Trivia
- Abou Jahjah was te zien in het satirische programma Kopspijkers, waar hij werd gespeeld door cabaretier Paul Groot.
Bronnen en/of noten
|