Abraham Cabeliau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Abraham Cabeliau, of ook Cabeljau (ca. 1560 - april 1645) was een zeekapitein die in 1598 de eerste Nederlandse expeditie naar de `Wilde Kust’ (de Noordoostelijke kust van Zuid-Amerika: die van Venezuela, de drie Guyana's en Oostelijk Brazilië) leidde. Indianen vertelden hem dat er op de Essequibo geen handel viel te drijven, maar hij voerde wel handel met de Indianen aan de Barima en Amakura. Afgaande op de relazen over goud zoals verteld door Raleigh zeilde hij de Orinoco op tot San Thomé. Na zijn terugkeer in Middelburg bracht Cabeliau verslag uit aan de Staten-Generaal. Goud had hij niet ontdekt, maar `daer is opwaerts voorseecker veel gouts int rycke van Guyana zo ons d’Indiaenen, mitsgaeders de Spaegnaerden selffs, seggen.’ Verschillende Indianenstammen, zo meldde hij, verwachten dat de Engelsen zullen komen om hen van de Spanjaarden te bevrijden. Hij deed verslag van de nog niet veroverde gebieden bij de Orinoco en de Zuid-Amerikaanse kust tot aan de Marañón (rivier) (één van de bronrivieren van de Amazone). Spoedig na Cabeliau zouden verschillende andere Nederlanders koers zetten richting de `Wilde Kust’. In 1617 schreef Cabeliau Reeken-konst van de groote seevaert, een belangrijk boek voor de zeevaart waarin werd uiteengezet hoe met een kompas de vier windstreken konden worden bepaald.

Cabeliau werd ook door de Zweedse kroon belast met handelsopdrachten.

Cabeliau was overigens niet de eerste Nederlander die voet aan wal zette in Guyana. In 1581 was al de nederzetting Nieuw Middelburg aan de Pomeroon gesticht, die echter (waarschijnlijk) in 1596 werd verwoest door de Spanjaarden en indianen.

Over Cabeliau[bewerken]

Cabeliaus "Verslag aan de Staten-Generaal" werd opgenomen in: J.K.J. de Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-Indië. Deel I. 's-Gravenhage: 1862, pp. 153-160. Over Cabeliau met dit verslag schrijven ook Ursy M. Lichtveld & Jan Voorhoeve (red.), Suriname: spiegel der vaderlandse kooplieden: een historisch leesboek. Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1958. (Zwolse drukken en herdrukken 22.); 2e herz. dr.: Den Haag: Martinus Nijhoff, 1980. (Nederlandse Klassieken), pp. 29-33.