Abraham Jacob van der Aa
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Abraham Jacob van der Aa | |
|---|---|
![]() |
|
|
|
|
| Geboren | 7 december 1792 |
| Overleden | 21 maart 1857 |
| Land | Nederland |
|
|
|
Abraham Jacob van der Aa (Amsterdam, 7 december 1792 - Gorinchem, 21 maart 1857) was een Nederlandse letterkundige, die voornamelijk bekend is geworden door zijn Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden.
Dit Aardrijkskundig Woordenboek bestond uit veertien delen en werd tussen 1839 en 1851 gepubliceerd door de uitgeverij van Jacobus Noorduyn te Gorinchem. Het werd samengesteld met behulp van talloze regionale historici en andere wetenschappers. Eén van die historici was Adriaan Brock (1775-1834), die onder meer materiaal over Zuidoost-Brabant aanleverde.
[bewerk] Leven
De dood van Abraham van der Aa's vader Christianus Petrus Eliza Robidé van der Aa verhinderde zijn studie geneeskunde. De conscriptie bracht hem onder de zeemilitie, de oorlog maakte hem krijgsgevangene in Engeland, de herstelling veranderde hem tot landsverdediger; dat alles van 1812 tot 1817. Daarop werd hij boekhandelaar te Leuven; twee jaren later verwisselde hij dat hem onbekende vak met het onderwijs; van 1825 tot de Omwenteling van 1830 schreef hij bij de Antwerpse auditeur-militair en vluchtte toen naar Breda, vanwaar hij menig gevaarlijke tocht, ook naar Antwerpen waagde. Sedert 1841 woonde hij te Gorinchem waar zijn Aardrijkskundig Woordenboek verscheen, en overleed daar op 21 maart 1857.
[bewerk] Werk
- Aardrijkskundig Woordenboek van Noord-Brabant (Breda, 1832);
- Herinneringen uit het gebied der geschiedenis (Amsterdam 1835);
- Nieuwe herinneringen (Amsterdam 1837);
- Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van het koningrijk der Nederlanden (Gorinchem 1841);
- Nieuw biographisch, anthologisch en critisch woordenboek van Nederlandsche dichters (Amsterdam 1844-1846);
- Geschiedkundig beschrijving van Breda (Gorinchem 1845);
- Nederlandsch Oost-Indië Amst. en Breda, 1846-'57, 4 delen;
- Beschrijving van den Krimpener en den Loopikerwaard, Schoonh. 1847;
- Nederland, handboekje voor reizigers, Amsterdam 1849; '
- Lotgevallen van Willem Heenvliet, Amsterdam 1851;
- Biografisch Woordenboek. der Nederlanden, Haarlem 1851-'57;
- Beknopt Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, Gorinchem 1851-'54;
- Bloemlezing uit [Van Effen's] Spectator, in Klassiek en Letterkundig Pantheon 1855, 2 delen;
- Parelen uit de lettervruchten van Nederl. dichteressen, Amsterdam 1856;
- Ons Vaderland en zijne bewoners, Amsterdam 1855-'57.
Op zijn ziekbed schreef hij het Levensbericht van A.C. Schenk Handelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde 1857. Voorts was hij redacteur van de Zuid- en Noord-Hollandsche Volksalmanak en leverde hij talrijke bijdragen in: Letterlievend maandschrift, Vaderlandsche Letteroefeningen, Vriend des Vaderlands, Algemeene Konst- en Letterbode, Maria en Martha, Astrea, Globe, De Navorscher, enz.
| Bronnen: |
|
Dit artikel is geheel of gedeeltelijk gebaseerd op een artikel uit het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde van F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks uit 1888-1891, dat vanwege zijn ouderdom vrij is van auteursrechten. |


