Abraham de Wicquefort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abraham van Wickevoort
Abraham de Wicquefort (Caspar Netscher, 1670)
Abraham de Wicquefort (Caspar Netscher, 1670)
Algemene informatie
Ook bekend als Abraham de Wicquefort
Geboren 24 december 1606, Amsterdam
Overleden 23 februari 1682, Celle
Land Nederland
Beroep Diplomaat
Werk
Bekende werken L'ambassadeur et ses fonctions
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Geschiedenis

Abraham van Wickevoort of Wicquefort (Amsterdam, 24 december 1606 - Celle, 23 februari 1682) was een Nederlandse diplomaat, in dienst van George Willem van Brandenburg, nieuwsagent en historiograaf. Hij bewoog zich op het gebied van illegale nieuwsvoorziening en werd daarvoor twee keer veroordeeld. Wickefort zat opgesloten in de Bastille en de Gevangenpoort.

Biografie[bewerken]

Abraham was de zoon van de Antwerpse koopman Caspar van Wickevoort en Catharina Rendorp die zich in 1603 in de Warmoesstraat hadden gevestigd.[1] In 1621 werd hij student filosofie in Leiden en studeerde vijf jaar later af. Abraham begaf zich naar Parijs om zich op de staatkunde toe te leggen en schreef nieuwsbrieven aan stadhouder Frederik Hendrik.[2] Zijne talenten, die niet gering waren, brachten hem in contact met de keurvorst van Mark Brandenburg, die hem in 1626 tot zijn resident aan het Franse hof van Lodewijk XIII van Frankrijk benoemde. Gedurende 32 jaren was hij als zodanig werkzaam, was aanwezig bij de besprekingen over de Vrede van Westfalen en beschreef de Fronde onder leiding van de Prins van Condé, totdat hij in ongenade viel van Mazarin. Van Wickevoort stond in contact met Lieuwe van Aitzema, die een internationale nieuwsvoorziening had opgezet.

De kardinaal beschuldigde Van Wickevoort dat hij geheime berichten omtrent zijn vijf nichten, in het bijzonder omtrent de minnaressen van Lodewijk XIV, naar Holland overgebriefd had. Van Wickevoort beschuldigde Willem Boreel, sinds 1650 ambassadeur in Parijs, een onderhoud met Mazarin, die een oorlog met Spanje wilde voortzetten, verzonnen te hebben. Van Wickevoort vroeg en verkreeg zijn overplaatsing (1658), maar Mazarin deed hem, met verachting van het volkenrecht, in de Bastille werpen en liet hem een jaar later, op voorspraak van de Brandenburgse gezant naar Calais brengen. Drie maanden later riep de kardinaal hem terug en beloofde hem een jaarwedde van 1.000 kronen [bron?], die hem uitbetaald werden tot de Hollandse Oorlog tussen Lodewijk XIV en de Staten-Generaal der Nederlanden uitbrak. Hij vertrok via Calais naar Engeland en van daar naar Den Haag, waar hij een machtige beschermer vond in de raadpensionaris Johan de Witt, met wie hij gedurende zijn verblijf te Parijs briefwisseling gehouden had en die hem in 1662 tot geschiedschrijver van Holland benoemde. De Wicquefort had daardoor toegang tot alle vertrouwelijke stukken.[3]

In 1665 werd hij door Jan Casimir, koning van Polen, onder voorbehoud tot resident in Den Haag benoemd. Ook Rudolf August van Brunswijk-Wolfenbüttel stelde hem aan. Mogelijk was Wicquefort actief bij de Triple Alliantie (1668), want de Staten-generaal benoemden hem tot vertaler van buitenlandse stukken (1669).[4]

Den Haag[bewerken]

Beschuldigd van een verstandhouding met Hugues de Lionne, een geheime briefwisseling ten behoeve van Engeland met Joseph Williamson, en met de Zweedse rijkskanselier Magnus Gabriel de la Gardie werd hij de 20e maart 1675, op initiatief van stadhouder Willem III, door de Staten van Holland in de Gevangenpoort gevangengezet, evenals Pieter de Groot.[5] Hij werd 36 maal verhoord. Wicquefort werd op de pijnbank gelegd, bleef bij zijn verklaring, en is terug naar zijn kamer gebracht.[6] Wicquefort werd veroordeeld tot levenslang met verbeurdverklaring van zijn goederen en er is een aparte kamer voor hem op zolder getimmerd.

Zijn zoon verschafte zich een afschrift van het vonnis, liet het in Duitsland - met zijn aanmerkingen - drukken en zond het naar de gevolmachtigden tot de vrede van Nijmegen, met verzoek zijn vader te verdedigen en hem uit de gevangenis te doen ontslaan. Dit had geen gevolg. Zijn dochter mocht tegen betaling af en toe bij hem logeren.

De 11e februari 1679, na vier jaar gevangenschap, ontsnapte hij met behulp van de dienstmeid van de cipier.[7] Wicquefort reed met een wagen naar Leiden, van daar naar Utrecht en voorts over Arnhem en Nijmegen naar Celle, waar hij tot raad van Ernst August van Brunswijk-Lüneburg werd aangesteld.[8] Van Wickevoort zette zich aan het schrijven van zijn Mémoires, en L'ambassadeur et ses fonctions, een boek dat in Engelse vertaling veel invloed op 18e-eeuwse diplomaten uitoefende.[9][10] Drie koffers met correspondentie en aantekeningen waren hem teruggegeven. Zijn boeken kwamen terecht in de hofbibliotheek.[11]

Werken (selectie)[bewerken]

  • Verhael in forme van journael, van de reys ende ’t vertoeven van den seer doorluchtige ende machtige prins Carel de II, koning van Groot Britannien, &c, welcke hy in Hollandt gedaen heeft, zedert den 25 Mey, tot den 2 Junij 1660
  • Journael, of dagelijcksch verhael van de handel der Franschen in de steden van Uytrecht en Woerden, sedert hun koomst daer binnen, tot aan hun vertrek : daer in hun gruwelijcke wreetheyt en tyrannie ... alles uyt de daghteeckeningen, in de voorgedachte plaetsen gedaen ..
  • Getrouw advys aen de oprechte Hollanders rakende het geene gepasseert is in de dorpen van Bodegrave en Swammerdam, en de ongehoorde wreedtheeden, die de Fransen aldaer gepleeght hebben : met een memorie van de laeste marsch van ’t leger van den Koning van Vranckrijck door Brabandt en Vlaenderen

Referenties[bewerken]

  1. http://research.frick.org/montiasart/browserecord.php?-action=browse&-recid=21419
  2. http://www.dbnl.org/tekst/hait001repe01_01/hait001repe01_01_0822.php
  3. Tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk bleek weinig geheim te houden en correspondentie ging over en weer om tot een beslissing te komen. De provincies hadden het recht verdragen met buitenlandse mogendheden te sluiten, zolang dit niet in strijd was met de Unie van Utrecht. Ook de steden beriepen zich bij herhaling op hun privileges, zodat de daadkracht van de Staten-Generaal beperkt bleef.
  4. http://www.historici.nl/retroboeken/schutte/#source=1&page=325&accessor=toc
  5. De rol die Wenzel Eusebius von Lobkowicz speelde is onduidelijk.
  6. De diplomatieke status van Van Wicquefort bleek te onduidelijk. Gezanten hadden destijds meerdere opdrachtgevers en moesten diverse belangen verdedigen. Lodewijk XIV maakte aan dit gebruik een einde, door niet langer buitenlanders voor dergelijke posten aan te nemen. In 1727 werd deze bepaling ook in de Republiek ingevoerd.
  7. Details op Facebook
  8. De cipier en een diender van de Gevangenpoort werden ontslagen. De dienstmeid werd uiteindelijk tot zes jaar tuchthuis veroordeeld.
  9. http://www.macrofox.com/eng/d/wicquefort-abraham-de-1598-1682/wicquefort-abraham-de-1598-1682.htm
  10. http://ww1.eureka.edu/emp/jrodrig/webpage/Theory5.htm
  11. http://www.vifabbi.de/fabian?Gottfried_Wilhelm_Leibniz_Bibliothek_-_Niedersaechsische_Landesbibliothek

Bronnen[bewerken]

  • Abraham van Wicquefort en zijn proces ... Door Dionysius Everwijn [1]
  • Van der Aa [2]
  • Wiki van het Vredespaleis [3]