Academiënpaleis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Academiënpaleis
Troonzaal van het Academiënpaleis
Tuin Academiënpaleis

Het Academiënpaleis of Paleis der Academiën (Frans: Palais des Académies) is een bouwwerk in Brussel dat vijf van de zeven koninklijke academiën van België huisvest, te weten

Ligging[bewerken]

Het paleis bevindt zich in een park tussen het blok gevormd door de Hertogstraat, de Lambertmontstraat, de Regentlaan en het Troonplein. In dit blok bevinden zich tegenwoordig verder enkel de Koninklijke Stallen en de Lambermont, de ambtswoning van de premier.

Geschiedenis[bewerken]

Het prachtige neoclassicistische gebouw werd opgetrokken tussen 1823 en 1828 door de staatsarchitecten Charles Vander Straeten en Tieleman Franciscus Suys, die in dezelfde periode ook één van de verbouwingen van het naastliggende Koninklijk Paleis van Brussel uitvoerden. Het werd gefinancierd ten bedrage van 1.215.000 gulden met middelen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en in opdracht van Willem I. Het paleis werd ingericht voor zijn zoon, kroonprins Willem als die in Brussel verbleef. Na de Belgische Revolutie werd het gebouw in 1842 aan de Belgische staat overgedragen. De inhoud werd verhuisd naar het paleis Kneuterdijk en later, na de dood van Willem II naar het paleis Noordeinde, waar nog veel stukken te bewonderen zijn. Van 1848 tot 1852 was het paleis de vestigingsplaats van het 1ste Regiment Jagers-Carabiniers. Koning Leopold II weigerde het gebouw dat hem in 1853 werd aangeboden. In 1862 werd het Museum voor Moderne Kunst in het paleis ondergebracht totdat de afwerking en inrichting van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België voltooid was. Bij koninklijk decreet van 30 april 1876 werd de Koninklijke Academie van België hier gehuisvest.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd het gebouw gebruikt door de Duitse bezetter als hospitaal voor aan het front gewonde soldaten. In de tuin kan men nog de gekerfde initialen van heel wat patiënten terugvinden in de bast van een grote rode treurbeuk. De Academie kon pas in maart 1919 terug haar intrek in het gebouw nemen. In de jaren zestig van de 20e eeuw was de aantasting van het paleis door de serpula lacrymans dusdanig dat een grote restauratie zich opdrong. Van 1969 tot 1976 werd het paleis zo veel mogelijk hersteld in zijn oorspronkelijke staat.

Op 25 juli 2001 opperde de omgeving van toenmalig premier Guy Verhofstadt om de kanselarij van de eerste minister in het Academiënpaleis onder te brengen. Het idee stierf evenwel een stille dood en de academici konden de inval der barbaren afwenden.

Beschrijving[bewerken]

Binnenshuis[bewerken]

In de monumentale trappenzaal hangt een portret van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk, ter ere van de oorspronkelijke oprichtster in 1772 van de Académie Im­périale et Royale des Scien­ces et Belles-lettres de Bruxelles. De Troonzaal (niet te verwarren met de Belgische Troonzaal in het naastliggende Koninklijk Paleis van Brussel) is de oorspronkelijke feestzaal van het paleis. Aangrenzend bevonden zich de privévertrekken van Willem II waarvan onder andere het toilet met enorme wandspiegel van zijn echtgenote Anna Paulowna van Rusland bewaard is gebleven. De grote Marmeren Zaal op de tweede verdieping is belegd met Belgisch bruin marmer en wit marmer uit Carrara. Het parket, aangelegd met eik en tropisch hout (palissander en amaranthout) heeft een motief van kleine boomblaadjes. Het gewelf is bedekt met bladgoud en timpanen. De zaal heeft een uitstekende akoestiek en wordt regelmatig voor concerten gebruikt. Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere zalen waaronder de Maria-Theresiazaal wanneer de klassen van de Academie apart vergaderen, en de Leopoldzaal en Albertzaal voor kleinere commissievergaderingen. Ook het oude kabinet van de permanente secretaris straalt grandeur uit. In het gebouw zijn verder een zestigtal kleinere en grotere kantoorruimtes.

Tuin[bewerken]

De tuin bevat heel wat beeldhouwwerk waaronder een standbeeld van Adolphe Quételet (werk van Charles Fraikin), bustes van Jules Destrée (werk van Armand Bonnetain) en Jean Servais Stas (werk van Thomas Vinçotte op een sokkel ontworpen door Victor Horta) en la Surprise, een werk met een hond en een schildpad van Jean-Baptiste Van Heffen. Rond de vijver aan de zijde van de Regentlaan bevinden zich drie standbeelden op hoge sokkels: een replica van Le discobole (De discuswerper) van Mathieu Kessels, Le vainqueur (De overwinnaar) door Jean Geefs en Caïn maudit (Kaïn vervloekt) van Louis Jéhotte. Het domein wordt omheind door pilaren waarvan enkele beelden van de hand zijn van Auguste Rodin.

Koninklijke Stallen[bewerken]

Ten zuiden van het Academiënpaleis, in de uiterste hoek van het park en grenzend aan het Troonplein bevinden zich de Koninklijke Stallen, ontworpen door weeral dezelfde architecten Vander Straeten en Suys. De stallen behoorden ook tot het prinselijk paleis, en werden na de Belgische Revolte ook aangeslagen en in een kazerne omgebouwd. In 1859 werd een rotonde aangebouwd, in 1865 werd de binnenplaats met een metalen constructie overkoepeld en werden dit de Koninklijke Stallen. Ook toen de Academie zich in 1876 in het paleis vestigde, bleven de Stallen ter beschikking van het Belgisch Koningshuis. Vanaf 1911 werden de stallen gebruikt als garage voor het koninklijk wagenpark. In 1962 laat Koning Boudewijn toe dat de Bibliotheek van de Academie in de Stallen wordt ingericht, in 1966 wordt het gehele gebouw ter beschikking van de Academie gesteld. In de jaren 90 volgen dan grondige restauratiewerken.

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties