Academic Ranking of World Universities
De Academic Ranking of World Universities (ARWU, "academische wereldranglijst van universiteiten"), ook wel Shanghai ranking ("Shanghai-ranglijst") genoemd, is een jaarlijks gepubliceerde lijst van universiteiten gerangschikt op de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek aan die instellingen. Naast een algemene ranglijst worden ook ranglijsten per vakgebied gepubliceerd. De ranglijsten worden sinds 2003 jaarlijks samengesteld en gepubliceerd door de Jiaotong-universiteit van Shanghai. Sinds 2009 wordt de ranglijst gepubliceerd door de Shanghai Ranking Consultancy.
De ARWU was de eerste internationale ranglijst van universiteiten op basis van meerdere criteria. De ranglijst wordt beschouwd als een van de drie invloedrijkste en meest vooraanstaande ranglijsten van universiteiten, naast de QS World University Rankings en Times Higher Education World University Rankings.[1][2][3] Volgens de Chronicle of Higher Education is de ARWU de bekendste en invloedrijkste wereldwijde ranglijst van universiteiten.[4]
Inhoud |
Beste universiteiten [bewerken]
De top wordt gedomineerd door Amerikaanse universiteiten. De Harvard-universiteit staat sinds 2003 elk jaar op de eerste plaats. De enige niet-Amerikaanse universiteiten in de top 20 in 2012 zijn de Universiteit van Cambridge (5e plaats), de Universiteit van Oxford (10e plaats) en de Universiteit van Tokio (20e plaats).[5]
De hoogstgeplaatste universiteit in Nederland is de Universiteit Utrecht (53e plaats in 2012). In België is dat de Universiteit Gent (89e plaats).[5] In de ranglijsten per vakgebied halen enkele Nederlandse instellingen de top 50. De Universiteit Leiden staat in 2012 op plaats 34 in de ranglijst voor geneeskunde en farmacie, gevolgd door de Universiteit van Amsterdam op de 44e plaats. In de ranglijst voor biologie en landbouw staat Wageningen University op de 39e plaats. De Universiteit Utrecht staat op de 42e plaats in de ranglijst voor natuurwetenschappen en wiskunde. De Technische Universiteit Eindhoven staat op de 48e plaats in de ranglijst voor informatica.
Methodologie [bewerken]
De Shanghai-ranglijst vergelijkt 1.200 hogeronderwijsinstellingen wereldwijd op basis van een formule opgebouwd uit de volgende criteria:
- Aantal alumni die een Nobelprijs of Fields-medaille hebben ontvangen (10%);
- Aantal faculteitsleden die een Nobelprijs of Fields-medaille hebben ontvangen (20%);
- Aantal faculteitsleden die worden erkend door het Institute for Scientific Information als veel geciteerde wetenschappers (20%);
- Aantal wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in de vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften Nature en Science (20%);
- Citatiescore in de Science Citation Index en Social Sciences Citation Index, databases van citaties van wetenschappelijke artikelen (20%);
- De hierboven genoemde meetstaven genormaliseerd per capita, dat wil zeggen gedeeld met het aantal faculteitsleden (10%);
De ARWU-methodologie wordt over het algemeen beschouwd als een transparente en objectieve vergelijking. Zo zei Chris Patten, hoofd van de Universiteit van Oxford, bijvoorbeeld: "de methodologie lijkt redelijk betrouwbaar ... het lijkt een goede poging op een eerlijke vergelijking"[6].
De methodologie is ontworpen door de Chinese onderzoekers N.C. Liu en Y. Cheng. Volgens Lui en Cheng was het oorspronkelijke doel van de ranglijstmethodologie om te bepalen hoe groot het gat was tussen Chinese universiteiten en de wereldwijd meest vooraanstaande universiteiten wat betreft de kwaliteit van onderzoek. Volgens Lui en Cheng moeten ARWU en andere ranglijsten niet gebruikt worden zonder een degelijk begrip van de achterliggende methodologie en de beperkingen daarvan.[7]
Kritiek [bewerken]
Volgens critici legt de ranglijst te veel nadruk op natuurwetenschappen en te weinig op sociale en geesteswetenschappen, en houdt het geen rekening met de kwaliteit van het hoger onderwijs aan de instellingen.[1][2]
Een artikel in Scientometrics in 2007 concludeerde dat de ranglijst niet kon worden gereproduceerd met de methode van Liang en Cheng.[8] In een artikel in Scientometrics in 2009 concludeerden Franse en Belgische wetenschappers dat er te weinig aandacht is geweest voor de keuze van criteria, en dat de verkeerde criteria gekozen zijn.[9]