Achaz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koning Achaz van Juda, volgens het Promptuarii Iconum Insigniorum (Guillaume Rouillé).

Achaz (Hebreeuws: אָחָז voor Jahweh grijpt vast, houdt)[1] was koning van Juda. Hij was de opvolger van zijn vader Jotam. Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd op 735 v.Chr. tot 715 v.Chr. of van 732 v.Chr. tot 716 v.Chr.. Buiten de Bijbel is niet veel bekend over het leven van Achaz. In de Bijbel is over zijn leven te lezen in onder meer 2 Koningen 16, Jesaja 7-9 en 2 Kronieken 28.

Achaz wordt in de Bijbel beschreven als een slechte en zwakke koning. Hij kwam op twintigjarige leeftijd op de troon. Hij stapte over naar de godsdienst van omliggende volken en liet in het hele land offerplaatsen voor hun goden oprichten. Hij offerde zelfs één of meerdere van zijn eigen zonen.

Op politiek gebied kwam Achaz snel in de problemen toen koning Resin van Aram (met als hoofdstad Damascus) en koning Pekach van Israël een coalitie sloten en gezamenlijk tegen Juda ten strijde trokken. Achaz zag zich gedwongen hulp in te roepen van koning Tiglat-Pileser van Assyrië. Achaz betaalde grote sommen goud en zilver voor deze hulp en Juda werd feitelijk een vazalstaat van Assyrië. Tiglat-Pileser veroverde hierop Damascus en liet koning Resin ter dood brengen. In 722 v.Chr. veroverden de Assyriërs ook het koninkrijk Israël en werden de inwoners verbannen.

Tijdens de regeerperiode van Achaz voerden de profeten Jesaja, Hosea en Micha oppositie tegen zijn beleid op religieus gebied.

Volgens de bijbel stierf Achaz op 35-jarige leeftijd. Hij werd begraven in Jeruzalem. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hizkia.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dr. J. van der Schaar, Woordenboek van voornamen, Uitgeverij Het Spectrum B.V., 1992, ISBN 90-274-3469-7.