Acht Zaligheden (religie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dragers van het Kruis van Malta, in andere kleuren het insigne van meerdere hospitaalorden, zien in de acht punten van het kruis een verwijzing naar de acht zaligsprekingen.

De acht zaligheden of zaligsprekingen (Makarismen) zijn acht uitspraken die Jezus doet in zijn bergrede in het Evangelie volgens Matteüs.[1]

Deze toespraak markeert het begin van Jezus' openbare prediking en geeft een samenvatting van Zijn boodschap.

Nr. Nieuwe Bijbelvertaling Statenvertaling Bijbelvers
1 Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Matteüs 5:3
2 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig zijn zij die treuren; want zij zullen vertroost worden. Matteüs 5:4
3 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven. Matteüs 5:5
4 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. Matteüs 5:6
5 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden. Matteüs 5:7
6 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien. Matteüs 5:8
7 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. Matteüs 5:9
8 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Zalig zijn zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Matteüs 5:10
Bronnen, noten en/of referenties