Achter-Pommeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Achter-Pommeren

Achter-Pommeren (Duits: Hinterpommern; Pools: Pomorze Zaodrzańskie) is het gedeelte van het historische hertogdom Pommeren en de latere Pruisische provincie Pommeren dat ten oosten ligt van de rivier de Oder. Het behoort in zijn geheel tot het Poolse woiwodschap West-Pommeren. Het westelijke deel van Pommeren heet Voor-Pommeren en is na 1945 grotendeels bij Duitsland gebleven, want toen moest de, in Voor-Pommeren gelegen, hoofdstad Stettin aan Polen worden afstaan. Ten oosten van Achter-Pommeren ligt de landstreek Pommerellen, die tot 1919 als Pruisische provincie West-Pruisen heette.

Geschiedenis[bewerken]

In 1648 werd, na het uitsterven van het inheemse hertogengeslacht aan het eind van de Dertigjarige Oorlog door het Vrede van Westfalen bepaald dat Achter-Pommeren door het hertogdom Brandenburg-Pruisen ingelijfd zou worden. Voor-Pommeren kwam onder Zweden. In 1720 veroverde Brandenburg-Pruisen de oostelijke helft van Voor-Pommeren die nu aansloot op Achter-Pommeren. Het Congres van Wenen wees in 1815 het Zweedse restant ook toe aan (inmiddels het koninkrijk) Pruisen, waarbinnen beide delen voortaan de provincie Pommeren vormden tot 1945.