Achtergebleven pion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
8 Chess l40.png Chess d40.png rd Chess d40.png Chess l40.png rd kd Chess d40.png
7 pd pd Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png pd pd pd
6 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png pd nd Chess l40.png Chess d40.png
5 qd Chess l40.png Chess d40.png pd Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
4 Chess l40.png Chess d40.png nd pl Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 pl Chess l40.png pl ql pl Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
2 Chess l40.png bl Chess l40.png nl Chess l40.png pl pl pl
1 Chess d40.png Chess l40.png rl Chess l40.png Chess d40.png rl kl Chess l40.png
a b c d e f g h

In het schaakspel is een achtergebleven pion een pion die niet door een andere pion kan worden gedekt en niet naast een andere pion van dezelfde kleur staat of geplaatst kan worden. Dit maakt de positie zwakker.

Deze zwakte is tweeledig. Op de eerste plaats is de pion alleen nog maar te dekken door stukken, waardoor het een handenbindertje kan worden. Op de tweede plaats is het veld voor de pion vaak een sterk veld voor de tegenpartij. Vooral paarden kunnen dit veld gebruiken als sterk blokkadeveld.

In de onderstaande partij, die gespeeld werd door Timo Janssen en Daniel Schenkeveld, Hengelo Open, 2002, Slavische verdediging, Eco-code D12, ontstond na de zetten 1.d4 Pf6 2.Pf3 d5 3.c4 c6 4.Pc3 Lf5 5.e3 e6 6.Le2 Lb4 7.0-0 0-0 8.a3 Lxc3 9.bxc3 Pbd7 10.cxd5 cxd5 11.Lb2 Tac8 12.Tc1 Da5 13.Ld3 Lxd3 14.Dxd3 Pb6 15.Pd2 Pc4 de stelling in het diagram. Hier is c3 een achtergebleven pion: hij kan niet door een andere pion worden gedekt en kan ook niet worden opgeschoven naar c4. In het vervolg ging de pion verloren en wit verloor na 49 zetten de partij.

Opmerking: de pion op a3 is in deze stelling een geïsoleerde pion.