Achtste Kruistocht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Achtste Kruistocht
Onderdeel van Kruistochten
Siege of Tunis, eighth crusade.jpg
Datum 1270
Locatie Tunis, Tunesië
Resultaat Overwinning van de kruisvaarders op de moslims
Lodewijk IX overlijdt tijdens de campagne.
Strijdende partijen
Kruisvaarders:
Koninkrijk Frankrijk
Anjou
Moslims:
Hafsiden
Commandanten
Lodewijk IX van Frankrijk
Karel van Anjou
Muhammad I al-Mustansir

De Achtste Kruistocht is gestart door Lodewijk IX van Frankrijk in 1270. De Achtste Kruistocht wordt ook wel als de zevende geteld, als de Vijfde Kruistocht en de Zesde Kruistocht als één enkele geteld worden.

Aanleiding[bewerken]

Door de aanvallen van de Mammelukse sultan Baibars op het restant van de kruisvaardersstaten in Syrië werd besloten om deze kruistocht te ondernemen. In 1265 had Baibars de steden Nazareth, Haifa, Toron en Arsuf veroverd. In 1267 deed Lodewijk IX een oproep rondgaan door Europa voor deelnemers en fondsen. In eerste instantie was er weinig animo om deel te nemen aan deze kruistocht.

Verloop[bewerken]

In juli 1270 ten slotte voer Lodewijk vanuit Sicilië naar Tunis aan de Afrikaanse kust, wat als een ongunstig jaargetijde werd beschouwd. Tijdens de belegering van Tunis werd een groot deel van zijn leger ziek als gevolg van het slechte drinkwater, en op 25 augustus overleed Lodewijk zelf. Één dag voordat Lodewijk overleed arriveerde zijn broer, Karel van Anjou, op het legerkamp. Deze riep de zoon van Lodewijk, Filips, uit tot nieuwe koning. Aangezien deze nog te jong was om de kruistocht verder te leiden, besloot Karel dit zelf te doen. Karel slaagde er niet in de stad Tunis te doen vallen.

Afloop[bewerken]

Door allerlei ziektes verzwakte de legermacht snel. Lodewijk IX overleed zelf aan pest, dysenterie of tyfus in Tunis op 25 augustus 1270 en werd na zijn dood teruggebracht naar Lyon en daar bijgezet in de cathédrale Saint-Jean-Baptiste-et-Saint-Étienne. Op 30 oktober 1270 werd een overeenkomst gesloten met de sultan van Tunis. Hierin kregen de christenen handelsrechten met de stad en mochten er zich monniken en priesters vestigen.

Nadat het beleg was afgeblazen sloot Karel zich met zijn legermacht aan bij koning Edward I van Engeland om Akko in Syrië tegen Baibars te verdedigen. Deze kruistocht wordt de Negende Kruistocht genoemd.