Acmeïsme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Monument Osip Mandelstam in Voronezj
Jeugdige Nikolaj Goemiljov

Het Acmeïsme (Russisch: aкмеизм) was een beweging in de Russische dichtkunst die in 1910 ontstond onder leiding van Nikolaj Goemiljov en Sergej Gorodetski. De acmeïsten verzetten zich tegen het symbolisme en streefden in hun verzen naar opperste helderheid. Acmeïsme komt van het Griekse woord 'acme' dat 'hoogtepunt' betekent. Vertegenwoordigers van deze stroming zijn onder anderen Osip Mandelstam en Anna Achmatova.

Geschiedenis[bewerken]

Monument Anna Achmatova in Sint Petersburg

De geest van het acmeïsme vond een eerste uitdrukking in het essay van Michail Koezmin uit 1910: 'Over harmonieuze helderheid' (O prekrasnoj jasnosti). Hierin bekritiseerde hij de "valkuilen van onbegrijpelijkheid en kosmische duisterheid" en spoorde hij schrijvers aan tot "logica van voorstelling, constructie, syntaxis (...), liefde voor het woord, zoals bij Gustave Flaubert (...)" en hij adviseerde: "wees economisch in het gebruik van middelen en spaarzaam met woorden, wees precies en zuiver - en je zult het geheim ontdekken van iets verbazingwekkends - harmonieuze helderheid - wat ik 'clarisme' zou willen noemen."[1] De beweging begon als "Dichtersgilde" (Цех поэтов), gemodelleerd naar de middeleeuwse gilden. De oprichters van het Dichtersgilde waren Nikolaj Goemiljov, dichter en echtgenoot van Anna Achmatova, en Sergej Gorodetski.

Het Dichtersgilde, dat een neoclassicistische vorm van modernisme praktiseerde en "dichterlijk vakmanschap en culturele continuïteit"[2] hoog in het vaandel voerde, beschouwde Alexander Pope, Théophile Gautier, Rudyard Kipling, Innokenti Annenski en de Franse Parnassiaanse dichters als voorlopers.

De acmeïsten stelden als tegenpool van de 'Dionysische uitzinnigheid', zoals voorgestaan door de Russische symbolisten als Andrej Bely en Vjacheslav Ivanov, het ideaal van 'Apollinische helderheid' - vandaar Apollon als naam van hun tijdschrift. Tegenover 'duiding met hulp van symbolen' stelden zij 'directe uitdrukking met hulp van beelden'.[3]

In 1913 schreef Mandelstam het manifest: De dageraad van het Acmeïsme. Hierin definieerde hij het acmeïsme als "een smachten naar een wereldcultuur". Belangrijke dichters die tot het acmeïsme behoorden waren: Nikolaj Goemiljov, Osip Mandelstam, Michail Koezmin, Anna Achmatova, Sergej Gorodetski en Georgij Ivanov. De groep kwam aanvankelijk bijeen in Café De Verdwaalde Hond in Sint-Petersburg, destijds een belangrijk ontmoetingscentrum voor kunstenaars en schrijvers. Mandelstams gedichtenbundel Steen (Kamen) wordt beschouwd als het hoogtepunt van het acmeïstische streven.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

Voetnoten

  1. Zie: 'On Beautiful Clarity'. Voor een Nederlands voorbeeld van het gebruik van het begrip 'clarisme', zie: Steeds Mooier (Maarten Doorman, Steeds mooier. Over geschiedenis en zin van vooruitgangsideeën in de kunst, Amsterdam: Ooievaar 2000, hfst. 7, p. 223).
  2. Michael Wachtel. The Cambridge Introduction to Russian Poetry. Cambridge University Press: 2004, p. 8.
  3. Mark Willhardt & Alan Michael Parker. Who's Who in 20th Century World Poetry, Routledge: 2001, p. 8.