Acrogym

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Acrogym

Acrobatische gymnastiek (ook wel acrogym of acro genoemd) is een relatief nieuwe sport binnen de gymnastiek. Kenmerkend is dat acrogym niet individueel wordt beoefend maar in teams. Er zijn verschillende teamsamenstellingen mogelijk.

Disciplines[bewerken]

  • damespaar (2 vrouwen)
  • herenpaar (2 mannen)
  • mix-paar (een jongen/meisje; de jongen moet altijd de onderpartner zijn)
  • damesgroep (3 vrouwen), in de E- en D-lijn is herengroep ook toegestaan
  • herengroep (4 mannen)

Een damesduo neemt het tijdens de wedstrijden alleen op tegen de andere damesduo's (in A-niveau), de herengroepen alleen tegen de herengroepen enzovoorts. Ook wordt er geselecteerd op leeftijd, de senioren gaan alleen tegen de senioren en de junioren alleen tegen de junioren.

Niveaus[bewerken]

Als eerste is er het recreatief niveau (recrea acro). Dit is het laagste niveau waarbij de liften, sprongen en individuele delen zeer simpel zijn. Dan zijn er de C-, B- en A-niveaus. A is het hoogste niveau. Zoals al vermeld zijn er telkens junioren en senioren in deze niveaus. Om bijvoorbeeld in B-niveau te geraken moeten de delen moeilijk genoeg zijn. Elk deel is een aantal punten waard. Door deze punten op te tellen kan iemand zien of hij voldoende heeft om in B-niveau te geraken. Er zijn ook nog I niveau 1 en 2, en A-beloften. Deze zijn voor de mensen van wie de onderpartners jonger dan 16 zijn. A-beloften is een aanloop naar het A-niveau.

Oefening[bewerken]

De oefening vindt plaats op een vierkante vloer. Deze 'vloer' is eigenlijk een goed verende mat (meestal blauw of rood) (dezelfde als bij het artistiek turnen en de ritmische gymnastiek van 12 bij 12 meter). De oefening, op muziek (mag niet langer of korter zijn dan 2 min 30 s zijn anders worden er punten afgetrokken) bestaat uit een aantal turnonderdelen en choreografie, aangevuld met acrobatiek/liften gymnastiek. Deze elementen zijn onderverdeeld in balanselementen, tempo-elementen en individuele elementen. Een balanselement is bijvoorbeeld hoge handstand, tempo: touch-up → salto rugwaarts. De individuele delen zijn bijvoorbeeld handstand hele draai maar ook tumblingsprongen zoals rondat, flikflak en streksalto.

Een team bestaat uit een onderpartner(s) en een bovenpartner. Hierbij voert de bovenpartner elementen uit en doet de onderpartner als het ware als "turntoestel" na. Dit betekent niet dat de onderpartner alleen sterk hoeft te zijn! Soms tilt of gooit de onderpartner(s) de bovenpartner in een houding waar niet alleen kracht maar bijvoorbeeld ook lenigheid voor nodig is. De bovenpartner en de onderpartner moeten goed op elkaar ingespeeld zijn. De timing is vooral bij tempo-onderdelen van groot belang.

Als de bovenpartner wil oefenen zonder onderpartner heeft men hiervoor een hulpmiddel, de 'handstandpaaltjes' ook wel paaltjes of de blokjes genoemd. Dit is een houten plaat met twee palen erop. De palen fungeren als nabootsing van armen of benen van de onderpartner(s) zodat de bovenpartner kan oefenen. Zo kunnen steuntjes als hurksteun, hoeksteun, spreidhoeksteun, handstanddraai, krokodil worden geoefend en ook handstanden.

Bij balanselementen wordt er een houding aangenomen die minimaal drie seconden moet worden aangehouden, bij tempo-elementen wordt de bovenpartner geworpen, waarbij deze bijvoorbeeld een salto maakt. Normaal gesproken wordt er een combinatieoefening uitgevoerd, bij hogere niveaus is er een aparte balansoefening en tempo-oefening. Op het hoogste niveau, de A-lijn, worden er drie oefeningen getoond. Alle drie met dans en individuele turnelementen, maar een oefening heeft alleen tempo-elementen, een ander alleen balanselementen en een derde oefening kent zowel balans- als tempo-elementen.

Wedstrijd[bewerken]

Tijdens een wedstrijd worden de oefeningen op muziek getoond aan een jury. Deze jury geeft cijfers voor moeilijkheid, technische uitvoering en artisticiteit. Een oefening bestaat uit tempo-elementen, statische balansdelen, dans, ballet, lenigheid en gronddelen. Van de oefening kan een salto of schroef, uitgevoerd door de bovenpartner met steun van de onderpartner, deel uit maken. Er dienen ook individuele elementen zoals een radslag of een salto in verwerkt te zijn.

Contactsport[bewerken]

Het is de bedoeling dat men als team gezamenlijk op muziek de oefening maakt. Men raakt elkaar als partner aan binnen de oefeningen, zowel hand-handcontact, als hand-voetcontact, als voet-voetcontact tussen de partners onderling. Ook kan er gesteund worden op andere lichaamsdelen zoals op de heupen of bovenbenen. Echter, in de dans gaan de partners vaak uit elkaar. Ook in de tempo-onderdelen moet de bovenpartner een moment los komen van de onderpartner, anders telt dit onderdeel niet voor de moeilijkheidswaarde.