Actaea

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Actaea
Christoffelkruid (Actaea spicata)
Christoffelkruid (Actaea spicata)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Orde: Ranunculales
Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)
Geslacht
Actaea
L. (1753)
Afbeeldingen Actaea op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Actaea op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Actaea europaea

Actaea is een geslacht uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae), dat 20 tot 30 soorten omvat.

Net als andere ranonkelachtige werd Actaea spicata – ook christoffelkruid genoemd – vroeger gebruikt als remedie tegen schurft en andere huidziekten, vaak met desastreuze gevolgen.

Linnaeus gaf ook een andere plant uit de Euraziatische wouden een naam: Actaea cimicifuga. Het woord “cimicifuga” – die wandluizen verjaagt – verwijst naar het vroegere gebruik. Deze onwelriekende plant, ‘zilverkaars’ genoemd, werd inderdaad in het beddengoed geplaatst om wandluizen te verjagen.

Linnaeus veranderde de naam later in Cimicifuga foetida omdat de vruchten geen bessen zijn maar droge kokervruchtjes zoals bij monnikskap of ridderspoor.

Recente DNA studies tonen echter dat deze twee soorten onnodig gescheiden werden. De zilverkaars werd zo opnieuw bij het geslacht Actaea ondergebracht.

Christoffelkruid[bewerken]

Bessen van Actaea pachypoda
Bessen van Actaea rubra

Christoffelkruid is een middelgrote plant met gedeelde bladeren, vaak twee- of drievoudig drietallig, die lijken op die van astilbes of Japanse anemonen. De minuscule witte of crèmekleurige bloempjes, gelijkend op deze van de poelruit, hangen samen in korte trosjes. De bloeitijd loopt van mei tot juli. De verschillende soorten lijken erg op elkaar, de kleur van de bessen varieert binnen eenzelfde soort. De naamgeving is daarom nogal verwarrend, het aantal soorten schommelt tussen de 4 en 8, naargelang de auteur.

Soorten uit de Oude Wereld[bewerken]

De volgende twee soorten zijn inheems in de oude wereld:

  • Actaea spicata L., christoffelkruid, is een kalkminnende plant van zo’n 40 cm hoog die haar oorsprong vindt in de bergachtige bossen van Europa en Azië. Ze heeft twee- of drievoudig drietallige bladeren. De weinige spectaculaire lentebloei wordt gevolgd door een tros glanzende, zwarte bessen. Var. alba heeft witte bessen. De dwergvariant uit het Verre Oosten, Actaea asiatica H. Hara, heeft drietallige bladeren.
  • Actaea erythrocarpa L. is een andere, gelijkaardige soort uit de oude wereld. Ze onderscheidt zich van de vorige door meer gedeelde bladeren en kleinere, rode bessen. 'Alba' is een selectie met witte bessen.

Noord-Amerikaanse Soorten[bewerken]

In Noord-Amerika zijn twee gelijkaardige soorten te vinden, met verschillende ondersoorten en variëteiten:

  • Actaea pachypoda Elliott (synoniem: Actaea alba (L.) Mill.), een soort uit het oosten van Canada en de Verenigde Staten, die 80 cm hoog wordt. De plant heeft mooie witte bessen met een zwart uiteinde in de vorm van een poppenoog, op rode steeltjes. Actaea pachypoda f. rubrocarpa heeft rode bessen.
  • Actaea rubra (Ait.) Willd., een soort die 40 cm hoog wordt, groeit in dezelfde streken. Ze heeft felrode bessen. In het westen van het continent wordt ze vervangen door Actaea rubra subsp. arguta, een meer robuuste ondersoort, die zo’n 90 cm wordt. Actaea rubra f. neglecta heeft witte bessen.

Actaea ×ludovici B.Boivin uit het noordoosten van de Verenigde Staten, is een natuurlijke hybride tussen die twee soorten.

Zilverkaars[bewerken]

Cimicifuga of zilverkaars is een grote plant met bladeren die lijken op de voorgaande. De minuscule bloemen zijn gegroepeerd op lange, smalle trossen, meestal wit, vandaar ook haar volksnaam. De bloeitijd loopt van juli tot oktober. De soorten lijken erg op elkaar en het aantal soorten verschilt beduidend van auteur tot auteur (tussen 15 en 24).

Europese soort[bewerken]

Actaea europaea (Schipcz.) J.Compton (synoniem: Actaea cimicifuga), de enige Euraziatische soort, bloeit in juli. Ze heeft een onwelriekende bloeiwijze, weinig vertakt in losse, lichtgele kaarsjes. Ze wordt zelden als sierplant gekweekt maar wel als medicinale plant, vooral dan in China.

Amerikaanse soorten[bewerken]

  • Actaea racemosa L. vindt haar oorsprong in de vlakten van Noord-Amerika en is de meest gekweekte Amerikaanse soort. Deze soort bloeit in juli en heeft twee- of drievoudig drietallige bladeren. Haar onwelriekende, witte bloeiwijze, weinig vertakt en licht gebogen, kan tot 2 meter hoog worden. Deze soort, die het best de zomerdroogte verdraagt, werd door de Amerikaanse Indianen gebruikt om bevallingen te vergemakkelijken en menstruatiepijnen te verlichten. Recent werd aangetoond dat de plant een oestrogeenachtige stof bevat. Ze werd opgenomen in verschillende preparaten die de symptomen van menopauze behandelen.
  • Actaea americana (Michx.) Prantl, een soort die er erg op lijkt, afkomstig uit dezelfde bergstreken, heeft een elegante, opstaande bloeiwijze, weinig vertakt en wit, die zo’n 1,5 meter wordt. Deze soort bloeit in augustus.
  • Actaea rubifolia (Kearney) Kartesz, inheems van de bergen van Tennessee, bloeit eind augustus. Ze heeft een opstaande bloeiwijze, crème- tot amberkleurig. Haar minder gedeelde bladeren lijken op die van de braam (Rubus) of van de wilde wingerd.

De soorten afkomstig uit het westen van Noord-Amerika: Actaea elata (Nutt.) Prantl, Actaea laciniata (S. Wats.) J. Compton en Actaea arizonica (S.Wats.) J. Compton worden zelden gekweekt.

Aziatische soorten[bewerken]

Actaea heracleifolia

De volgende soorten uit het Verre Oosten (oosten van China, Japan en Korea) worden vaker gekweekt.

  • Actaea biternata (Siebold & Zucc.) Prantl (synoniem: A. acerina) bloeit van eind augustus tot september en heeft grote tweevoudig drietallige bladeren. De wit en roze reukloze bloeiwijze, opstaand en weinig vertakt, bereikt 1,2 m. ‘Compacta’ wordt niet groter dan 80 cm.
  • Actaea dahurica (Turcz. ex Fisch. & C.A. Mey) Franch. bloeit in augustus. Deze soort is tweehuizig. De mannelijke planten hebben een zeer uitgespreide bloeiwijze, maagdelijk wit en geparfumeerd, tot 2 meter hoog en erg gelijkend op die van de geitenbaard (Aruncus dioicus). De vrouwelijke planten zijn minder spectaculair.
  • Actaea heracleifolia (Kom.) J. Compton bloeit einde september. De opstaande, puur witte en weinig vertakte bloeiwijze kan tot 2,4 meter bereiken. De bladeren van var. bifida hebben over het algemeen slechts 3 blaadjes.
  • Actaea japonica Thunb. is een dwergsoort die bloeit van augustus tot september.
  • Actaea simplex (DC.) Prantl bloeit in september-oktober. De dichte, witte en geurende bloeiwijze is licht gebogen en wordt 1,4 m hoog.

De soorten uit Centraal China: Actaea mairei (H. Lév.) J. Compton, die tot 2,5 m (!) hoog kan worden, A. brachycarpa (P.K. Hsiao) J. Compton met gele bloemen, A. yunnanensis (P.K. Hsiao) J. Compton eveneens met gele bloemen, en A. purpurea (P.K. Hsiao) J. Compton met purperkleurige bloemen, worden zelden gekweekt

Kweek[bewerken]

Actaea zijn in gematigde streken goed winterhard. Het zijn planten voor schaduwrijke en koele plaatsen, die de brandende zon en aanhoudende droogte vrezen. Ze staan erg goed tussen rododendrons en vinden gemakkelijk een plaatsje tussen andere schaduwplanten als varens, Japanse anemonen of soorten van de geslachten Aconitum, Uvularia, Jeffersonia, Maianthemum, enz..

Christoffelkruiden zijn geliefd voor hun bladeren die een mooi tapijt vormen in het onderhout en hun vaak fraaie vruchten. Actaea pachypoda heeft de meest decoratieve vruchten. De Amerikanen noemen deze soort ‘Doll’s eyes’ verwijzend naar de bessen die inderdaad op poppenoogjes lijken. Actaea rubra heeft bessen die verdacht veel op aalbessen lijken. Zeker geen aanrader voor plaatsen waar kleine kinderen spelen!

Zilverkaarsen, vooral de laatbloeiende soorten zoals Actaea simplex, zijn erg decoratief op een achtergrond van herfstkleuren. Ze zijn te verkiezen boven soorten die tijdens de zomer bloeien, waarvan de kaarsen minder uitkomen en vaak ook niet lekker ruiken.

Een paar cultivars[bewerken]

  • Actaea rubifolia ‘Blickfang’ is een elegante cultivar.
  • Actaea ramosa ‘Atropurpurea’ heeft purperkleurige bladeren, ‘Brunette’ eerder bruin-purperkleurig, ‘Pink Spike’ een lichtroze bloeiwijze en een bronzen gebladerte.
  • Actaea simplex ‘Elstead’ heeft paarsachtige bloemknoppen. ‘White Pearl’, een cultivar met een late bloei, is groter en meer vertakt. ‘Pritchard Giant’ lijkt op de voorgaande, maar dan groter. ‘James Compton’ is een sterke cultivar met donkere bladeren en lange ‘kaarsen’. ‘Hillside Black Beauty’ heeft bladeren die neigen van purper tot zwart doorheen het ganse seizoen. ‘Frau Herms’ bloeit het laatst op het jaar.

Etymologie[bewerken]

Linnaeus zou de legende van Ακταίον – een jager die door de godin Artemis in een hert werd veranderd nadat hij haar tijdens het baden betrapte, om vervolgens door zijn eigen honden verscheurd te worden – als inspiratiebron genomen hebben toen hij een plant van onze bossen de naam Actaea spicata gaf. De zwarte bessen van deze plant zijn even gevaarlijk voor de mens als de honden voor de onfortuinlijke Ακταίον. Ze bevatten proto-anemonine, een dodelijk gif dat verlamming van de ademhaling veroorzaakt. Volgens andere bronnen[1], zou Actaea’ een latinisering zijn van het Griekse ‘ακτή’ (vlier), door de gelijkenis van de bladeren en bessen met die van de vlier.

Noten en Referenties[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Backer C.A., Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen, L.J. Veen, 2000. ISBN 90-204-5846-9

Referenties[bewerken]

  • Leo Jellito & Wilhelm Schacht, Hardy Herbaceous Perennials, Timber Press 1995, ISBN 0-88192-159-9
  • Daniel J Hinkley, The Explorer’s Garden - Rare and Unusual Perennials, Timber Press 1999, ISBN 0-88192-426-1
  • Réginald Hulhoven, Kaarsen voor De Heilige Christoffel – Zilverkaarsen: een terugkeer naar de bron, De Tuinen van Eden, 20: 50-57, 2004

Externe links[bewerken]

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren – Actaea.